Duitsers krijgen extra zetels in Europees Parlement

Het "neen' van het Deense referendum kwam in Brussel aan als een doffe dreun. Er werd zelfs een vergelijking getrokken met de weigering in 1954 door de Franse Nationale Vergadering om de Europese Defensie Gemeenschap, die voorzag in een Europees leger, goed te keuren. Maar er is geen sprake van een knock out. Hoewel er vele juridische vragen zullen rijzen zijn de Elf vastbesloten de weg naar een monetaire en politieke unie te vervolgen.

Er staat te veel op het spel om een andere koers te rechtvaardigen. Zelfs is de hoop niet verdwenen dat op enig tijdstip Denemarken zich weer bij de Unie zal scharen. Het is geen business as usual, maar men blijft toch gestaag doorzwoegen aan stekelige problemen die moeten worden opgelost willen er geen nieuwe crises uitbreken.

Binnenkort doet het Europees Parlement een voorstel voor een nieuwe zetelverdeling. De centrale kwestie is natuurlijk het aantal Duitse leden na de Duitse eenheid.

Het Europees Parlement sprak zich al in oktober 1991 uit voor achttien extra zetels voor het verenigde Duitsland. Maar de top van Maastricht kwam er - vooral door Franse tegenstand - niet uit, en stelde de beslissing uit naar een regeringsconferentie eind 1992. De institutionele commissie van het Europees Parlement heeft het onverwachte uitstel benut voor een bredere aanpak van het zetelprobleem, wat de politieke aanvaardbaarheid ten goede zal komen. Het beginsel van "degressieve proportionaliteit', een evenredige verdeling tussen de lidstaten maar met een oplopende kiesdeler naarmate een land meer inwoners telt, wordt correcter toegepast. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat de verdeling België-Nederland die nu 24-25 is, 25-31 moet worden.

Het genoemde beginsel is niet de enige factor bij het verdelen van de zetels. Luxemburg houdt zijn zes zetels en Italië, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk blijven ten opzichte van elkaar op gelijke hoogte met elk 87 zetels (in plaats van 81). Die regeling moet voor dit trio de pil vergulden dat volgens het Europees Parlement Duitsland in de toekomst inderdaad 81 + 18= 99 zetels zal vullen. Het totale zetelaantal komt op 567. Tevens is uitgesproken dat door uitbreiding van de EG met nieuwe leden het zetelaantal van het parlement niet boven de zevenhonderd mag uitkomen.

Voor sommige Fransen is deze nawee van de Duitse eenheid zeer pijnlijk. Zelfs de memoires van Jean Monnet worden aangesleept om te betogen dat de Bondskanselier van weleer, Konrad Adenauer, geen veranderingen in de EG-instellingen voorzag in geval van een Duitse hereniging. De aanhangers van Le Pen, de communisten maar ook de gaullisten zullen niet voorstemmen.

Veel Britten zien op tegen de consequenties van meer Britse zetels. Gezien het Britse kiesstelsel moet dat leiden tot een herindeling van Euro-kiesdistricten met alle bijkomende problemen voor de vaststelling van de grenzen tussen de "constituencies'. Ontbreken van "gerrymandering' (verkiezingsmanipulaties bij een districtenstelsel) is één van de voordelen van een kiesstelsel met evenredige vertegenwoordiging. Toch zijn de vooruitzichten voor een brede meerderheid in het Europees Parlement goed.

Daarna is het woord weer aan de regeringen en de nationale parlementen, want één en ander behelst uiteraard een wijziging van het EEG-verdrag. Dat in Maastricht het verlossende woord niet is gesproken is begrijpelijk gezien de moeilijkheden waarmee men kampte bij ondermeer de sociale paragraaf en het hardnekkige verzet daartegen van de Britse regering die zich zelfs niet door de Europese werkgevers liet vermurwen. De overvolle agenda deed het probleem van de Duitse zetels over de rand tuimelen. Toch doen de regeringen, dus ook de Nederlandse, er goed aan dit probleem niet te licht op te vatten.

"Maastricht' gaf een procedurele verklaring af die meedeelt dat uiterlijk eind 1992 een EG-regeringsconferentie de kwesties van het aantal leden van het Parlement en van de Europese Commissie moet behandelen om tijdig een akkoord te bereiken voor de verkiezingen voor het Europees Parlement van juni 1994. De besluiten moeten mede worden genomen in verband met de vaststelling van het aantal leden van het Parlement in een uitgebreide Gemeenschap.

Dat de Europese Raad van Maastricht niet tot overeenstemming kon komen, veroorzaakte irritatie bij de Duitsers, ook al omdat een conclaaf van ministers van buitenlandse zaken enkele weken daarvoor in Noordwijk een andere uitkomst had doen vermoeden. Sindsdien is in Duitsland het klimaat over het Verdrag van Maastricht er niet beter op geworden.

Het niet in Eurozetels willen vertalen van het feit dat er zo'n kleine twintig miljoen bondsrepublikeinen zijn bijgekomen kan de parlementaire goedkeuring van het verdrag van Maastricht nog op een zeer bijzondere manier belasten. Men zal in elk geval ruimte moeten maken voor een kleine twintig Europarlementariërs uit Ossi-gelederen. Komen er geen extra Duitse zetels, dan hebben altijd een kleine twintig Wessi-parlementariërs het nakijken. Het isopportuun voor hen dat er in 1994 naast verkiezingen voor het Europees Parlement, ook weer verkiezingen voor de Bondsdag op de agenda staan.

Het vooruitzicht van deze extra-belangstellenden voor een Bondsdagzetel zal de zittende Bondsdagleden niet erg stimuleren om "Maastricht' te ratificeren zonder, dat er uitzicht bestaat op een regeling van het vraagstuk van het aantal Duitse leden van het Europees Parlement in uitbreidende zin.