Ritzen bepleit grotere rol voor faculteitsbestuur

ROTTERDAM, 6 JUNI. De faculteiten moeten binnen de universiteiten een grotere rol gaan spelen. Daarvoor is een bestuur nodig dat ook verantwoordelijk wordt voor het beheer. Universiteiten mogen zelf beslissen of ze faculteitsraden handhaven ter controle van het bestuur. Deze mogen ook worden "omgebouwd' tot raden om de personeelsbelangen te behartigen.

Dit staat in de hoofdlijnennotitie over de bestuurstructuur van universiteiten en hogescholen die minister Ritzen (onderwijs) heeft gezonden naar de HBO-Raad en de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten (VSNU). Daarin reageert de minister op de uitkomsten van de conferenties die hij eind 1990 heeft gehouden over het universitaire bestuur en op het advies dat een commissie onder leiding van prof. dr. A. van der Zwan een jaar geleden uitbracht. In zijn notitie herhaalt Ritzen zijn eerdere standpunt dat hij de universiteiten een grotere vrijheid wil geven hun bestuursorganisatie naar eigen inzicht in te richten. Hoe ze dat doen moeten ze in een handvest vastleggen dat door de minister moet worden goedgekeurd.

Wel moet de indeling in faculteiten en vakgroepen gehandhaafd blijven. Anders komt mogelijk de academische vrijheid in gevaar. Dat argument geldt ook voor de bestuursorganisatie van de hogescholen. Ritzen vindt dat ze qua structuur meer moeten aansluiten bij de universiteiten. Dat maakt samenwerking bovendien gemakkelijker. Maar als ze niet willen hoeven de hogescholen hun middenniveau, dat van de faculteiten, niet te handhaven of te versterken.

De minister schrijft ook dat de invloed van de studenten op het bestuur van de universiteiten en hogescholen groter moet worden. Daardoor kunnen ze een grotere greep krijgen op het onderwijs. Wel vindt hij het voor de kwaliteit van het universitaire onderwijs noodzakelijk de studierichtingscommissies te handhaven. De rol daarvan zou kunnen worden versterkt, als het faculteitsbestuur de leden benoemt. Nu wordt de wetenschappelijke staf (maximaal de helft van de zetels) al benoemd, maar worden de studentleden door de studenten zelf gekozen. Ook dienen de studenten beter te worden geschoold in het bestuurswerk. Ritzen vindt dat een taak voor de landelijke studentenbonden, met wie hij daarover een convenant wil sluiten.

Aan de hogescholen kan voor de verbetering van de onderwijskwaliteit worden volstaan met een grotere zeggenschap van de studenten over het bestuur van de faculteiten.