Beul van weleer heeft menselijke trekjes gekregen; "Ik heb wel eens tegen Rinus Michels gezegd vroeger was je trainer, nu ben je professor'

Rinus Michels is vanaf de eerste dag dat hij werkzaam was als trainer in het betaalde voetbal een fenomeen met twee gezichten. Een man met droge Amsterdamse humor die op zijn tijd een feestnummer kan zijn, maar als trainer een heel andere pose aanneemt. In de eerste jaren van zijn loopbaan overheerste direct het strakke, norse gelaat. Later zou hem dat de bijnaam "de Sfinx' opleveren. Bij zijn afscheidstoernooi terug naar het prille begin.

Rinus Michels debuteerde als coach bij Ajax in het seizoen '65-'66. De Amsterdamse club maakte een moeilijke fase door. Halverwege de rit kreeg Vic Buckingham zijn congé en kon terug naar de bakermat van het voetbal, zijn geboorteland Engeland. Het pas aangestelde bestuur-Jaap van Praag plukte de gymnastiektrainer weg bij de amateur-eersteklasser JOS. Michels verdiende zijn brood met lesgeven aan de dove leerlingen van de Joh. C. Ammanschool, gevestigd aan het Hortusplantsoen bij Artis.

Michels was echter allerminst een onbekende voor Ajax. In de periode 1945-1958 ontwikkelde hij zich tot een gelouterde voetballer en een international. Zij het dat zijn interlandcarrière beperkt bleef tot vijf wedstrijden. Sjaak Swart maakte Michels mee als trainer en ook een seizoen als voetballer. “Hij fungeerde voorin als verbindingsspeler. Hij stond in het 4-2-4-systeem rechtsbinnen of in de spits. Michels was in de lucht niet te kloppen. Hij kon de bal dood op z'n hoofd leggen, of in z'n nek. Dat koppen heeft hij mij later ook bijgebracht. Michels was als voetballer vaak een feestnummer, een gangmaker. Ik herinner me dat we voor een uitwedstrijd tegen Fortuna '54 in een restaurant zaten te eten. Iedereen in paniek, Michels was zoek. Even later kwam hij binnen in een bontmantel uit de garderobe, vermomd als oude vrouw.”

De Michels die op 24 januari 1965 als trainer bij Ajax startte met een klinkende overwinning (9-3) op MVV had een metamorfose ondergaan. Van het jolige karakter was weinig meer over. De selectie werd met strakke hand aangepakt door een beul. Het bestuur, dat voor de wedstrijd nog weleens een praatje maakte in de kleedkamer, moest op grote afstand blijven. De pers idem dito. Het begin van een streng regime bij Ajax, dat tot de zomer van 1971 zou duren.

Klaas Nuninga, die kort voor de komst van Michels voor een recordbedrag van 250.000 gulden van GVAV naar Ajax was verhuisd, beschrijft die eerste jaren: “Michels leerde ons te leven en te handelen als prof. Het groepsbelang, het collectief denken ging boven alles. In die functionele benadering bleef er weinig tijd over voor individuen. We waren onder Buckingham misschien ook wel te veel met ons zelf bezig geweest. Michels trad op als een dominante man. Autoritair optreden werd in die tijd veel meer geaccepteerd. Ik had er weleens moeite mee. Ik zou het leuker hebben gevonden als hij ook eens met een speler persoonlijk van gedachten had gewisseld. Maar dat paste niet in zijn beleid. Ik had het idee dat de trainer Michels niet strookte met het karakter van de mens Michels. Toen we kampioen waren geworden zagen we een heel andere man tot leven komen. Dan bleek het ineens iemand met een humoristische inslag die operaliederen zong. Hij trad dan op met Jaap van Praag die jazzmuziek ten gehore bracht.”

Sjaak Swart maakte bij het debuut van Michels vijf goals en kon daarna weinig slecht meer doen bij zijn nieuwe trainer. “Michels was de strengste en de beste. En ik heb toch een stuk of twaalf trainers gehad. Hij vertoont tegenwoordig veel meer menselijke trekjes. Ik zie hem nog weleens opstaan als er iemand geblesseerd is. Of dat hij een gewisselde speler een hand geeft. Toen keek hij je niet eens aan. Toch kon k aan hem merken wanneer hij blij was. Na die 5-1 tegen Liverpool zei de trainer van die ploeg, Bill Shankly: "In Engeland slachten we Ajax, dan winnen we met 7-0'. Je hoeft zoiets natuurlijk niet te geloven, maar je wordt er toch een beetje nerveus van. Tijdens de uitwedstrijd heeft Michels geloof ik wel drie pakjes sigaretten weggepaft, terwijl hij normaal gesproken niet rookte. Toen we er door waren, zag ik aan zijn gezicht dat hij blij was.”

Piet Keizer had meer moeite met de aanpak van Michels dan Nuninga en Swart. De legendarische linksbuiten heeft drie jaar nauwelijks met zijn trainer geconverseerd. Michels zag Keizer als een querulant, maar respecteerde hem als voetballer. Keizer: “Na verloop van tijd was je voor Michels niet meer dan een nummer. Minder zelfs, een nùl. Dat vond ik verschrikkelijk onpersoonlijk. Ik accepteerde dat niet. Voetbal blijft toch een momentensport. Een speler is geen robot of een machine.”

De Spartaanse aanpak leverde spoedig resultaten op. In zijn eerste hele seizoen werd Michels met Ajax meteen landskampioen. Hij haalde Henk Groot terug van Feyenoord en Co Prins van Schalke '04. De beroemde Europa-Cupwedstrijd in de mist tegen Liverpool, op 7 december 1966, luidde een groot aantal internationale successen in. Swart: “Michels streefde naar professionalisme. Dat was voor velen moeilijk. Je had een baan, maar je moest keihard trainen. Ik had bijvoorbeeld een sigarenwinkeltje in Amsterdam-Oost. Daar was weinig tijd meer voor. Maar Michels had gelijk. Zoals wij voor zijn komst bezig waren was wel voldoende voor Nederland, maar niet genoeg om de top in Europa te halen.”

Ook in tactisch opzicht kwam Michels spoedig met een noviteit. Het 4-2-4-systeem, dat de Brazilianen hadden geïntroduceerd, bouwde hij om tot een 4-3-3-concept. Dat speelt Ajax nog steeds. Maar tegenwoordig is het een aanvallende speelwijze, halverwege de jaren zestig was het een stap terug. Keizer: “Michels wilde meer zekerheden inbouwen. De backs, Suurbier en Van Duivenbode, liet hij opkomen. Dat is volgens mij geen vondst van Michels geweest. Op het wereldkampioenschap van 1966 speelde het Engelse elftal ook met dit type voetballers.” Keizer betwijfelt ook of het totaalvoetbal, dat Michels het Nederlands elftal liet spelen op het WK van 1974, een creatie van "de Generaal' was. “Naar mijn idee speelde Oranje toen als Ajax. De inbreng van Cruijff was behoorlijk groot. Daar ben ik van overtuigd. Hoewel Johan daar onlangs in een gesprek met mij niet op inging. De rigoureuze veranderingen waren echter groot toen Cruijff de spil werd van het elftal. Denk maar na: Jongbloed in plaats van Schrijvers, Haan in plaats van Israel. Cruijff wilde meer druk van achter uit. Het zwaartepunt van het elftal moest naar voren. Vergelijkbaar met wat Van Gaal dit seizoen met Jonk heeft gedaan.”

Het 4-3-3-systeem van Ajax oogstte niettemin in de jaren zestig veel bewondering. Klaas Nuninga: “Michels nam ons mee naar België waar Liverpool een Europa-Cupwedstrijd speelde. We bezochten ook een duel van Feyenoord. Daar moesten we tactisch van leren. Hij heeft in het begin heel veel aandacht besteed aan dit onderwerp. Het werd ons ingeprent. Elke week stond hij wel een uur lang tegen je aan te praten. Michels was natuurlijk zelf oud-voetballer en als onderwijzer kon hij het goed overbrengen. Hij had natuurlijk ook goed materiaal. Cruijff brak halverwege de jaren zestig net door. Alle aanvallers en middenvelders bezaten bovendien Torinstinct. Zo kwamen we aan dat record van 122 doelpunten in 1967.” En Sjaak Swart vult aan: “Wij zetten de tegenstander vast in het strafschopgebied. De doelman van de tegenpartij kon de bal dan alleen maar kwijt aan een gedekte speler. Onze thuiswedstrijden waren werkelijk bombardementen op de goal.”

De meedogenloze slavendrijver Michels kon hardhandig optreden als het eens misging. Swart weer: “Als we verloren hadden stond zijn gezicht op storm. De volgende ochtend verkeerde hij dan in een stemming om ons eens goed aan te pakken. Dan dacht je: oei, oei, dat wordt lopen vandaag. Maar misschien zit er nog een partijtje in, want hij heeft shirtjes onder zijn arm. Dan moesten we toch lopen...En uiteindelijk pakte hij de shirtjes weer opgevouwen en wel mee naar binnen. Je kon bij Michels nooit een stukje afsnijden. Hij kende alle trucjes. Want hij was zelf ook een luie voetballer geweest. Daar heb ik hem weleens aan herinnerd. Maar hij bleef hameren op discipline. Je moest altijd stipt op tijd zijn. De training begon precies om half elf. Als je een minuut daarvoor nog even naar de wc moest, kon je beter in je broek schijten, want je kwam het veld echt niet meer op. Al was je de beste speler van de wereld.”

De scheiding tussen Ajax en Michels was na een aantal jaren onvermijdelijk. Michels kon in 1971 aan de slag bij FC Barcelona en aarzelde geen moment. In de Europa-Cupfinale tegen Panathinaikos, de eerste in een reeks van drie die Ajax won, botste hij met Sjaak Swart. "Mister Ajax' kon in de rust gaan douchen. Swart, nu nog verbolgen over die ingreep: “We hadden in de eerste helft met 2, 3-0 voor moeten staan, maar het stond pas 1-0. Ik werd zelden gewisseld, ik speelde toen ook niet slecht. Michels vond echter dat ik mijn tegenstander te vaak liet opkomen, terwijl dat toch echt niet het geval was. Waarschijnlijk is hij daar in Londen te veel met zichzelf bezig geweest. Michels was al rond met Barcelona. Maar voor zijn reputatie moest hij die beker winnen. In ieder geval kreeg hij in de rust een black-out. Nico Rijnders werd namelijk ook gewisseld. Je weet de afloop. We hebben die finale met 2-0 gewonnen, maar voor hetzelfde geld wordt het in de tweede helft 1-1.”

Swart, een voetbalfanaat, had buiten dat incident verder weinig problemen met Michels. “Ik kon me echter voorstellen dat veel spelers eens wat anders wilden. En dat werd Kovacs.” Piet Keizer stond op de tafel te dansen van blijdschap toen Michels vertrok. Klaas Nuninga was toen al weg bij Ajax. Hij werd eind jaren zestig het slachtoffer van een grote schoonmaak. “Je moest bij het bestuur komen en je hoorde dat je kon vertrekken. Dat ging dus niet bepaald gepaard met een afscheidsdiner. Een kille bedoening. Michels probeerde het toen met Tommy Sämndergaard. Dat heb ik nooit begrepen. Later kwam Gerrie Mühren pas. Michels was echt op jacht naar meer successen.”

Piet Keizer vindt dat Michels na 27 jaar het afscheid als trainer te lang heeft uitgesteld. Dat kan het Nederlands elftal in zijn ogen op het EK in Zweden gaan opbreken. “Ik heb weleens tegen Michels gezegd: vroeger was je trainer, nu ben je professor. In zijn laatste toernooi wil hij zich geen buil vallen. Dus zal hij niet te porren zijn voor vernieuwingen. Terwijl Taument, Kreek en Jonk, om er een paar te noemen, als alternatieven voorhanden zijn. Maar Michels zal redeneren: ik weet wat ik heb, ik weet niet wat ik krijg. Ik denk dan ook dat hij in zijn keuze van de spelers eerder gaat blindvaren op ervaring dan op kwaliteit.”

Foto: “Michels was als voetballer in de lucht niet te kloppen. Hij kon de bal op z'n hoofd doodleggen of in zijn nek.” Rinus Michels in 1954. (Foto Anefo)