Een kwade droom

Een van de grote ontdekkingen van deze eeuw is het principe van de wetenschappelijke bedrijforganisatie, in 1903 voor het eerst onder woorden gebracht door de Amerikaanse ingenieur Frederick Taylor. Hoofdpeiler onder het Taylorstelsel is de arbeidsdeling en daaruit voortvloeiend: specialisatie.

Arbeider A klopt, arbeider B veegt, arbeider C zuigt. Dit principe heeft over de hele wereld zoveel voorspoed en geluk gebracht dat de Nederlandse televisie nu heeft besloten het af te schaffen.

De eerste keer dat de Nederlandse tv-kijker hier iets van merkte was tijdens de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen te Galgary. Volgens de principes van Taylor zou voor het commentaar op dit avantgardistische openluchtballet een avantgardistisch-balletcommentator moeten worden ingeschakeld, maar nu werd dat dus een sportverslaggever: Mart Smeets. Het eerste propbleem waar een volgens het post-taylorisme werkende organisatie mee te maken krijgt is dat van de taal: als gespecialseerd sportman is Smeets vooral het Sports en het Smeets machtig, en niet het Avantgardistisch-Openluchtballets. Zulke idiomen laten zich niet zo makkelijk verwisselen.

Een bonte werveling van groepsfiguraties en menselijk voortbewogen sculpturen vulde het beeld. “Hmmmm”, zei Smeets, “het oogt allemaal dik in orde.” Een soort high-tech meiboom ontvouwde zich waaraan dansers hingen die door de lucht zwierden. “En dit lijkt me ook niet verkeerd”, oordeelde Smeets.

Overigens bleek Smeets zich toch wel enigzins verdiept te hebben in de danskunst, want de rol van de choreograaf ontsnapte niet aan zijn aandacht. “Het is werkelijk niet gering”, vond hij, “wat die kleine man uit Marseille hier heeft neergezet.” Toch is de NOS kennelijk van plan op de ingegeslagen weg door te gaan, want het afgelopen weekeind werd de voormalige basketball- en wielersportkenner ingezet om voor Nederland 3 Pinkpop te verslaan. Waren de kijkers in het geval van Albertville wellicht nog overwegend sportliefhebbers, die dus ongeveer begrepen wat er gezegd werd, naar Pinkpop kijken natuurlijk alleen jonge popliefhebbers, in wier oren de terzijdes van deze vijftigjarige schaatsenthousiast wel heel merkwaardig moeten hebben geklonken. Want omdat Smeets ook het Pops niet beheerst, viel hij weer terug op het Smeets en het Sports.

“We hebben vanmiddag al heel wat vreemds gezien”, bericht hij vanachter het podium, “maar vanavond komen de mannen van Pearl Jam, en dat schijnt iets te zijn waar je nog dagen slecht van droomt!” Als je voetbal gewend bent moet het inderdaad wel heel vreemd zijn, zo'n popgroep. Geen clubtenu! Afgezakte sokken? Helemáál geen sokken! En ze begonnen al voor er getossed was! Nou ja, de scheids was überhaupt in geen velden of wegen te bekennen.

En de hele tijd dat "mannen'. Pearl Jam waren “de mannen uit Seattle”, en hun leadzanger Vetter “de man die de zaak hier vanmiddag deed ontploffen', maar backstage tot Smeets verbazing “een heel leuk, lief jongetje” was gebleken. Brrrrr.

Voor Pearl Jam “zijn we de hele middag al een beetje rillerig geweest”, liet Smeets nog weten. We? Terwijl het natgeregende publiek zo hard swingt dat de damp er van af slaat, slikt Smeets in zijn NOS-caravan nog wat Immodium omdat er straks harde muziek komt. Toen Smeets ter aankondiging van de hoofdact niet meer wist uit te brengen dan een angstig “oren dicht!” braken de vliezen van de plaatsvervangende schaamte definitief door. Dat is net zoiets als het inleiden van een balletvoorstelling met de woorden: “U wordt misschien een beetje misselijk van al die kronkelende lijven, maar u moet maar denken: het is zo weer afgelopen.” Smeets' totale displacement werd nog het duidelijkst aan het slot, toen hij de nogal woeste groep The Cult moest afkondigen. “De heer die u het laatst aan het woord hoorde is Ian Ashley. Hij sprak een bepaalde generatie aan en als hij u aanspreekt dan valt daarover te denken. Ik heb er het mijne van gedacht.” Brrrrrr.

Beste NOS: uw experimenten met nieuwe vormen van arbeidsorganisatie getuigen van moed en zullen wellicht nog tot grote nieuwe inzichten leiden, maar kan Mart Smeets met zijn lompe tong van de pop afblijven?