Politieke leiders EG hopen dat tijd Deense wond heelt

Na een eerste scherpe reactie op de kiezersopstand in Denemarken proberen de politieke leiders van de Europese Gemeenschap de crisis te bezweren met een beproefd middel bij onrust: tijd winnen. Tijd winnen voor de juristen die een list moeten verzinnen om het Verdrag van Maastricht alsnog in werking te laten treden. Tijd winnen voor de Denen, die hun "zonde' kunnen overdenken en alsnog op het rechte Europese pad mogen terugkeren. En tijd winnen om het verlangen naar meer referenda, elders, te smoren. Want luid klinkt in Europa de vraag: Hebben de Denen gelijk?

Dinsdag verwierp de bevolking van Denemarken met een nipte meerderheid de ratificatie van het Verdrag van Maastricht. Vrees voor Brusselse bureaucratie, voor overheersing door de grote landen en voor het "Europa van het establishment' was de belangrijkste reden. Donderdag verzekerden de EG-ministers van buitenlandse zaken dat de politieke en monetaire unie er hoe dan ook moet komen. Hoe precies, dat wisten ze niet.

Voor de kleine zeven maanden die nog resten voor het verdrag in werking zou treden, laten zich grofweg drie scenario's schetsen. De eerste twee gaan ervan uit dat de andere elf landen, zoals hun ministers verklaarden, volgens schema het verdrag zullen ratificeren. Het derde is de ondergang van "Maastricht'.

De tekst van het verdrag kan als herziening van de EG-verdragen alleen na unanieme goedkeuring in werking treden. Blijft Kopenhagen ratificatie weigeren, dan kan de juridische dienst van de Europese Commissie best een manier vinden om de muis die brulde te vertrappen. De elf zouden bijvoorbeeld de tekst kunnen onderbrengen in een nieuw verdrag. Desnoods treden zij ook nog uit de "oude' Gemeenschap, waarin Denemarken dan alleen zou achterblijven.

Premier Schlüter heeft al aangegeven dat zo'n drastische stap niet nodig is: de Deense regering zal aan reddingsplannen meewerken. Het land wil graag blijven profiteren van de interne markt, ook als het niet deelneemt aan de politieke samenwerking of aan de nieuwe centrale bank.

Een tweede mogelijkheid is dat als zij eenmaal het verdrag door hun eigen parlementen hebben geloodst, de elf Denemarken alsnog een uitzonderingspositie toestaan. In een protocol kan worden vastgelegd welke artikelen geen betrekking hebben op Denemarken. De regering in Kopenhagen zou "Maastricht' vervolgens opnieuw aan de bevolking kunnen voorleggen. En die kan, trots dat de politici een lesje is geleerd, dan best ja zeggen.

Beide mogelijkheden bevatten elementen van een "Europe à la carte': verschillende niveaus van integratie tussen verschillende landen voor verschillende beleidsterreinen. En dat is toch al onvermijdelijk als straks drie, vier of meer landen tot de EG toetreden, zeggen sommige waarnemers.

Scenario drie bevat meer drama: de Deense beslissing wakkert de twijfel in andere lidstaten aan, zodat ook daar het ratificatieproces stokt. In Frankrijk heeft president Mitterrand nu een eigen referendum aangekondigd, ongetwijfeld in de hoop daaruit als redder van het Europese vaderland tevoorschijn te komen. Maar hij introduceert niettemin een element van onvoorspelbaarheid in een ratificatieproces dat al bijna was afgerond. In Groot-Brittannië wil een luidruchtige minderheid in de Conservatieve partij het debat overdoen. Ook in Nederland, dat tot nog toe hooguit de schouders ophaalt over de verhuizing van de macht naar Brussel, klinkt de roep om debat en zelfs om een referendum.

Maar het gaat in dit scenario vooral om Duitsland, het land dat met zijn D-mark echt iets te verliezen heeft. "Denemarken redt de D-mark', schreef het massablad Bild al. En het voelde zoals vaker de stemming goed aan. Volgens peilingen direct na het Deense referendum keert een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het opgaan van de mark in een Europese munt - en dus tegen het Verdrag van Maastricht. In Duitsland staat geen referendum op de rol, maar het Deense besluit kan de oppositie tegen "Maastricht' net een beslissend steuntje in de rug geven.

Het Deense nee, zo schreven kranten in Europa en Amerika gisteren, is meer dan een afwijzing van de afspraken van december. Het kan worden gezien als een protest tegen - kort samengevat - anonieme ambtenaren en politici die op ondoorzichtige en ondemocratische wijze besluiten nemen die soms onbegrijpelijk zijn. Als het Deense referendum daarover echt een debat losmaakt, staat de EG nog een zware test te wachten: is er voldoende draagvlak voor steeds verdergaande integratie?

De reacties van officiële zijde gingen aan deze vraag voorbij. Mitterrand en Kohl verklaarden samen meteen dat de andere landen met "Maastricht' zouden doorgaan. In Nederland wezen CDA en VVD een referendum af. Maar de schok waarmee de politieke klasse in Europa het Deense nee ontving en de snelheid waarmee de beschuldigende vinger richting Commissie-voorzitter Delors werd gewezen, kunnen moeilijk worden beschouwd als uitingen van zelfvertrouwen.

Verscheidene regeringen erkenden direct na de topconferentie in Maastricht zelf al dat het verdrag niet is geworden wat men ervan had verwacht. Maar elk land heeft zijn eigen redenen om er toch aan vast te houden. Spanje, Portugal en Griekenland verwachten van de Europese Unie geld voor verbetering van hun infrastructuur. Italië hecht aan Brussel als overheid die wèl werkt. Frankrijk hoopt op de unie als politieke macht naast de VS, wil Duitsland in Europa verankeren en wil inspraak in het beleid van de Bundesbank. Duitsland verankert zichzelf, Groot-Brittannië wil niet aan de kant staan, en voor de Benelux-landen is de unie een vanzelfsprekende stap naar verdere integratie.

Aan de burger is dat allemaal niet makkelijk uit te leggen, zoveel is in Denemarken wel gebleken. Maar alleen in Groot-Brittannië is van te voren uitgebreid over het verdrag gedebatteerd. In de andere landen was het EG-overleg vooral een zaak voor een legertje ambtenaren en enkele politici. Wanneer daar de discussie nu, maanden na ondertekening, alsnog losbarst is de uitkomst allerminst zeker. En met de Defensie Gemeenschap in 1954 is al eens een Europees verdrag na ondertekening verdwenen in de prullenmand.