NGO's als horzels en gesprekspartners

RIO DE JANEIRO, 6 JUNI. Wat ook de uitkomst mag zijn voor de bossen, het klimaat of de biodiversiteit, na de VN-milieutop in Rio de Janeiro is er in elk geval één soort verzekerd van een duurzaam bestaan: de niet-gouvernementele organisatie (NGO). Met het uitsterven van de dictaturen heeft overal op de wereld het particulier initiatief zijn greep op de politiek versterkt. Van groepjes tot massale bewegingen, van militanten tot holisten, van kinderen tot bejaarden, van de Eerste tot de Derde wereld - de lobbygroep van de niet-gouvernementele organisatie is niet langer weg te denken. Met eigen research of protestactie poogt deze de officiële politiek tot andere gedachten te brengen.

Vooral op milieukwesties gedijt de NGO. Niet minder dan 1420 NGO's zijn geaccrediteerd bij de VN-conferentie voor milieu en ontwikkeling (UNCED), van wie 800 à 1.000 vertegenwoordigers hebben gezonden naar de officiële conferentie in Rio de Janeiro. Vele honderden van deze NGO's nemen dan nog eens deel aan de "parallelle' conferentie in Rio speciaal voor NGO's, het Global Forum.

Sommige NGO's kunnen tijdens deze conferentie op eigen kracht hun stem verheffen of een vuist maken, zoals het Wereldnatuurfonds, Greenpeace, de International Council for the Conservation of Nature en Friends of the Earth. Andere zijn daarvoor te klein en verenigen zich in "netwerken', "instituten', "allianties' of "platforms', zoals de meer dan vijftig Nederlandse NGO's die zich voor UNCED aaneensloten in het zogeheten "Platform Brazilië'.

Daarin zijn - naast het milieu - talloze maatschappelijke sectoren vertegenwoordigd, zoals wetenschap, vrouwen, werkgevers en -nemers, het bedrijfsleven en consumentenorganisaties.

Nederland behoort niet tot de landen waar de regering niet-gouvernementeel uitlegt als anti-gouvernementeel: Nederland behoort tot de zeventig UNCED-deelnemers waar de NGO's officieel deel uitmaken van de delegatie. In het Nederlandse geval voeren zij elke dag met de ambtenaren overleg over de te varen koers en voegen zich bij de Nederlandse onderhandelaars in de vergaderingen en werkgroepen.

“NGO's zijn geen Fremdkörper meer”, zegt de Nederlandse delegatieleider, minister Hans Alders van VROM. “Nederland is een overlegdemocratie bij uitstek en de NGO's bevorderen de interactie.” Maar hij erkent wel dat zij een dubbelrol spelen: “Een NGO is zowel horzel als gesprekspartner.”

Hans Opschoor, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en voorzitter van het Platform Brazilië, neemt in Rio deel aan de werkgroep die zich bezighoudt met de financiering van de UNCED-plannen: “Gisteren kwam de voorzitter van de werkgroep met een voorstel dat mij niet beviel. Toen heb ik onze onderhandelaar onmiddellijk een seintje gegeven en een alternatieve tekst voorgelegd.”

Opschoor is niet aan een instructie gebonden, zoals de ambtenaren in de delegatie, maar hij mag dan ook niet zelf onderhandelen. “Maar het zou de sfeer in de delegatie wel verslechteren als een ambtenaar niet deed wat ik hem influisterde”, meent Opschoor, die echter zegt “tot nu toe geen klagen” te hebben. Veel NGO's ontbreekt het overigens nog aan ervaring en kennis. “Je zou kunnen zeggen dat UNCED de NGO's opvoedt.” Maar ook het omgekeerde geldt. Opschoor: “Het leuk te merken dat een buza-ambtenaar (van Buitenlandse Zaken - red.) langzamerhand weet wat kooldioxyde is.”

In veel landen, bijvoorbeeld in Latijns Amerika, lijkt het succes van de NGO's verband te houden met het slechte bestuur van de regering. In Nederland geniet in elk geval het milieubeleid veel steun. Volgens Opschoor is dat vooral te danken aan de inspanningen van de NGO's. Landen waar deze organisaties geen of weinig invloed hebben, zoals Maleisië dat een "ander' milieubeleid voert, verwijten Nederland daarom nogal eens dat het “door de NGO's wordt geregeerd”.

Yolanda Kakabadse, coördinator tussen de VN-conferentie en de NGO's, gelooft niet dat NGO's een alternatieve regering willen vormen, maar eerder een nieuw regeringsvorm wensen binnen de bestaande. “Zo kan het volk zijn stem echt laten horen”, zegt ze. En dat is nodig, want als UNCED resultaten afwerpt is dat “niet meer dan papier”. “Alleen het volk kan en moet die plannen uitvoeren.”

Sommige NGO's op het Global Forum wijzen UNCED af, wegens het “handjeklap” dat men er speelt. Deze "factie' probeert met eigen documenten (zoals een NGO-Handvest voor de Aarde) tegenwicht te geven, maar verliest de laatste tijd terrein van de grote NGO's die actief deelnemen in UNCED. “Zij ontdekken dat hun macht eerder ligt in vergaderen, dan het blokkeren van een haven”, zegt een delegatielid. En omgekeerd geldt hetzelfde. Kakabadse: “Veel VN-diplomaten waren een jaar gelden nog als de dood voor NGO's. Nu zien ze dat die hun eigen ideeën weerspiegelen.”

Foto: Op het Global Forum, de parallelle Rio-conferentie van de NGO's. (Foto Hans Steketee)