Autofabrikanten VS samen in consortium tegen Japan

NEW YORK, 9 JUNI. De drie Amerikaanse autofabrikanten, Chrysler, Ford en General Motors hebben hun samenwerkingsverbanden gebundeld in een consortium, de United States Council for Automotive Research (USCAR). Dit hebben ze gisteren bekendgemaakt. De eerste daad van het consortium is de oprichting van een Low Emissions Partnership (LEP), dat tot doel heeft de auto's van de grote drie af te stemmen op de strengste milieu-eisen in de VS.

USCAR wil door gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling de afzonderlijke produktiekosten van de drie partners omlaag zien te brengen om ze beter te kunnen laten concurreren met Japanners en Europeanen. Chrysler, Ford en GM boekten vorig jaar recordverliezen (samen meer dan 7,5 miljard dollar), met name door de verslechterende concurrentiepositie ten opzichte van Japanse producenten op de binnenlandse markt. Behalve reorganisaties en machtswisselingen binnen de bedrijven moet nu ook de samenwerking in USCAR leiden tot de broodnodige verbetering van de resultaten.

Al langer was er samenwerking tussen de grote drie op een aantal punten, maar dat heeft nu pas met de vorming van USCAR en de vestiging van een administratief en coördinerend centrum in Dearborn, Michigan, zijn definitieve beslag gekregen.

Het LEP-programma is het achtste samenwerkingsverband van de drie grote autoproducenten en moet onder meer tegemoetkomen aan de strenge milieu-eisen (Clean Ait Act) die in 1997 in de staat Californië van kracht worden. De staten New York en Massachusetts hebben het voorbeeld van Californië al gevolgd, terwijl de federale overheid afzonderlijk aan een nieuw normenstelsel werkt. In 1998 moet 48 procent van de auto's die een fabrikant in Californië verkoopt aan de federale normen voldoen, 48 procent aan de lage-uitstootnormen van Californië, twee procent aan ultra-lage normen en twee procent mag geen schadelijke uitstoot meer hebben.

De start van LEP betekent een doorbraak en mede daarvan was de oprichting van USCAR afhankelijk. “Er was grote onenigheid onder de ingenieurs over de aard en reikwijdte van de overeenkomst”, aldus Gary W. Dickinson, vice-president van GM en hoofd van de technische staf, “omdat de LEP de meest ingewikkelde en technisch belangrijkste is van de samenwerkingsverbanden.”

Met een beroep op anti-trust wetten kwamen de drie grote autofabrieken in 1969 overeen niet samen te werken op het gebied van research en ontwikkeling. Dat akkoord liep af in 1987. Sinds 1984 was het formeel door nieuwe wetgeving over gezamenlijke research al mogelijk de krachten te bundelen, maar de technische staven bij de drie autofabrikanten hebben nog lang dwarsgelegen.

Over de concrete taken van USCAR is nog weinig gezegd. “De inkt van het verdrag is nog aan het drogen, dus we weten nog niet precies hoe het gaat lopen”, zegt François Castaing, topingenieur van Chrysler. “We kijken wat ieder bedrijf al heeft gevonden in eigen onderzoek en wat men op tafel wil leggen. Van daaruit kunnen we specifieke doelstellingen ontwikkelen. Aangepaste motorontwerpen, katalysatortechnologie en de toepassing van bepaalde soorten brandstoffen zijn maar een paar van de onderwerpen die op de agenda staan.”

Samenwerking met de reeds bestaande zeven onderdelen kan met name voor de ontwikkeling van schonere motoren veel opleveren. De eerdere samenwerkingsverbanden zijn sinds 1988 van de grond gekomen en onderzoeken de gezamenlijke produktie van onderdelen, het computergestuurd ontwerpen en recyclingprogramma's. In februari van dit jaar kondigden de grote drie samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van elektrische auto's aan.

Don Walkowicz, voormalig manager van GM wordt directeur van de nieuwe overkoepelende organisatie. Dat USCAR niet het einde is van de samenwerking bewijzen verdergaande initiatieven die buiten USCAR om onder meer hebben geleid tot een gezamenlijk "tear-down'-programma. Daarbij worden de auto's van concurrenten tot op de laatste moer geanalyseerd. Volgens het vakblad Automotive News is de Renault Espace de eerste auto die in samenwerkingsverband geheel wordt ontleed. De woordvoerder van USCAR kon dit desgevraagd niet bevestigen: “Chrysler is daar zeer actief in maar dat gaat buiten ons om. Informeel wordt er al veel meer ondernomen maar daarover moeten Chrysler, Ford en GM zelf mededelingen doen.”