Hervormingen van politiebestel niet zonder risico's

Morgen debatteert de Tweede Kamer met de regering over de hoofdlijnen van de nieuwe Politiewet. Het debat over die hoofdlijnen staat onder druk als gevolg van de voortvarendheid waarmee de Nederlandse politie zichzelf al bijna heeft gereorganiseerd. Maar de Tweede Kamer mag de principiële beslissingen over het politiebestel niet op die manier uit handen geven.

Het evenwicht tussen bestuur en Justitie dient in ere te blijven en er moet niet worden toegegeven aan de verleiding de politie tot exclusief-justitiële dienst te maken. De meest wezenlijke taak van de politie is haar decent-democratische bijdrage aan de veiligheidszorg. Veiligheidszorg is meer dan het bestrijden van criminaliteit. De politie is dus ook niet alleen "crime-fighter'. En voorzover de politie als crime-fighter optreedt doet zij dat binnen de door wet en bevoegd gezag gestelde eisen. Gezagsdualisme van bestuur en Justitie is en blijft een positieve verworvenheid. Het is geen noodzakelijk kwaad maar juist een bijdrage aan evenwicht.

De moeizaam bevochten maatschappelijke integratie van de Nederlandse politie moet behouden blijven. Juist ook de criminaliteitsbestrijding is gebaat bij gevoel voor en voeling met maatschappelijke ontwikkelingen. Een zelf gekozen of opgedrongen maatschappelijk isolement van de politie zou de veiligheidszorg ernstig aantasten.

Verzelfstandiging van de politie is verwerpelijk. Anderhalf jaar geleden waarschuwden wij tegen die verzelfstandiging. Toen kregen wij van de voorzitter van het Coördinerend Politieberaad IJzerman lik op stuk. Nu waarschuwt hij zelf tegen dat gevaar. Het heeft uiteraard geen zin mondige en intelligente korpschefs te vragen zich gedeisd te houden. De beste garanties tegen verzelfstandiging van de Nederlandse politie zijn een duidelijk gezags- en een ordentelijke democratische verantwoordingsstructuur. Aan beide ontbreekt het op dit cruciale moment in de Nederlandse politiegeschiedenis. In de bestuurlijke lijn bevechten super- en gewone burgemeesters elkaar; in de justitiële lijn hebben de (hoofd)officieren van Justitie bij het in elkaar schuiven van gezag en beheer nog een lange weg te gaan. Het is vriendelijk gezegd dat een duidelijke democratische verantwoordingsstructuur ontbreekt; er is immers in feite nauwelijks sprake van democratische verantwoording.

De regionale basis waarop de politie-organisatie moet rusten verdient versterking. Zolang de regio's politiek-bestuurlijk nog niet volgroeid zijn, blijft het gevaar bestaan dat het technocratisch-bestuurlijke complex zich ook van de politie en politiezorg meester zal maken. Dat betekent de facto een sterke afhankelijkheid van en vervlechting met de centrale overheid. De minister van binnenlandse zaken draagt een majeure verantwoordelijkheid voor het binnenlands bestuur. Als zij geen garantie kan geven voor de totstandkoming van krachtig regionaal bestuur, mag zij de politie niet in het regionale gat gooien. Wat de super-burgemeesters betreft: ook zij mogen niet vooruitlopen op een ordentelijke herziening van de verhoudingen in het binnenlands bestuur.

Tegelijkertijd is een versterking nodig van de invlechting van regionale politie in lokale gemeenschappen. Veiligheidszorg op regionale basis mag niet ten koste gaan van de herkenbaarheid van de politie. Zowel burgers als lokale vertegenwoordigers moeten zich bij "hun' politie betrokken voelen. Het is een ernstig misverstand dat regionale politie op dit punt andere eisen zou stellen dan de ten grave gedragen gemeentepolitie. Men moet er niet aan denken dat de politiezorg in verpauperde wijken nog alleen maar afstandelijk en centralistisch wordt georganiseerd.

Een eenzijdige oriëntatie op bedrijfsvoering en bedrijfsmatigheid dient te worden voorkomen. Bedrijfskundige criteria zijn voor de interne bedrijfsvoering van de politie van groot belang. Maar de politie is geen bedrijf en de waarde van politiewerk wordt stellig niet alleen bepaald door een lage kostprijs of hoge produktiviteit. Momenteel is er teveel aandacht voor de produktie en produktiviteit, en te weinig voor de kwaliteit van de veiligheidszorg. Juist bij de veiligheidszorg is kwaliteit een even belangrijke als kwetsbare kant van de taakuitoefening. Het gaat hierbij niet alleen om de behoefte van burgers aan een psychologisch verantwoorde bejegening in voor hen schokkende situaties. Zeker zo belangrijk zijn de principiële waarden die in het geding zijn: democratisch gehalte, controleerbaarheid, zorgvuldigheid en legitimiteit van het politieoptreden.

Denk niet dat reorganisatieprocessen prioriteiten bepalen. Het stellen van prioriteiten is een zaak van politieke besluitvorming, toedeling van middelen en het maken van toereikende regels. Het is hoog tijd veiligheidszorg - hetgeen waarachtig meer inhoudt dan het vangen van mafiosi - hoog op de politieke agenda te plaatsen. De tijd is voorbij dat veiligheid slechts dienst mag doen als "randvoorwaarde', "toets' of "paragraaf' ter opluistering van andere beleidsbesognes. Veiligheid is een collectief goed dat zich niet achter de brede rug van de milieuzorg of vestigingsklimaat behoeft te verbergen en er uiteindelijk evenmin bij gebaat is overeind te worden gehouden door minderhedendebatten. Gebrek aan veiligheid brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee en tast de legitimiteit van het politieke bestel aan. Het is geen luxe om voor de politie een duidelijke politiek-democratische regie te vragen.

Een nationale politie is uit den boze. De ondoordachte suggestie van de Belgische hoogleraar Fynaut (NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag) om Nederland te verblijden met een (Europese) Rijkswacht dient op veilige afstand te worden gehouden.