Verdrag voor ontwapening weer getekend

OSLO, 6 JUNI. De lidstaten van de NAVO en acht voormalige Sovjet-republieken hebben gisteren in Oslo opnieuw het CFE-verdrag getekend, gericht op de beperking van conventionele bewapening in Europa.

Het oorspronkelijke verdrag werd in november 1990 in Parijs gesloten, maar door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was een nieuwe procedure nodig. Het akkoord voorziet in de vermindering van tanks, artillerie, pantsergevechtsvoertuigen, gevechtsvliegtuigen en -helikopters. Over de onderlinge verdeling van de contigenten uit de Sovjet-boedel bereikten de zeven betrokken GOS-staten enkele weken geleden een akkoord in Tasjkent. Ook Georgië, dat geen lid is van de GOS, sloot zich daarbij aan.

De bedoeling is dat de ratificatieprocedure van het verdrag door de parlementen in de verschillen republieken afgerond zal zijn voor de komende top van de CVSE (Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa), begin volgende maand in Helsinki. Maar diplomaten betwijfelen of die datum door alle staten zal worden gehaald.

Erg zwaar wordt daar overigens niet aan getild. Een groter probleem is dat de betrokken GOS-staten nog steeds geen duidelijk overzicht hebben gegeven over aantallen wapens die zich op dit moment op hun grondgebied bevinden. Dat gebrek aan inzicht maakt het moeilijk voor NAVO-waarnemers om het proces van ontwapening te controleren. Er liggen nu alleen nog maar cijfers op tafel over het maximale aantal conventionele wapens dat de betrokken landen over vier jaar nog in hun bezit mogen hebben.

Door de ontspanning in Europa is de betekenis van het CFE-verdrag minder belangrijk geworden. Toch hechten de NAVO-partners aan strikte naleving, gezien de instabiele situatie op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie. Het overgrote deel van de wapens zijn in handen van Rusland, de Oekraïne en Wit-Rusland.

De bijzondere bijeenkomst waarop het verdrag opnieuw werd getekend, had plaats in de marge van de Noordatlantische Samenwerkingsraad (NACC) in Oslo. Dat is het forum waarin de NAVO en de landen van het voormalige Warschau-pact samenwerken. Vandaag werd Albanië formeel toegelaten als 37-ste lid van de samenwerkingsraad. Het is al de derde keer dat de NACC op ministerieel niveau bijeenkomt, sinds de oprichting in november vorig jaar in Rome. De voorgaande ontmoetingen hadden een voorbereidend karakter. De ontmoeting van vandaag is de eerste in een reeks die jaarlijks op ministerieel niveau zal plaatsvinden. Onderwerpen waarover wordt gesproken, zijn onder andere defensieplanning, omschakeling van militaire naar civiele produktie en de plaats van een krijgsmacht in een democratische samenleving.