Gechiedenis van Judith en Holofernes in smaakvolle enscenering; Oratorium van Vivaldi als kameropera

Voorstelling: Juditha, gebaseerd op Vivaldi's Oratorium Juditha. Regie: Ernst Boreel; vormgeving: Boris Gerrets; kleding: Alberto Cortez; dirigent: Vincent de Kort; zang en spel: Simone Veder, Romain Bischoff, Nienke Oostenrijk, Marcel Reijans, Désirée Delauney. Gezien: 7/6 Ottone Utrecht. Aldaar t/m 13/6.

Regisseur Ernst Boreel noemt zijn produktie Juditha, die nu op het Utrechtse Festival aan de Werf in première is gegaan, een "Legendary Party". Het blijft raden wat hij daarmee bedoelt, maar vermoedelijk heeft het iets te maken met "de wereld van het Venetiaanse': ook een begrip dat hij gebruikt om zijn voorstelling te typeren. Waar het in feite op neerkomt is dat Boreel, samen met vormgever en beeldend kunstenaar Boris Gerrets, kledingontwerper Alberto Cortez en dirigent Vincent de Kort, Vivaldi's Sacrum Militare Oratorium Juditha Triumphans heeft gebruikt om een barokke kameropera te ensceneren.

In de Ottonekerk in Utrecht zit het publiek in besloten kring bijeen rondom de kleine speelvloer. We zijn beland, zo lijkt het, op een feest bij iemand van goeden huize. Er zit een orkest klaar en op het balkon erboven hebben zich de gasten in avondkleding verzameld: het zijn de leden van het koor. Ernst Boreel is met zijn zwaar opgemaakte gezicht de gastheer van deze avond. Hij kijkt met welbehagen om zich heen, nipt af en toe van zijn glas wijn en vertelt de bezoekers tenslotte wat hen te wachten staat. Zijn bestudeerd slordige toespraak is tegelijkertijd gemaniëreerd en amusant.

Het oratorium van Vivaldi, zo legt Boreel struikelend over zijn woorden uit, is gebaseerd op de geschiedenis van Judith, de heldin van het Oudtestamentische boek dat in de 14de eeuw uit de bijbel is geschrapt. Het verhaal over de joodse weduwe die zich prostitueert om haar stad en de Joodse bevolking te redden, strookte niet met de moraal van die tijd. Judith woont in Bethulia, een stad die is belegerd door Holofernes, de legeraanvoerder van Nebukadnezar. Na een goddelijke ingeving gaat Judith naar Holofernes toe en brengt de nacht met hem door. Als ze daarna zijn hoofd afhakt slaat het leger op de vlucht. Het gevaar dat de stad bedreigde is daarmee afgewend.

De enscenering van deze geschiedenis is door de makers van Juditha uiterst sober gehouden. Geen overdaad en geen effectbejag. De kleding is fraai en smaakvol, maar niet opvallend. Een groots decor ontbreekt, de nadruk is gelegd op de attributen. De bedenker en ontwerper ervan, Boris Gerrets, heeft zich bescheiden tegen de achterwand opgesteld. Nu en dan loopt hij naar een schildersezel waarop een boek met illustraties van zijn hand is opengeslagen. Bij elke nieuwe scène zoekt hij een afbeelding die correspondeert met wat er op het toneel gebeurt. Overigens voltrekt het spel zich zowel beneden in de zaal als op het balkon, waardoor de prachtig belichte ruimte uitputtend wordt benut.

Juditha is een esthetische produktie. Verrassend is de aandacht voor details en de intieme sfeer die bij voorbeeld wordt opgeroepen in de verleidingsscène tussen Juditha, gezongen door de alt Simone Veder, en Holofernes, vertolkt door de bas Romain Bischoff. Van de zangers klinkt vooral Simone Veder soms wat zwak, hoewel ze een mooie stem heeft. Over het algemeen zijn de zangpartijen overtuigend en sterk - de eenvoud in enscenering en vormgeving draagt daartoe bij.