Redt de democratie langs de dijken!

Autoriteiten, waar ziet men ze nog in hun natuurlijke habitat? Laten we er zuinig op zijn. De echte zijn zo hoog dat ze alleen van zich doen spreken. Maar soms zenden zij afgezanten. Naar zij zeggen, om het volk te leren kennen.

Zo gewoon als de plaats van handeling was, zo bijzonder de gebeurtenis. In het Gemeenschapshuis van Opijnen, naast de korfbalzaal, kwamen donderdagavond dertig mensen bij elkaar om te spreken over de verzwaring van de dijken langs Maas, Waal en IJssel. Dat doen zij al jaren. Maar er was een nieuwigheid. Belangstellende eregasten waren ingenieurs van Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen om te horen wat er aan de hand was aan de dijk.

Alsof bewoners en bezorgden niet eindeloos geprobeerd hebben hun democratische rechten te ontdekken. Die blijken nauwelijks te bestaan in de uit het jaar nul daterende waterstaatswetgeving. Alsof zij niet alles hebben ondernomen om het beeldschone rivierengebied te redden van de bulldozer, met brieven en bezoeken aan Den Haag, door rouwvanen langs de dijk te planten en pleisters op de mond te plakken, door boeken en een bomenbijbel te publiceren, door eindeloos te bedenken hoe het anders kan.

Tientallen jaren heeft een ruime meerderheid in de Tweede Kamer zich laten bedwelmen door ministers van waterstaat die het Watersnood-gevoel uitbuitten en wisselvallige maar oncontroleerbare veiligheidsnormen van Rijkswaterstaat napapegaaiden.

Tweehonderd kilometer rivierdijk in het bloesemende hart van Nederland licht er al ontzield bij, alsof daar nooit mensen hebben geademd en nooit planten hebben gegroeid. Ruim vierhonderd verdere kilometers zijn op de tekentafel al rechtgetrokken.

En dan stuurt de minister, via de hoogste waterbaas van Rijkswaterstaat, de provincie Gelderland en de poldervorsten van Tiel tot Culemborg een alleraardigste ingenieur naar het roerige volkje. Het is een waterbouwer van het open type, gereformeerd vrijgemaakt en ontspannen zomers van voorkomen. Hij is “gekomen om te horen wat u dwars zit”. Wat een warmte.

Het dossier moet een kamer vullen. De aanwezigen vormen geen actiegroep, het zijn gewoon burgers die gevoel en verstand op elkaar aangesloten houden en zich niet laten kisten. De meesten komen helemaal niet voor zichzelf op, laat staan voor hun eigen centen. Anders dan het gros dat op het Binnenhof loopt te klieren om Kamerleden voor de camera te lokken. Deze mensen willen voorkomen dat het Nederlandse rivierengebied het gestroomlijnde riool van Europa wordt.

Wat doet de minister? Zij stuurt een jonge ingenieur die gemachtigd is één of twee proefprojecten aan te kondigen, “waarvoor ik uw medewerking vraag”. Terwijl de polderdistricten huisje na huisje van bewoners ontdoen en de aannemerij wacht op de volgende prooi, mogen deze fijnbesnaarde zonderlingen een eindje mee-discussiëren met een jonge lokeend van Rijkswaterstaat.

Aan hem zal het niet liggen. Bij Sliedrecht heeft hij ook al een paar kilometer dijk met Jan en Alleman doorgepraat zodat de verbouwing er iets minder vreselijk uitziet. Wilt u de scheiding links of rechts, vroeg de kapper aan de kale man. De jonge ingenieur zal het ver brengen. Hij spreekt zinnen met een hoog spin off-gehalte. Onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp zweven in gewichtloze toestand door zijn verbale universum. Al te concrete vragen wil hij graag “meenemen”.

Zijn collega van de Unie van Waterschappen heeft een minder goede avond. Hij is een ingenieur van het Delftse type dat het bestaan van mensen als een hinderlijk factor in iedere berekening beschouwt. Terwijl zijn maat moeiteloos een “grotere procesmatige betrokkenheid” van de aanwezigen belooft, kreunt de afgezant van de uitvoerende regionale waterbonzen over de noodzaak tempo te houden èn te leren van de aangeboden proefprojecten: “dat is de perceptie waarbinnen ik moet manoeuvreren”.

Hij heeft het steeds over “de huidige problematiek”. Hoe zo? De Waal stroomt hier toch al eeuwen voorbij? De dijken worden toch al tientallen jaren op de schop genomen? Desgevraagd legt de waterschapper uit dat het huidige probleem vooral “een gebrek aan acceptatie” is.

Dat blijft het meest verhelderende antwoord van de avond. De minister en de hele waterhiërarchie krijgen natte voeten. De ban van 1953 dreigt gebroken te worden. Stel dat de Kamerleden Eisma (D66) en Rosenmöller (Groen Links) 20.000 gulden bij elkaar krijgen en het Waterloopkundige Laboratorium een begin kunnen laten maken met een onafhankelijk onderzoek naar de basis-veronderstellingen onder het hele dijkverhogings-program?

De Unie van Waterschappen heeft het probleem gedefinieerd en ernaar gehandeld door een public relations-bureau uit Den Haag in te schakelen. Het oude misverstand: met het beleid is niets mis, er zijn alleen mensen die dat niet door hebben. Een uitlegprobleem.

Maar dat zal ze niet meevallen. Drie groepen verontrusten hebben dit jaar een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Terwijl minister Alders goede milieu-sier maakt in Rio, moet de Nederlandse regering aan Brussel antwoorden waarom hier de wet niet wordt toegepast: opeenvolgende ministers van verkeer weigeren systematisch Milieu Effect Rapportages (MER) te laten uitvoeren voor het meest ingrijpende milieu-project van Nederland.

Volgens de uitvoeringsregels van de wet vallen rivierdijkversterkingen van minder van vijf kilometer buiten de MER-plicht. Staatkundige zedenverwildering, want de dijkverzwaring wordt gezien en behandeld als één programma. De Landsadvocaat adviseerde minister Maij in februari al een MER te laten uitvoeren voor een randweg bij Schiedam. Het laat zich raden wat de regering hoort te doen als zij met een appelboor door half Nederland wil gaan.

In de vrome documenten die de regering volgende week in Rio ondertekent wordt de heerlijkheid van de MER-procedure opnieuw bezongen. Laat niemand een ogenblik denken dat het gemeend is.

En overigens ben ik van mening dat alle honderdvijftig leden van de Tweede Kamer zich persoonlijk moeten afvragen of zij verantwoordelijk willen zijn voor wat zich langs de dijk afspeelt. Met democratische procedures heeft het slechts uiterlijk te maken. Het kan geen toeval zijn dat de Wiardi Beckman-stichting donderdag "De Republiek der Weerbaren' van Bas van Stokkom publiceerde. Het is een belangrijk pleidooi voor herontdekking van de burger als drijvende kracht van de democratie. Om op door te gaan. Maar dat ontslaat geen enkel Kamerlid van de plicht zelf te kijken en te denken. En op zijn minst een voorlopig halt toe te roepen aan deze milieuramp van menselijke makelij.