Deens "Nej' beheerst Europese obligatiemarkten

ROTTERDAM, 9 JUNI. De Deense perikelen rond de EMU beheersten vorige week ook de Nederlandse markt.

Toen Denemarken dinsdag "Nej' zei tegen "Maastricht', leidde dit direct tot een vlucht in kwaliteitspapier. Vooral de Duitse obligatiemarkt profiteerde, waardoor in Duitsland als enig land binnen Europa de lange rente onveranderd bleef. In haar kielzog volgde Nederland, waar de lange rente op dinsdag slechts 3 basispunten steeg, zij het dat de spread met Duitsland in ruim een week wel was opgelopen tot 40 basispunten. De spread met Duitsland was sinds februari niet meer zo hoog geweest, maar vrijdag was dat al weer iets afgenomen. In deze hectische week met ruime omzetten liep de Nederlandse rente per saldo slechts 4 basispunten op tot 8,32 procent.

De scheidend thesaurier-generaal Maas denkt dat, ondanks het nee van Denemarken, de EMU niet van de tafel is. Nederland zal dus moeten trachten aan de Maastrichtse criteria te voldoen, waarbij volgens Maas de inflatie en de staatsschuldquote de belangrijkste zijn. De 60-procentnorm voor de staatsschuld zal niet "blind' worden toegepast, maar er zal vooral worden gekeken naar de gerealiseerde vooruitgang bij het terugdringen van de quote. Voor Nederland, met een quote van zo'n 80 procent, is een van de grootste problemen dat een rentestijging zwaar doorwerkt op de overheidsbegroting. De stijging naar 8,25 procent, waar in het regeerakkoord werd uitgegaan van 6,75 procent, leidt tot 5 miljard gulden rentelasten in 1994. Minister Kok stelde vorige week dat Nederland niettemin op tijd klaar zal zijn voor de laatste fase van de EMU. In de staatsschuld zal vanaf 1994 een 'gestage neerwaartse tendens' optreden, waarmee Nederland op termijn kan voldoen aan de ruimere criteria.

Internationale obligatiemarkten

De uitslag van het Deense referendum heeft de toekomst van een verenigd Europa onzekerder gemaakt, zodat het niet verwonderlijk is dat de echo over het algemeen bestond uit rentestijgingen.

In Denemarken noteerde de 10-jaars staatslening vrijdag een rendement van 8,91 procent, een stijging van 24 basispunten ten opzichte van het begin van de week. De rentestijging bleef redelijk beperkt omdat de economische situatie in Denemarken eigenlijk heel goed is. Zo voldoet het land, als één van de weinige in Europa, al aan alle convergentie-criteria van het EMU-verdrag. Landen als Italië en Spanje kennen deze luxe niet. Zij hebben Europa veel meer nodig dan Denemarken. Het was ook juist de dwangbuis van het EMU-verdrag die de belangrijkste pilaar vormde onder het vertrouwen van buitenlandse beleggers in deze Zuid-Europese landen. De lange rentes aldaar stegen vorige week dan ook 45 tot 50 basispunten. Italië heeft daarnaast te kampen met een zeer zwakke lire. Dit dwong de centrale bank vorige week tot een verhoging van het Italiaanse equivalent van de voorschotsrente met een half procentpunt naar 13 procent.

Van de EMS-landen bleven alleen Duitsland, Nederland en België forse stijgingen bespaard. Zo sloot de Franse 10-jaars benchmark-lening de week met een rendement van 8,70 procent, per saldo een stijging van 19 basispunten. In het Verenigd Koninkrijk steeg de 10-jaars rente met 22 basispunten, tot 9,18 procent, de eerste terugval na de Tory verkiezingswinst. De onzekerheid rond de introductie van een gemeenschappelijke Europese munt is toegenomen. Het rendement op 10-jaars ECU-obligaties nam in één week toe met 44 basispunten, terwijl de rentes van de munten die deel uitmaken van de ECU gemiddeld slechts 13 basispunten toenamen.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco Groep.