NICCOLÒ MACHIAVELLI; Een Florentijn verscheurd tussen eerzucht en eenzaamheid

Niccol= Machiavelli. Denker en cynicus door Karl Mittelmaier 431 blz., Tirion 1992, vert. C. W. van de Wal (Machiavelli. Moral und Politik zu Beginn der Neuzeit, Katz 1990), f 69,50 ISBN 90 5121 299 2

The Machiavellian Cosmos door Anthony J. Parel 203 blz., Yale University Press 1992, f 65,60 ISBN 0 300 05169 7

Elke tijd heeft zijn eigen vergif. De laatste dronk van Socrates was uit dollekervel bereid, Indianen uit het Amazonegebied gebruikten op hun pijlen het nu nog in de geneeskunde toegepaste curare (wurali), en het geslacht van de Borgia's bediende zich van het witte arseen (cantarella), het vergif bij uitstek van de Italiaanse renaissance.

De Borgia's zijn een toonbeeld van het soort heerser dat in Italië ten tijde van Machiavelli de macht veroverde, handhaafde en weer verloor: tiranniek, veelzijdig, militair expansief, spilziek, kunstminnend, ondernemend en wreed. In 1492 steeg hun invloed ten top, toen Rodrigo Borgia door omkoping en bedrog tot paus werd gekozen. Niet lang daarna begon deze Alexander VI vermogende kardinalen te vergiftigen om zo hun bezittingen te kunnen plunderen. Ook de kardinaal van Modena smaakte het witte arseen. De paus zat aan het sterfbed zodat hij het huis van de overledene terstond en persoonlijk leeg kon roven.

Van Alexander VI worden ongelooflijke dingen beweerd en al zit daar veel laster bij, min of meer vast staat toch wel dat hij bij zijn dochter Lucrezia een kind verwekte. Voor deze spruit waren vader, grootvader en Heilige Vader dus een en dezelfde persoon, wat een heel nieuw perspectief op de symboliek van de Drieëenheid moet hebben geboden.

In 1493 erkende de paus zijn achttienjarige zoon Cesare en benoemde hem ondanks algehele verontwaardiging tot kardinaal. Deze uitgekookte woesteling ging als een storm over het land; hij veroverde bijna heel Midden-Italië en had geen enkele scrupule in diplomatie, oorlogsvoering of bestuur. Zijn leger was meedogenloos en zijn handelen onvoorspelbaar. In Rome fluisterde men dat de paus nooit deed wat hij zei en dat zijn zoon Cesare Borgia nooit zei wat hij deed. En wat hij deed was vreselijk. Zelfs zijn broer Giovanni - vermoord in de Tiber aangetroffen - en zijn zwager zouden door zijn hand gestorven zijn.

Voor zijn tijdgenoten was Cesare de baarlijke duivel, maar hij had ten minste één bewonderaar, een bewonderaar die hem later nog in roem zou overtreffen. Dat was Niccol= Machiavelli (1469-1527). In diens bekendste boek, Il Principe (De Heerser), waart de schim van Cesare Borgia voortdurend rond en sommigen beweren zelfs dat het beeld van de volmaakte vorst bijna uitsluitend op deze schurk is geïnspireerd.

BLEEKJES

Machiavelli heeft als gezant van Florence Cesare Borgia verschillende keren ontmoet. Zij waren verschillende persoonlijkheden. Naast het charisma van Cesare stak Machiavelli wat bleekjes af, of zoals zijn eerdere biograaf Villari het noemt: ””Alles toonde aan hem de zeer spitse observeerder en denker, echter niet een respect afdwingende man.'' Machiavelli werd in de loop van zijn leven een even ijverig als geslepen onderhandelaar, maar de verpletterende activiteit en de onberekenbare doortraptheid van Borgia zou hij nooit evenaren.

Daarvoor ontbrak het hem natuurlijk ook aan macht en de juiste afkomst. Hij stamde uit een oude Toscaanse familie die verarmd was en weinig aanzien genoot. Zijn vader was geen paus maar een gewone rechtsgeleerde, hoewel hij verscheidene boeken bezat, wat in die tijd - niet lang na de uitvinding van de boekdrukkunst - vrij ongebruikelijk was. Niccol= kreeg een gedegen klassieke opvoeding. Van zijn verdere vroege leven weten we weinig af, zoals ook weer blijkt uit de recent verschenen biografie van Karl Mittelmaier. Pas in zijn negenentwintigste levensjaar zien we Machiavelli het Florentijnse toneel betreden na het oproer dat tot de terechtstelling van de dominicaner boetprediker Savonarola had geleid. Hij klom meteen op tot hoofd van de Tweede Kanselarij, een hoge functie in het stadsbestuur. Savonarola had zich in de voorgaande jaren fel verzet tegen de paus en tegen het bewind van de Medici in Florence. Hij was erin geslaagd met behulp van de Franse koning een half theocratisch bewind te vestigen. Na een reeks Khomeini-achtige hervormingen kwam hij bij een nieuwe opstand ten val en 23 mei 1498 stierf hij op de brandstapel van het Piazza della Signoria.

Door deze turbulenties kwam Machiavelli als (voorzichtig) tegenstander van Savonarola bovendrijven voor zijn bestuurspost, die hij met een aantal andere taken - waaronder veel gezantschapsreizen - tot 1512 zou vervullen. Toen eindigde de heerschappij van de hem gunstig gezinde Soderini en keerden de Medici's in Florence terug. Machiavelli werd ontslagen en belandde het jaar daarop in de gevangenis op beschuldiging van samenzwering. In zijn cel zaten, zoals hij later in een gedicht aan Giuliano dei Medici klaagde, ratten zo groot als katten en luizen die wel vlinders leken.

ZELFBEKLAG

In diezelfde maand kozen de kardinalen een Medici tot paus, Leo X, en de vreugde in Florence was zo groot, dat dagenlang feest werd gevierd en een algehele amnestie werd afgekondigd. Ook Machiavelli profiteerde hiervan. Hij trok zich terug op zijn bezitting in Sant-Andrea, even buiten de stad. Daar schreef hij zijn belangrijkste boeken, Il Principe, de Discorsi, literair werk (zijn komedie Mandragola wordt nog altijd gespeeld) en veel brieven, die soms in hun melancholieke zelfbeklag iets weg hebben van Ovidius' roemruchte epistels Ex Ponto uit diens verbanningsoord aan de Zwarte Zee.

Zo schetste Machiavelli aan zijn in Rome verblijvende vriend Vettori in een beroemd geworden brief, hoe voor hem op het platteland de dag verliep: ””Ik sta op met de zon en begeef mij naar een heel klein bos dat ik laat uitdunnen. Daar breng ik twee uur door met het werk van de vorige dag te bekijken en de tijd te verdrijven met de houthakkers die onderling of met de buren altijd gekheid uithalen. (...) Ik keer terug naar een herberg, praat met wie langskomen, vraag naar nieuwtjes uit hun streek, kom van alles en nog wat te weten en leer hoe verschillend meningen en de verbeelding van mensen toch zijn. Intussen wordt het etenstijd...''

En dan 's avonds, zo gaat Machiavelli even later verder, en het neemt hem voor ons in, ””keer ik naar huis terug en betreed mijn studeerkamer. Op de drempel trek ik mijn dagelijkse met stof en slijk bedekte kleren uit en ik steek me in een koninklijk en rijk gewaad. Zo passend gekleed treed ik de eerbiedwaardige hof van grote mannen uit de Oudheid binnen. Daar word ik liefdevol ontvangen en voed mij met de spijs die het enige voedsel is waarvoor ik ter wereld ben gekomen (...) Vier uur lang voel ik geen verdriet, vergeet ik al mijn zorgen, vrees de armoede niet en word ik niet verontrust door de dreiging van de dood; met hart en ziel geef ik me aan hen over.''

In gesprek met deze groten schrijft hij dan zijn later zo invloedrijk geworden werk. Hier zet Machiavelli zijn radicale politieke opvattingen op papier die elk handelen van zijn morele waarde ontdoen en alleen het staatsbelang, dus de wil van de heerser laten gelden. Die extreme houding wordt wel eens verklaard uit de frustraties van de op een zijspoor gezette Machiavelli; hij zou zijn afwezigheid in de politiek hebben willen compenseren door een zo krachtig mogelijk standpunt in te nemen.

KOETERWAALS

Karl Mittelmaier is geen aanhanger van dergelijk goedkoop gepsychologiseer, maar helaas is dat een van de weinige aardige dingen die van zijn biografie kunnen worden gezegd. Het is een onevenwichtig, slecht geschreven en simplificerend boek vol door elkaar gehusselde passages die door de matige vertaling vaak ook nog tot een merkwaardig koeterwaals zijn verworden. Mittelmaier krijgt geen greep op Machiavelli en hij verstrikt en verslikt zich herhaaldelijk in de gecompliceerde Italiaanse geschiedenis, waarvan hij soms te veel en dan weer te weinig vertelt, maar zelden het goede op de juiste plaats.

Van een biografie over een belangrijk denker mag je verwachten dat het erin beschreven leven en de vermelde historische omstandigheden iets aan het werk van die denker toevoegen. Dat is hier nauwelijks het geval. De vraag in hoeverre de chaotische tijd van Machiavelli, de pest, de oorlogen, de corruptie en de moordpartijen waarop de gifmengerij en het bedrog van de Borgia's geen uitzondering vormden, op Machiavelli's ontluisterende opvattingen invloed hebben gehad, speelt bij Mittelmaier een te verwaarlozen rol.

Zo'n vraag wordt wel gesteld in het originele The Machiavellian Cosmos van Anthony J. Parel. Dit boek gaat dan wel nauwelijks in op Machiavelli's persoonlijke leven, maar Parel doet een hardnekkige poging diens werk te begrijpen vanuit het renaissancedenken, zonder zich te veel door latere interpretaties te laten leiden. Niet dat hij afwijkt van het gangbare perspectief, dat Machiavelli vooral revolutionair is in de radicale scheiding tussen politiek handelen en de morele oordelen daarover, maar hij laat zien dat Machiavelli niet de moderne denker is die men van hem maakt.

Volgens Parel verliet Machiavelli zich bij voorbeeld veel meer op de astrologie dan zijn latere commentatoren ons altijd hebben willen doen geloven. Wie denkt dat ons gedrag in de sterren staat geschreven, is snel geneigd de wilsvrijheid en de eigen verantwoordelijkheid te ontkennen en zo wat goed en kwaad is niet meer relevant te vinden. Dat sluit aan bij Machiavelli's idee, dat alle middelen het politieke doel heiligen.

De discussie over astrologie en de vrijheid van willen en handelen werd gedurende de gehele renaissance gevoerd. Pico della Mirandola's Disputaties tegen de astrologie waren voor intellectuelen als Machiavelli gemeengoed. De kwestie speelde in de polemiek tussen Luther en Erasmus, in de Verhandeling tegen de voorspellende astrologie van de bovengenoemde Savonarola en in de uitvoerige discussies over astrologie en het onvermijdelijke lot in Shakespeare's King Lear.

BLIKSEM

Machiavelli geloofde als de meesten van zijn tijdgenoten in tekens uit de kosmos. Bij het beleg van Pisa liet hij zich als adviseur deels door astrologische overwegingen leiden en toen in 1511 de bliksem insloeg in de Signoria, waar hij aan het werk was, stelde hij onmiddellijk zijn testament op. Het leven werd naar zijn idee bepaald door kosmologische wetmatigheden, die aan dergelijke natuurverschijnselen konden worden afgelezen. Dat gold ook voor de opkomst en ondergang van staten, regeringsvormen en heersers.

Of Machiavelli's wereldbeeld ook sterk door de humeurentheorie werd bepaald, Parels tweede hypothese, is voor mij echter de vraag. Want al vergelijkt Machiavelli staten en regeringsvormen vaak met het menselijk lichaam, dat ”een heerser' als hoofd heeft, gezuiverd moet worden van vreemde smetten, etc., een nauwkeuriger uitwerking van die metafoor op grond van de humeurentheorie wordt door Parel niet aannemelijk gemaakt.

Men onderscheidde in de renaissance vier humeuren, vier menstypen die door hun constitutie zowel lichamelijk als psychologisch vergaand waren gedetermineerd. Al deze typen: cholerici, flegmatieken, sanguinen en melancholieken, werden door een specifieke mengverhouding van de lichaamssappen - gele gal, slijm, bloed en zwarte gal - gekenmerkt. Daarbij stonden tegenstellingen als koud-warm en droog-vochtig centraal. Nu zien we bij Machiavelli ook grote belangstelling voor opposities in zijn politieke analyses, maar hij past deze humeurenleer nooit in detail op die analyses toe.

Toch werpt The Machiavellian Cosmos nieuw licht op de beperkte vrijheid die Machiavelli aan het handelen toeschrijft door te accentueren hoe volgens hem de onverschilligheid van het grillige lot kosmologisch bepaald is; Fortuin heeft niets met de goddelijke Voorzienigheid uit te staan. Er blijft bij Machiavelli echter meer ruimte voor die vrijheid dan Parel suggereert. We kunnen ons immers gedeeltelijk tegen het noodlot indekken. In Il Principe schrijft Machiavelli (in de mooie vertaling van Frans van Dooren): ””Ik vergelijk het lot met een van die woeste rivieren die in hun gramschap hele vlakten onder water zetten, bomen ontwortelen en gebouwen onverwerpen (...): iedereen gaat voor hen op de vlucht en wijkt voor hun geweld zonder er ook maar iets tegen te kunnen doen. Maar het feit dat die rivieren zo zijn, betekent niet dat men in perioden van rust geen voorzorgsmaatregelen kan nemen door het aanleggen van beveiligde plaatsen en dijken...''

En wat verder heet het - en hier horen we al haast het gestampvoet van Cesare Borgia: ””En wanneer we (de fortuin) eronder willen houden, is het noodzakelijk haar te lijf te gaan en af te ranselen. Het blijkt namelijk dat zij zich eerder laat bedwingen door iemand die hardhandig optreedt dan door iemand die met zachtheid te werk gaat. En omdat zij een vrouw is, staat ze vooral op goede voet met mannen die nog jong zijn, aangezien die minder voorzichtig en meer agressief zijn, en haar met meer brutaliteit naar hun hand durven zetten.''

Maar vaak laat het lot zich helemaal niet bedwingen en Machiavelli heeft dat het laatste deel van zijn leven aan den lijve ondervonden. Hoezeer hij ook in de politiek probeerde terug te keren, de nieuwe machthebbers wensten zich niet meer met hem af te geven, op een incidentele opdracht na. Pijnlijk is de anekdote die meldt hoe Lorenzo dei Medici, toen de eerzuchtige Machiavelli hem zijn Il Principe kwam aanbieden, meer oog had voor de twee jachthonden die hij net cadeau had gekregen.

Machiavelli bleef streven naar een succesrijke carrière, maar de tragiek van het door hemzelf zo treffend gekarakteriseerde onverschillige lot bepaalde, dat die carrière pas na zijn dood begon.