Waarin ik door Enzensberger geheel onverwacht ...

Waarin ik door Enzensberger geheel onverwacht duizend doden sterf

De woorden die ik buiten zinnen had geschreeuwd door het galmend-lege redactiebureel van Boek in Beeld echoden nog lang na. ""Nog is Daan Schrijvers niet verloren!'' leken alle tekstverwerkers, paperclips, afvalbakken, puntenslijpers, papiervernietigers, memoborden, oplagestatistieken en lege drankflessen mij honderdvoudig na te zeggen.

Daarom ook kon ik de volgende ochtend om 9.17 uur precies met een achteloos onderkoeld nonchalant gebaar de tekst van het Grote Enzensberger-interview aan de ongelovig kijkende hoofdredacteur Walter Decheiver overhandigen. ""Het is nu 5000 woorden, maar als je wilt, kan ik er nog wel iets aan schaven,'' zei ik op een toon die alleen gegeven is aan hen die na een doorwaakte nacht vol echoënde paperclips zojuist een cover-fähig journalistiek produkt inzake een Grote Duitse Denker hebben afgerond, maar daar op huichelachtige wijze niet over willen snoeven, en dus met bruut geweld het gevoel van triomf dat in de krochten van hun eigen oer-ik opwelt, bijna weten te onderdrukken.

""Hmmm,'' zei Decheiver, terwijl hij het pak papier gedachteloos dubbelvouwde. ""We gaan zo vergaderen, Daan. Er staan belangrijke zaken op de agenda, en dan bedoel ik niet het beoogde feuilleton over de buitennatuur enzo, want daar is HP/De Tijd al zo liederlijk in verdwaald deze week.''

""Maar Walter,'' stamelde ik, ""is het niet ... ik bedoel: ik ben net 36 uur met Enzensberger in touw geweest.''

""Is dat een bezwaar?,'' bromde hij en liet mij eenzaam achter in de modderpoel die mijn zieleleven heet.

Als een roestige robot wankelde ik via mijn postvakje (leeg) en de koffieautomaat (knop 11: espressissimo) naar de vergaderruimte, waar de collegae al gezellig onderuit gezakt de nieuwe werkdag begroetten.

Verkreukeld zocht ik mijn plaatsje op, dezelfde plaats waar ik zo recent nog met een verwachtingsvolle tinteling had mogen concluderen: Enzensberger is voor mij! Wat ging de tijd toch snel in dit hectische wereldje dat wij journalistiek in Nederland noemen!

""Zo is het toch, Daan?,'' verscheurde het hoofdredactionele timbre van Decheiver mijn contemplatieve zelfbespiegelingen. Ik probeerde hem uitdrukkingsloos aan te kijken.

""Het is immers een geweldig idee als intellectueel unique selling point qua marketingoffensief,'' orakelde hij door. Pas nu zag ik dat Decheiver met gebalde vuisten in de lucht zwaaide. ""Dit,'' riep hij met harde stem, ""dit zal ons terugbrengen op de culturele kaart van boekenland, hiermee zal duidelijk worden dat wij, en wij alleen, de vinger aan de pols houden van de zwiepende pendule van ons tijdsgewricht, en dat allemaal in kringen die er toe doen!''

Uit mijn ooghoek keek ik beduusd rond en ontwaarde bij de anderen iets dat het midden hield tussen getemperde verbijstering en onrustig enthousiasme. Hier gebeurde iets: maar wat? ""En daarom zeg ik,'' rondde Decheiver plechtig af, ""vanaf heden zullen wij niet meer berichten over wie de Bruna Boeken Bokaal heeft gewonnen, maar zullen de Bruna-inloop-fun-shops hun etalages inrichten volgens de ultieme lijst die Boek in Beeld op regelmatige basis zal gaan publiceren.''

Het bleef even stil.

""Dus je bedoelt, Walter,'' probeerde Martin van den Oudenalder bedremmeld duidelijkheid te scheppen, ""dat wij, als Boek in Beeld, de beste 15 Nederlandse schrijvers van deze eeuw gaan bepalen? Als een handzame hitlijst?''

""You've got it, Martin!,'' complimenteerde Decheiver zijn trouwe adjunct. ""Denk alleen al eens aan de advertentie-inkomsten, die deze eclatante trouvaille zal genereren!''

Het bleef iets langer stil.

""En Walter,'' vroeg chef literatuur Lydia Suurbier op kousevoeten, ""hoe doen wij dat dan, dat lijstje met de beste 15 Nederlandse schrijvers van deze eeuw?''

Decheiver keek met opgetrokken wenkbrauwen naar zijn smeulende sigaar, alsof hij die vraag al verwacht had. ""Heel eenvoudig, Lydia. Met beleid. Als wij eerlijk zijn, dan weten wij dat er te onzent sowieso maar een stuk of 15 schrijvers zijn die überhaupt het volgende millenium zullen halen. Ik denk zelf aan Simon Carmiggelt en Jan de Hartog. Zo moet iedereen een lijstje maken, en als vanzelf komt daar dan de gezaghebbende Boek in Beeld top 15 van deze eeuw uit. Een kind kan de was doen en daarom kan Daan, die nu toch even niets om handen heeft, deze zaak coördineren.''

Het bleef heel lang stil.

""Dus je bedoelt, Walter,'' schuchterde ik, ""dat ik de lijstjes ga verzamelen en ze compileer tot de definitieve eindafrekening van de Nederlandse letteren - inclusief gedichten, essays en taalbundeltjes?''

Mijn ogen kruisten die van redacteur modern leven Johan Plageman, over wie het gerucht ging dat hij zware contractbesprekingen tegemoet ging: "Idioot!'' zag ik hem in algemene zin denken, maar hij deed er het zwijgen toe.

""Ha lijstjes!,'' verbrak Ron Metgod met geveinsd enthousiasme de stilte, ""dat heeft het Amerikaanse kwaliteitsblad Belles Lettres ook gedaan. En met veel succes!''

""Mijn favoriet is Jan Mulder, de literaire spitsspeler voor alle seizoenen,'' riep senior redacteur Rinus Israel vanuit zijn rolstoel. ""Nee, nee, nee...,'' corrigeerde Marjan Eijkenbroek, van de pagina Vrouw-in-Beeld, ""ik ga voor Yvonne Blankenburg, die qua vrouw...'' De rest van haar woorden ging ten onder in de kakofonie van namen die plots allerwege over tafel gingen.

Met een triomfantelijke glimlach stond Decheiver op. ""Daan, kun jij dit jeugdig enthousiasme in banen leiden?'' knipoogde hij deze heikele opdracht in mijn schoot.

Zo ging de rest van de dag verloren met het inzamelen van de lijstjes. De collegae gaven niet alleen de winst- en verliesrekeningen van honderd jaar letteren in de Lage Landen, maar ook doorkijkjes in hun eigen literaire aspiraties. Want ik was zeker niet de enige die zichzelf rond de 10e plaats positioneerde, hoewel al onze bundeltjes met verzamelde kritieken reeds lang geleden, maar niet minder terecht, de weg naar de kelders van De Slegte gevonden hadden.

Door het gewogen gemiddelde van de Boek in Beeld redactie te vermenigvuldigen met mijn eigen voorkeur, onstond er aan het eind van de middag een lijst waarvoor geen enkele middelbare scholier zich zou hoeven te schamen.

Gretig nam Decheiver de Verkoren Vijftien in ontvangst. ""Hmm,'' mompelde hij en streepte resoluut de bovenste naam door. ""Büch, Büch, wat moeten we daarmee? Ik vind die Baantjer een stuk beter schrijven.''

""Euhhh...,'' hield ik mijn literaire been stijf. ""A propos, Daan,'' vervolgde Decheiver zonder op te kijken, ""Nu je hier toch bent... dat Enzensberger-interview van jou, hè, zeg eens kerel, is dat een grap of om te huilen? Ik wil een interview, Daan. Gewoon met een snedige eerste vraag en een literaire beschrijving van de lokatie, een korte samenvatting van zijn nieuwe boek, uitspraken over Europa enzo. Ik wil lezen over zijn oorlogsjeugd en of-ie van zijn moeder houdt. Journalistiek vakmanschap, zoals bij Bibeb, Ischa Meijer, Hanneke Groenteman, Theo van Gogh, Jan Jansen van Gobbel, Ursul de Geer, Hugo Camps, enzo. Gewoon, zoals je dat op de Hogeschool voor Journalistiek leert! Dit moet over, Daan, en beter!''

Het was alsof ik duizend doden stierf. En zo onverwacht! Eerst een worsteling van 20 onvergetelijke episodes met Enzensberger, en dan dit! Met één gebaar van de hoofdredacteur was ik van heldendom tot harakiri gedegradeerd, journalistiek gesproken dan. ""Alle Jezus, Mein Gott, Donnerwetter, Grote Goden, Daan,'' dacht ik, ""hoe nu verder?''

(wordt vervolgd)