Lubbers ziet niets in referendum

DEN HAAG, 6 JUNI. Premier Lubbers heeft zowel praktische als principiële bezwaren tegen een referendum over de verdergaande Europese eenwording. Lubbers zei dit gisteren na afloop van de ministerraad.

Het praktische bezwaar is dat de Nederlandse grondwet niet voorziet in een beslissend referendum. Lubbers principiële bezwaar is dat bij ingewikkelde kwesties als de vorming van een Europese politieke en monetaire unie de afwegingen beter door het parlement kunnen worden gemaakt. Uit het referendum in Denemarken, waar de bevolking deze week met een krappe meerderheid het Verdrag van Maastricht afwees, was volgens Lubbers niet duidelijk geworden waarom de Denen het verdrag eigenlijk afwezen. In het parlement kan dat wel blijken, aldus Lubbers.

Lubbers gaf als verklaring voor de afwijzing door de Denen dat zij “altijd al wat excentrisch zijn geweest in de wijze waarop zij de gemeenschap hebben belicht”. De twijfel over de verdere eenwording van Europa die volgens Lubbers ook in andere landen groeit, heeft echter eveneens te maken heeft met “het grote politieke onbehagen in het algemeen”. Dat onbehagen verklaart Lubbers uit de aantasting van de legitimatie van Westeuropese regeringen door het wegvallen van de militaire dreiging van het Oostblok. Ook de grote bezorgdheid over asielzoekers en grensoverschrijdende criminaliteit speelt volgens Lubbers een rol. De regeringen moeten nog meer gaan uitleggen waarom de Europese eenwording noodzakelijk is, aldus de premier.