Vraatzuchtige zilvermeeuw de vrees van het Wad

SCHIERMONNIKOOG, 6 JUNI. Op Schiermonnikoog ziet menig eilandbewoner hoe een jonge bergeend op weg naar de Waddenzee wordt opgegeten door een vraatzuchtige zilvermeeuw. Jachtopzichter en vogelwachter C.A. van der Wal zou de jonkies het liefst begeleiden naar het Wad, door het luchtruim met een geweer vrij te houden van zilvermeeuwen.

“Begrijp me goed”, zegt Van der Wal, “predatie, of roven door vogels is op zich een natuurlijk verschijnsel, dat je niet mag bijsturen op emotionele gronden. Maar je moet het wel in de juiste proporties zien: als er geen meeuwen worden afgeschoten, gaat de bergeenden-stand achteruit. Het afschieten is een noodzakelijke vorm van beheer. De meeuwenpopulatie is te groot, waardoor andere vogelsoorten in de verdrukking komen.”

De meeuwenplaag op het Nationaal Park Schiermonnikoog heeft al tot Kamervragen geleid. Tweede Kamerlid De Graaf (CDA) wil dat staatssecretaris Gabor een "afschotvergunning' geeft voor zilvermeeuwen tussen 15 april en 15 juli, de periode waarin de vogel nu beschermd is. Twee jaar geleden was dat nog mogelijk en werden er zo'n 30 zilvermeeuwen afgeschoten op Schiermonnikoog. Dat het vanuit milieuoverwegingen niet aanvaardbaar zou zijn om vogels af te schieten in een tijd dat de jacht kritisch wordt beoordeeld, wuift Van der Wal weg. “Als je de toeristen uitlegt waarmee je bezig bent begrijpen ze het heel goed.”

Nederland telt 85.000 paren zilvermeeuwen. Op Schiermonnikoog leven 5.000 paren zilvermeeuwen. In 1969 waren dat er nog 1.300. Het aantal bergeenden is in diezelfde periode gedaald van 600 naar 200 paar. De zilvermeeuw is een generalist en een omnivoor. Maar ook, wat zijn prooi betreft, een "opportunist'. Ziet hij eind mei of begin juni kleine bergeendjes op het Wad, of kleine grutto's in de wei, dan worden die zonder meer verorberd. Niet alle zilvermeeuwen zijn rovers. Soortgenoten doen zich tegoed op de vuilnisbelten, zwermen achter de vissersschepen op zee of eten krabbetjes, mossels of zeesterretjes.

Meeuwendeskundige A.L. Spaans van het Instituut voor Bos en Natuuronderzoek schat dat minder dan een procent van de volwassen zilvermeeuwen andere vogels eet, tegen een iets groter percentage van de nog niet volwassen vogels. H. Koning, lid van het Overlegorgaan Nationaal Park, noemt nog een ander argument voor het afschieten van zilvermeeuwen. “We hebben tien jaar gewerkt om de boeren op Schiermonnikoog zover te krijgen dat ze aan nazorg doen en nestbeschermers plaatsen. Ik ken een boer die zes paren grutto's in zijn weiland had, waarvan alle jongen waren opgegeten. Ik kan me voorstellen dat zo iemand daar moeite mee heeft, als je ziet wat hij zelf allemaal heeft moeten doen en laten om de weidevogels te beschermen.”

Spaans heeft begrip voor het standpunt van de Schiermonnikogers, maar hij zet wel vraagtekens bij het nut van het afschieten van zilvermeeuwen. “Ik kan me voorstellen dat het voor mensen een naar gezicht is om voor hun neus jong leven te zien opgegeten worden, maar je gaat er dan vanuit dat de roverij over zou zijn als je een aantal meeuwen wegschiet. Ik denk dat er dan weer andere meeuwen voor in de plaats komen. Bovendien is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat het altijd de vogels zijn die onvoldoende ontwikkeld zijn die worden opgegeten. Dan kun je de meeuw als opruimer beschouwen, in plaats van als rover.”