Sociale diensten aan de slag met belastinggegevens; Rotterdam verwacht 17 miljoen terug te kunnen vorderen

AMSTERDAM, 6 JUNI. De mogelijkheid om computerbestanden te koppelen en zo fraude op te sporen - een belangrijk motief voor de invoering van het sofi-nummer - begint haar eerste vruchten af te werpen. De belastingdienst heeft de sociale diensten van Amsterdam, Den Haag en Rotterdam computerbanden ter beschikking gesteld met de inkomensgegevens van de cliënten van die sociale diensten.

Die gegevens hebben de afgelopen maanden al heel wat teweeggebracht: zo blijkt dat in Amsterdam zo'n 38.000 uitkeringstrekkers ook andere "witte' inkomsten hebben genoten. In Rotterdam zijn dat er ongeveer 26.000, in Den Haag 18.000. In alle gevallen gaat het om ongeveer 35 procent van het aantal personen dat in een bepaald jaar een uitkering van die sociale dienst ontvangt. De omvang van de naast de uitkering genoten verdiensten loopt uiteen van enkele tientjes tot vele tienduizenden guldens.

Het samengaan van "witte' inkomsten met een uitkering kàn op fraude wijzen, maar dat hoeft niet. Iemand die een half jaar werkloos is geweest en de rest van het jaar heeft gewerkt, heeft zowel een uitkering genoten als andere inkomsten gehad. Of in een concreet geval sprake is van fraude kan alleen worden bepaald door het dossier in kwestie te bekijken. Vaak is het zelfs nodig nog aanvullende gegevens op te vragen, bijvoorbeeld bij de werkgever. Het is duidelijk dat het op die manier doorploegen van tienduizenden dossiers erg veel werk is. De sociale diensten zouden extra personeel nodig hebben om dat allemaal binnen afzienbare tijd af te ronden. Die tijdsfactor is van belang, omdat fraude na vijf jaar verjaart.

De Amsterdamse sociale dienst heeft deze week de eerste schattingen gepubliceerd van de omvang van de fraude die hij langs deze weg op het spoor is gekomen. Voorlopig houdt de dienst het op honderd miljoen gulden over een periode van drie jaar. Dat lijkt veel, maar het is slechts twee procent van wat de sociale dienst jaarlijks aan uitkeringen betaalt. Toch is het bedrag in absolute zin groot genoeg om het de moeite waard te vinden er extra mensen voor aan het werk te zetten om te pogen het geld terug te vorderen.

Amsterdam denkt hiervoor vijftig mensen extra nodig te hebben. Die kosten bij elkaar ruim vier miljoen gulden per jaar, dus dat weegt ruimschoots op tegen de dertig miljoen per jaar die er volgens de schatting van de sociale dienst terug te vorderen valt. Probleem is alleen dat de gemeente niet al het teruggevorderde geld mag houden. Negentig procent moet worden afgedragen aan het rijk, omdat dit nu eenmaal ook negentig procent van de uitkering heeft betaald. Voor de gemeente loont het echter niet om vier miljoen uit te geven teneinde drie miljoen terug te krijgen. Daarom wil Amsterdam dat het rijk meebetaalt aan de extra medewerkers.

Den Haag en Rotterdam zijn ook al bezig met het onderzoeken van dossiers naar aanleiding van de belastinggegevens. Rotterdam heeft daarvoor ruim 25 mensen extra aangesteld, Den Haag vijftien, van wie drie politie-ambtenaren. Het gros daarvan wordt uit de gemeentekas betaald, een deel komt uit allerlei speciale potjes, zoals het fonds voor sociale vernieuwing.

Wat heeft hun werk tot nog toe opgeleverd? Rotterdam heeft niet alle 26.000 dossiers uit 1988 onderzocht, dat was met het oog op de verjaring in 1993 te veel werk. In eerste instantie is gekeken naar cliënten die nu nog steeds een uitkering hebben. Van de 2.230 onderzochte gevallen, bleken er 1.291 ten onrechte een (deel van hun) uitkering te hebben ontvangen. Hiermee was in totaal 10,6 miljoen gulden gemoeid.

De Rotterdamse sociale dienst schat dat er uiteindelijk zo'n 17 miljoen per jaar valt terug te vorderen. Bij fraudes van boven de 5.000 gulden wordt in beginsel proces-verbaal opgemaakt. De steekproef uit 1988 leverde 281 van dergelijke gevallen op, met een gemiddeld bedrag aan onterecht ontvangen uitkeringen van 30.000 gulden. Waarbij moet worden bedacht dat er veel gevallen bij waren die verschillende jaren ten onrechte een uitkering hadden gekregen. Bij de "kleine' fraudes ging het gemiddeld om 3.800 gulden.

Amsterdam komt uit op lagere bedragen, maar dat komt deels doordat men daar per jaar kijkt. De sociale dienst daar heeft tot nog toe ongeveer 875 gevallen van boven de 5.000 gulden uit 1988 en 1989 afgewerkt. Gemiddeld bleek daar 10.000 terug te vorderen. De "kleine' fraude bedraagt in Amsterdam gemiddeld 1.800 gulden per geval per jaar. De Haagse sociale dienst beschikt nog niet over een representatief beeld. Een woordvoerder zegt “de voorzichtige indruk te hebben dat het hier minder is dan in Amsterdam”. Volgens haar zou dat veroorzaakt kunnen zijn door de strengere controle in Den Haag.

Het terugvorderen van tientallen miljoenen guldens is natuurlijk de moeite waard, maar het gaat nog slechts om het topje van de ijsberg. De betrokkenen zijn immers allen mensen die "wit' hadden gewerkt naast hun uitkering. Ware fraudeurs doen het zwart. Daarvan zijn geen computerbestanden te krijgen.