De X-siders, de voetbalsupporters met de meest dubieuze reputatie van België; Royal Antwerp, ze tasten je naam aan; Wekelijks wordt zijn hart gekrenkt en zijn geest gebroken door het optreden van de fans

BRUGGE, 9 JUNI. Wat doen ze je aan, Great Old? Ze treffen je op je zwakste plek, zelfs wanneer je wanhopig uit de marge van het Belgische voetbal probeert te komen. De supporters zouden trots moeten juichen, de "Zegemarsch' aanheffen, maar in plaats daarvan, Royal Antwerp F.C., tasten ze je naam aan. De grandeur van weleer wil je terug, maar hoe?

Zondag won je de bekerfinale, was je na bloedstollende verlengingen en strafschoppen de meerdere van KV Mechelen. Voor even waren de roemruchte rood-witte kleuren van een smet ontdaan. In het Olympia-stadion in Brugge kreeg je eindelijk weer erkenning. Maar een succes camoufleert slechts tijdelijk de problemen. Je zult moeten blijven doorvechten want de X-side is nooit verslagen.

R.A.F.C., de Royal Antwerp Football Club, opgericht in 1880, is de oudste officiële voetbalclub van België. Ze is de trotse bezitter van het stamnummer 1 bij de Belgische voetbalbond. Voor "The Great Old', zoals velen de club met eerbied noemen, betekent dat veel. “Het is een symbool van standing, niveau en dynamisme”, zo is te lezen in het informatiebulletin van de club.

Bij Royal Antwerp FC koestert men, misschien wel noodgedwongen, het verleden. De club werd viermaal kampioen van België, maar de laatste titel dateert al weer van 1957. Eenmaal eerder werd de beker gewonnen: in 1955 ten koste van Waterschei. Een relatief bescheiden erelijst maar belangrijker vindt men bij Antwerp dat de club de eeuwige rangschikking van de hoogste afdeling van het Belgisch voetbal aanvoert. Bovendien is de club bewoner van stadion De Bosuil, de "Hel van Deurne' waar zich vroeger de herosche wedstrijden tussen Holland en België afspeelden. “Antwerp is de mooiste club van België”, vat Fons van de Berckt samen.

Van de Berckt is voorzitter van de grootste supportersclub van Antwerp, ASC De Fontein uit Brecht. Tevens behartigt hij al zeven jaar de belangen van de Federatie van Antwerp Supportersclubs (F.A.S.C>), waar zo'n tweeduizend supporters, verenigd in 13 clubs, bij zijn aangesloten. Van de Berckt beleeft de laatste jaren maar weinig plezier aan zijn uit de hand gelopen hobby.

Vrijwel wekelijks wordt zijn hart gekrenkt - “en mijn geest gebroken” - door het optreden van de X-side, de harde kern van Antwerp-supporters die zich bij voorkeur als hooligans presenteren. “Wij hebben er samen met de club alles aan gedaan om het voor de supporters weer menselijk te maken. De X-side blijft echter een groot probleem, ik reken die mensen niet tot onze Antwerp-familie”, zegt Van de Berckt, die bekent dat hij, clubman in hart en nieren, regelmatig een zenuwinstorting nabij is. “Vooral als we naar Wallonië gaan, naar Standard. Wedstrijden tegen Standard worden door de hooligans aangegrepen om flink amok te maken. Dan slik ik vantevoren een handje van deze dingen. 't Is te zot voor woorden hè?” Van de Berckt toont een doosje met kalmeringstabletten.

De X-side heeft in België de meest dubieuze reputatie waar het "supportersgedrag' betreft. De groepering ontstaat in feite op 17 september 1975. Op die datum speelde Antwerp thuis in de eerste ronde van de UEFA Cup tegen Aston Villa, dat met een imponerend supporterslegioen De Bosuil bezocht. Die eerste indruk van massale en gegroepeerde ondersteuning laat de Antwerp-supporters niet meer los. De X-side was geboren en evolueerde sindsdien zo snel dat het de O-side van Anderlecht, de East-side van Club Brugge en de Hell-side van Standard Luik overvleugelde. De sides van de kleinere clubs, hoe onheilspellend hun namen ook, worden door de X-side al niet meer serieus genomen. Niet "Vak 13' van Beerschot, noch de "Bulldogs' van KV Mechelen en de "Rebel-side' van AA Gent. Het is de X-side die vrijwel wekelijks charges van de ME uitlokt.

In 1987 startte "Fancoaching', een project dat het voetbalvandalisme moest beteugelen. Het project, waarbij twee "fancoaches' de probleemsupporters maatschappelijk begeleiden, loopt momenteel bij FC Antwerp, Standard Luik en AA Gent. De X-siders van Antwerp konden aanvankelijk drie keer per week terecht in een door hen zelf geschilderd en ingericht supportershome. Georg Kessler, destijds trainer bij Antwerp, verplichtte zijn spelers na afloop van iedere wedstrijd een bezoek aan het home te brengen. Zelf schonk hij de X-side bij de opening van het home een authentieke Noordhollandse stoeltjesklok.

Maar op de enthousiaste aanpak van de maatschappelijk werkers en de club kwam al snel een anti-reactie. Gesprekken, gezelschapsspelletjes, kanovaren en zelfs het beoefenen van alpinisme op de tribunewanden van het eigen, bouwvallige stadion konden de verveling in Deurne, een grauwe randgemeente van Antwerpen, niet wegnemen. De X-siders zochten een grotere uitdaging en vonden die uitgerekend in het in brand steken van hun eigen home. Eenzelfde mechanisme trad in werking bij de actie "Hou 't tof' - een variant op het Nederlandse "Het is weer fijn langs de lijn' - die dit voorjaar werd gehouden. De slogan werd tijdelijk de lijfkreet van supporters die "Hou 't tof' associeerden met het zich uitleven op vijandelijke supporters, ME-ers en treinstellen.

“Je moet niet verwachten dat echte hooligans op slag veranderen in moederkindjes als je een tijdje aandacht aan ze schenkt”, zegt Chris van Limbergen, de geestelijk vader van "Fancoaching' en stafmedewerker op het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken. Na het Heizeldrama in 1985 verrichtte Van Limbergen op de universiteit van Leuven vijf jaar lang onderzoek naar de achtergronden van het voetbalvandalisme. Hij kwam tot de conclusie dat isolatie van de harde kern van supporters de meest effectieve bestrijding van hooliganisme is.

Van Limbergen: “Je kunt voetbalsupporters grofweg in drie subgroepen indelen: de zware delinquenten, daaronder een gematigde groep met dezelfde marginale maatschappelijke perspectieven en tot slot de pseudo-delinquenten, de meelopers. We moeten ons richten op de tweede groep. Misschien dat we kunnen voorkomen dat die doorstroomt naar de harde kern, al besef ik dat dat erg moeilijk is. Bij Antwerp zoeken we nog naar de juiste benadering.”

De Antwerpse politie is inmiddels van tactiek veranderd. Van de ruim zevenhonderd hooligans die bekend zijn, worden er driehonderd tot de casuals, de zware delinquenten, gerekend. De hoop dat die effectief kunnen worden bestreden is opgegeven. Door middel van "gecontroleerde intimidatie' en "spotting', waarbij twee agenten voortdurend intensief contact houden met de supporters, probeert men de schade te beperken.

Een voordeel daarbij is dat de X-side inmiddels zo'n reputatie heeft opgebouwd dat vandalistisch gedrag steeds minder een toegevoegde waarde betekent voor de reputatie van de side. Het stadium van het zichzelf moeten bewijzen heeft men namelijk al lang achter de rug.

Foto: De ME "checkt' Antwerp-supporters vóór het "vriendschapsduel' tussen de plaatsgenoten Beerschot en Royal Antwerp FC. (Foto Gerrit op de Beeck)