De Liefdesdriehoek verplaatst naar de hemel

Voorstelling: Schäftlarn. Regie: Bert Geurkink. Met: Erik de Visser, Kaat ten Zomeren, Jaap ten Holt. Gezien: Festival a/d Werf, Theater a/d Werf, Utrecht. Aldaar nog te zien t/m za 13/6.

Jules et Jim is de titel van de legendarische film waarmee François Truffaut in 1961 een definitief beeld schiep van de klassieke driehoeksverhouding: twee mannen houden van dezelfde vrouw. Zij kan geen keus maken tussen hen beiden en bepaalt door haar met grilligheid gecombineerde, verschroeiende eerlijkheid het lot van hen alledrie. Aan de vriendschap van haar mannen kan zij echter niet tornen. Over die vriendschap gaat Jules et Jim, die niet voor niets met de namen van de vrienden werd getiteld - zonder de naam van de vrouw, ook al werd ze gespeeld door Jeanne Moreau in een van haar mooiste rollen.

Naar de plaats van handeling heet de voorstelling die Bert Geurkink (acteur bij het Amsterdamse gezelschap De Trust) schreef en regisseerde, Schäftlarn, en niet "Jules en Jim'. Geurkink baseerde zich net als Truffaut op de roman van Henri-Pierre Roché, maar het is, gezien die titel, blijkbaar niet de bedoeling dat zijn publiek associaties heeft met de film. Geurkink concentreerde zijn verhaal dan ook niet op de twee mannen maar op de relatie van één van hen met de vrouw. De andere, de bedrogen echtgenoot, kijkt toe en levert berustend commentaar, soms droogkomisch, soms weemoedig. Jaloers is hij niet, boos evenmin en wanhopig ook niet. Of hij dat is geweest weet hij alleen nog in theorie, want zijn gevoelens zijn vervaagd: hij leeft namelijk niet meer. Wanneer de voorstelling begint draagt hij groene gazen vleugeltjes. Hij is een engel, deelt hij mee, hij vertelt het verhaal uit de hemel waar het drietal nu voor altijd samen verblijft.

Schäftlarn herinnert inderdaad nauwelijks aan Truffauts film: de sfeer is harder, er wordt minder getoond dan in, soms buitenproportioneel lange, monologen uitgelegd en de wat kinderlijke geintjes en dansante momentjes verkleinen het drama van algemeen geldende tot individuele proporties. Dit is niet het Verhaal Van De Liefdesdriehoek, maar een petite histoire over een vrouw die te spiritueel is voor de mannen van haar leven, die weliswaar intellectueel uitblinken maar emotioneel ongecontroleerd zijn.

Dat die mannen elkaars beste vriend zijn, blijft theorie. Dat de een de ander uitnodigt om bij zijn vrouw een kind te verwekken klinkt als een formaliteit. Dat hun verhaal, door Geurkink wel erg weids hun "liefdesoorlog' genoemd, zich ontrolt tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog speelt geen rol, ook al bevinden we ons op Duitse bodem en is de ene vriend een Fransman en de andere een Duitser.

Wat blijft is de aanstekelijke overmoed van de drie jonge acteurs en de manier waarop zij de ruimte beheersen. De krakende zolder van het Theater a/d Werf nodigt uit tot heen en weer rennen en schuilplaatsen zoeken in beschaduwde hoekjes, terwijl een af en toe passerende trein romantisch geraas toevoegt aan wat we zien: drie kinderen die "groot mens' spelen, en in de te grote kleren van hun ouders en op hun scheve schoenen.