Concert voor 100 handbogen

WEERT, 9 JUNI. Het handboogschieten is gewaarschuwd. De sport maakt weliswaar sinds 1900 al deel uit van de Olympische Spelen. Maar als de bestuurders er niet snel in slagen om de sport publieksvriendelijker en televisiegenieker te maken, zal ze er bij de volgende eeuwwisseling niet meer bij zijn, heeft het Internationaal Olympisch Comite subtiel gedreigd.

Vroeger vonden sporten hun rechtvaardiging misschien in zichzelf. Tegenwoordig ontlenen ze hun bestaansrecht aan kijk- en waarderingscijfers. En in het moderne circus van de Spelen, dat hunkert naar spektakel, is geen plaats meer meer voor oude varietenummers die van de toeschouwers geduld en aandacht en kennis vragen.

Het ultimatum van het IOC heeft in handboogkringen tot paniek geleid of toch tenminste tot verwarring. Want eliminatie van het olympisch programma, dat zou een vernederende degradatie zijn. Een openbare terechtstelling die in een klap een eind zou maken aan de verjonging en professionalisering in het handboogschieten.

Dus zijn de bonden krampachtig begonnen met spelvernieuwing. Wat de doorgrondelijkheid van het handboogschieten op korte termijn niet heeft bevorderd. Opzet en regelgeving blijken nu opeens van toernooi tot toernooi te verschillen. Of zoals de 21-jarige Erwin Verstegen, lid van de olympische mannenploeg, aangeeft: “Niemand weet nog welke kant het op moet met het handboogschieten. De Fita, de Federation Internationale de Tir a l'Arc, blijft voorlopig zoekende.”

Bij de wedstrijden om de Grand Prix des Pays-Bas die afgelopen weekeinde in Weert op het programma stonden, werd nog een ouderwetse dubbele Fita-ronde afgewerkt, een systeem dat vier jaar geleden ook in Seoul nog gehanteerd werd. Dat betekent dat elke schutter in de loop van twee dagen in totaal 288 pijlen afschiet. Elke dag moet hij mikken op een blazoen dat bestaat uit tien concentrische cirkels in vijf verschillende kleuren. Bij de mannen gebeurt dat beurtelings vanaf 90, 70, 50 en 30 meter, bij de vrouwen vanaf 70, 60, 50 en 30 meter. Met elk schot dat het geel, het "goud' treft, wordt het maximum, tien punten, verdiend.

Zo'n wedstrijd vergt veel tijd en is voor het publiek niet te volgen. Telkens treedt de helft van de deelnemers aan in Weert een rij van 43 mensen die tweeenhalve minuut de tijd heeft om drie pijlen af te vuren. Daarna mag de andere helft. Heeft ieder zes pijlen geschoten, dan wandelt de meute richting bos van blazoenen om scores te noteren. En zo elke dag 24 keer.

Handboogschieten in deze vorm is minder kijk- dan luistersport. Wie zijn ogen sluit, hoort eerst de wrede toeter die de schutters naar de startlijn commandeert en ze dan nog eens het sein geeft om te schieten. Daarna volgt het delicate gezang van de pezen. Getokkel van snaren, dat onmiddellijk wordt beantwoord door het doffe geploink van pijlen die zich in houtwerk boren. Weer later klinkt het geritsel van witte broekspijpen en het geklepper van pijlen in kokers, als de schutters zich massaal naar de blazoenen reppen. Concert voor honderd handbogen.

Maar hoe een schutter het er heeft afgebracht, valt alleen met verrekijker vast te stellen. Een onderlinge vergelijking is al helemaal onmogelijk met zoveel deelnemers die in geslacht en niveau sterk verschillen. De strijd volstrekt zich onzichtbaar op scoreformulieren. Een winnaar tekent zich niet af, maar doemt op.

In Barcelona zal het er anders aan toe gaan. Eerst mogen de deelnemers zich nog op de ouderwetse manier kwalificeren. Maar de laatste 32 kunnen zich niet meer in de massa verschuilen, zij kunnen een directe strijd niet langer uit de weg gaan. De nummer 1 van het klassement zal zich in een rechtstreeks duel met de nummer 32 moeten meten. In twee series van zes pijlen. Man tegen man. Vrouw tegen vrouw. Daarbij geldt het onverbiddellijke knock out-systeem: alleen de winnaar gaat door naar de volgende ronde.

Volgens Erwin Verstegen is die olympische opzet heel mooi om te zien. “Heel spannend, heel direct, heel goed te volgen.” Elektronisch worden de resultaten na elke pijl onmiddellijk zichtbaar gemaakt. Maar het systeem heeft een belangrijk nadeel, zegt Erwin Verstegen, zegt ook zijn 19-jarige zuster Christel Verstegen, lid van het olympische vrouwendrietal: “De kans is groot dat niet de beste schutter wint. Geluk speelt een te grote rol.”

Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat iemand wordt uitgeschakeld met een puntentotaal van 112, terwijl een ander met een totaal van 106 mag doorgaan. Dat wordt geprobeerd om het handboogschieten voor het publiek aantrekkelijker te maken, vinden broer en zus Verstegen niet meer dan logisch, ook met oog op sponsors. Maar ze vinden dat de popularisering onder druk van het Internationaal Olympisch Comite te ver is doorgeschoten en nu ten koste dreigt te gaan van de sport.

Dat is het dilemma van het handboogschieten. Blijft de sport gekeerd in zichzelf? Of treedt ze naar buiten? En tegen welke prijs? Een keus waarbij ook de aard van de beoefenaren nog een rol speelt. Want handboogschutters staan niet graag voor het voetlicht, weet Hans Blum, voormalig assistent-bondscoach van Oranje en tegenwoordig trainer van de Ieren. “Ze voelen zich het lekkerst in de anonimiteit.” Maar wegzinken in de vergetelheid, dat gaat toch net iets te ver.