Medische technologie

In NRC Handelsblad van 12 mei staat een alarmerende bijdrage van mevrouw Heleen Dupuis.

Zij beschrijft daarin twee zeldzame ziektegevallen en één geval van zig-zag beleid bij en na sterilisatie van een vrouw. Op grond van slechts drie uitzonderlijke gevallen concludeert Dupuis dat de geneeskunde ernstig uit de hand is gelopen en dat patiënten eindeloos met zich laten sollen.

Onjuist is haar stelling dat vrouwen in de vruchtbare leeftijd vier maal zoveel gezondheidszorg consumeren als mannen. Op bladzijde 10 van het rapport van de Commissie Dunning staat de werkelijke verhouding. Voor een man van die leeftijd wordt gemiddeld ƒ 1700,- per jaar uitgegeven, voor een vrouw ten hoogste ƒ 2300,- (dus 1,35 maal en niet 4 maal zoveel). Het hogere bedrag kan worden verklaard uit de medische hulp voor anticonceptie, zwangerschap en bevalling.

Dupuis stelt, dat de door haar besproken problemen dateren van na 1970. Het was in 1950 al zo voor de Engels/Amerikaanse geneeskunde en in 1960 voor ons land. Dat vorderingen in de geneeskunde nieuwe stof tot nadenken of zelfs problemen opleveren, is altijd zo geweest. Wij mogen onze vakbroeders in Engeland en de VS erkentelijk zijn dat zij nieuwe ontwikkelingen en de begeleidende problemen goed hebben gedocumenteerd. Na 1970 waren deze ervaringen bij medici voldoende bekend, evenals de ethische facetten.

Ook de artsen in ons land zijn op de hoogte, maar hun gedachtenwisseling is waar die hoort, onderling en met de patiënt. Dupuis voert ook nog de patiënt ten tonele als iemand die niet van ophouden weet, alle pillen door elkaar eet en voor elk pijntje naar de dokter holt. Dit is niet in overeenstemming met de ervaring. De meeste mensen willen helemaal niet graag naar de dokter, dit weet iedereen. Wel is het zo dat ten hoogste vijf procent van de mensen een periode in hun leven hebben, waarin zij schijnbaar overbodig de arts frequenteren. Maar deze mensen zijn meestal niet vrij van enig ongemak, en ook een onevenwichtige natuur is een ongemak.