Een boer met dovemansoren

Een lange, zware morgen voor de economische politierechter te Assen, mr. W. Dijkers. Een secure man die veel tijd voor elke zaak uittrekt en soms, dwars tegen de opvatting van de officier van justitie in, verrassend tot vrijspraak beslist op grond van een juridische onvolkomenheid in de telastlegging.

De dilemma's kunnen zeer lastig zijn voor een economische politierechter.

Wat te doen met de aannemer wiens werknemer tijdens de werkzaamheden aan een plafond een trapgat van tweeëneenhalve meter induikelt? De werkgever moet die kwade kans zoveel mogelijk beperken, vindt de officier, mr. J. Münzebrock. Hij eist een boete van 1.500 gulden. De aannemer verzet zich heftig: elke keer een hek om het gat zetten, was nog veel gevaarlijker geweest.

De rechter is het uiteindelijk niet eens met de officier. Hij ontslaat de aannemer van rechtsvervolging op grond van een misse formulering in de dagvaarding. En hij voegt eraan toe: “Ik zou u toch niet veroordeeld hebben, want ik heb de indruk dat het redelijkerwijs niet mogelijk was dit trapgat te beschutten.”

Met de betrokken bouwvakker was het goed afgelopen. “Hij staat hiernaast weer te werken”, zegt de aannemer droogjes.

Maar het kan heel wat beroerder eindigen. Boer Alink liet een knecht meerijden op een opstapje aan de tractor. Opstapje knapt af, knecht komt onder de tractor. Gevolgen: kapotte kruisbanden, mogelijk gedeeltelijke invaliditeit.

“U moet voor een optimale bescherming zorgen”, houdt de officier de boer voor. “Dit gebeurt in de praktijk vaak niet. Zelfs kinderen laat men meerijden.” Meerijden mag alleen als er een speciale zitplaats op de tractor is.

De boer bekent schuld. Het slachtoffer mag bij hem in dienst blijven, ook al zou hij nog maar voor dertig procent kunnen werken.

De officier wil hem 1.500 gulden boete of 15 dagen hechtenis opleggen. De rechter besluit echter tot vrijspraak op grond van, alweer, een technische fout in de dagvaarding. Maar hij geeft het schuldgevoel van de boer geen kans op bevrijding. “Wat er gebeurd is, is ernstig. Uw verantwoordelijkheid blijft.”

De jonge mevrouw Roossens uit Emmen komt zich verantwoorden voor een ander veelvoorkomend delict: uitoefening van een kappersbedrijf zonder vergunning van de Kamer van Koophandel. Een brutaaltje, die mevrouw Roossens. Ze had de rechter een briefje gestuurd dat ze niet zou verschijnen, want ze moest veel klanten knippen, die vrijdag voor Pinksteren. Maar ze heeft zich te elfder ure bedacht en daar staat ze dan: een donker brok Drents welvaren, geassisteerd door een zakelijke begeleider uit de kappersartikelenbranche, wiens schedel zo uitbundig kaal is dat het op een protest tegen de beroepskeuze begint te lijken.

Beunhazerij? En dus een routineklus voor de rechter? Toch niet helemaal.

Mevrouw Roossens werkte bij een kapper die ermee ophield. De keuze was: òf de WW in, òf de zaak overnemen. Ze koos voor het laatste, trok personeel aan en begon te studeren. Sinds maart 1991 drijft ze een eigen zaak - zonder de vereiste papieren, want ze zakte voor een theorie-examen. De kappersartikelenmeneer bleef haar zijn artikelen leveren. “Ik ken in mijn gebied wel 21 zaken die zo draaien”, zegt hij.

De officier eist 1.000 gulden boete. “Deze strafbepaling is er ook om u straks te beschermen tegen mensen die onder uw duiven gaan schieten.” De rechter heeft oog voor het dilemma. “Ik onderken dat u op straat dreigde te komen. En u wilde die zaak niet laten verlopen.” Hij legt haar 1.000 gulden boete op waarvan 750 gulden voorwaardelijk. Hij vermoedt dat de economische controledienst haar tot het najaar haar bedrijf zal laten uitoefenen - tot ze opnieuw examen heeft gedaan. Zakt ze weer, dan zal ze echt moeten stoppen.

Bij de economische politierechters is er tegenwoordig veel gedoe over het door boeren ten onrechte uitrijden van dierlijke meststoffen en het gebruik van afgewezen bestrijdingsmiddelen. Drentse boeren wippen nogal eens de Duitse grens over om verboden middelen te kopen. Als ze voor de rechter moeten komen, is hun naam boer. Dat spul kan toch wel per ongeluk op hun perceel zijn gewaaid? Of misschien heeft een vijandig gezinde buurboer het er wel opgestrooid.

Boer Striens uit Emmer-Compascuum heeft een machtiger verdedigingswapen: hij beweert dat hij stokdoof is. “Ik kan het niet verstaan”, zegt hij tegen de rechter, “en een doventolk heeft ook geen zin, want die begrijp ik niet. Ik ben echt honderd procent doof. Geen gewone doofheid, maar zenuwdoofheid.” Aan de zijkanten van zijn hoofd staan indrukwekkende bloemkoolflappen machteloos te treuren.

Hoe berecht je een dove boer? Dat heeft de rechter nooit eerder bij de hand gehad. “U had een advocaat kunnen inschakelen”, zegt hij tegen de boer, die dit dus niet verstaat.

“Ik heb niks gesproeid”, roept de boer terug.

De rechter bedenkt een list. “We maken een kopie van het proces-verbaal”, zegt hij tegen de griffier, “en dat mag hij dan op de gang gaan lezen. Over een uur behandelen we de zaak verder.”

Dan laat de rechter zich ook assisteren door een werknemer van de rechtbank, die keurig opschrijft wat rechter en officier zeggen en dit vervolgens aan de boer laat zien. Het lezen van het proces-verbaal is voor de boer een hele schok geweest. “Nou ben ik erachter wat een onzin daarin staat. Allemaal fantasieën en leugens, ja. Die controleur kon immers ook niet met mij praten. Die man had ook nog een snor, dus ik had hem sowieso nooit kunnen verstaan.” (Voor de volledigheid: de rechter heeft een snor én baard, en ook de officier en de werknemer van de rechtbank zijn snordragend).

“Koopt u wel eens middelen in Duitsland?” vraagt de rechter.

“Nee. Ik zeg ja dat ik niet over en weer naar Duitsland pendel.”

“Hoe kan dit dan?”

“Kan overwaai'n.”

“Heeft u nog vragen?” vraagt de rechter aan de officier.

“Ik kijk wel uit”, zegt de officier. Hij eist 750 gulden boete of acht dagen hechtenis.

“Dat vind ik nogal wat!” roept de boer.

De rechter neemt de eis over. “Maar laat die acht dagen maar zitten”, zucht hij tegen de officier, “anders krijgen we daar weer problemen over.”

De boer sjokt heen met de verongelijkte tred van iemand die het een bittere schande vindt dat de mensen hem na zoveel jaren nog steeds niet willen begrijpen.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.