Kritische kunst tussen reclame en muzak in Venlo

Tentoonstelling: Pop & Artvertising. Museum Van Bommel-Van Dam, Deken van Oppensingel 6, Venlo. T/m 30 aug. Di. t/m vr. 10-16.30, za. en zo. 14-17u. Catalogus ƒ 27.50.

Er valt wat te beleven in het museum Van Bommel-Van Dam in Venlo.

Komen er normaal gesproken niet meer dan zo'n 250 bezoekers per week, tijdens de tentoonstelling "Pop & Artvertising' zijn het er tien keer zoveel. De toeloop, deels te verklaren door de aandacht die het NOS Journaal aan de tentoonstelling besteedde, heeft zeker ook te maken met het onderwerp. Reclame is "in'. En reclame is kunst. Dat hebben de Amerikaanse Pop Art-kuntenaars van de jaren zestig immers aangetoond. Of niet soms?

Volgens de samenstellers van de tentoonstelling dringt nu pas tot velen door hoezeer reclame en kunst met elkaar verweven zijn. Maar dat is hen nog niet genoeg, want “in het grenzenloos 1992 wil het museum Van Bommel-Van Dam de nog resterende grenzen tussen kunst en reclame openbreken” .

Voor de gelegenheid is het museum omgedoopt in "Mubo' en zijn de buitenmuren knalgeel geschilderd en van een blauwe band voorzien, een kleurencombinatie die staat voor grote omzet, lage prijzen. Voor de deur staat een rij supermarktkarretjes; op het dak prijkt een reuzen Cola-fles en een blik Campbell soep en net als in een echte supermarkt is de kassa niet bij de ingang maar bij de uitgang.

Binnen, waar als muzak "Time is on my side' van The Stones te horen is, bestaat het assortiment uit een mengeling van Pop art-achtige hebbedingetjes, "echte' Pop-Art, hedendaagse Nederlandse kunst die met enige fantasie Neo-Pop genoemd kan worden, produkten van sponsors en supermarkt artikelen. Zo tref je behalve de prachtige assemblage "Interior 83' van Tom Wesselman ook de Mazda aan van de bekroonde reclame met twee vrijende poppen. De Rotterdamse kunstenaarsgroep Kunst & Vaarwerk is in de tentoonstelling opgenomen met foto's op billboard-formaat van haar veelal in het havengebied uitgevoerde opdrachten, bijvoorbeeld de bolvormige gastank die zij als voetbal beschilderde. Van Rob Scholte hangt er onder andere een knullig nageschilderde Beatles-platenhoes uit 1987 en zijn meer recente Zwitserleven Gevoel. Woody van Amen, Nederlands Pop-kunstenaar van het eerste uur is present met de flipperkast "Sexbom' uit 1965. En natuurlijk is op deze tentoonstelling ook plaats gemaakt voor Servaas met zijn eeuwige ingeblikte vislucht en flesjes visparfum, jawel hoor: op de visafdeling.

Pop & Artvertising is gebaseerd op de doctoraalscriptie "De invloed van Pop Art op de hedendaagse reclame, het gevolg van een nieuwe pophouding?', geschreven door Pascalle Mansvelders. Het lijkt erop dat Mansvelders er niet veel van begrepen heeft. In de catalogus doet zij het voorkomen alsof de Pop Art is ontstaan uit de "popcultuur', waarvan het hart werd gevormd door de popmuziek. “Met een vaak koele opzettelijkheid traden kunstenaars toe tot deze, door de muziek ontdekte, cultuur,” aldus Mansvelders. “En sinds die tijd vechten twee legers onder het vaandel "pop'. Die twee legers hebben veel met elkaar gemeen, al is het een groot verschil dat de een - de popmuziek - de popcultuur "aanvaardt', terwijl de Pop Art 'in een enthousiasme voor subcultuur een zekere ironie invatte.” Elders betoogt Mansvelder: “Voortkomend uit popmuziek is de schuld die Pop Art aan de muziek heeft groot.”

Als gevolg van slecht inzicht en denkfouten is Pop & Artvertising een afschuwelijk botte tentoonstelling geworden. Het idee om Pop Art terug te brengen in de wereld van de consumptie - in een tot supermarkt omgebouwd museum - tussen reclame, die "eigenlijk' ook kunst is en popmuziek als muzak, is op papier al een verkeerd idee. Pop Art hoort in een kunstverzameling of in een museum, desnoods in het depot. Daar komt ze tot haar recht.

Pop Art was een kritische kunst, al schreeuwden de kunstenaars, die tot deze stroming gerekend kunnen worden dat niet van de daken. Het was een banale kunst, bedoeld als inenting om afweer op te bouwen tegen iets waar ze zich nu in Venlo middenin bevindt.

Hoewel je vraagtekens kunt zetten bij de artistieke vrijheid die kunstenaars genoten bij hun galerie - Castelli in New York - was hun vrijheid oneindig veel groter dan die van copywriters en art directors die geheel andere meesters in totaal andere omstandigheden moeten dienen.

Een tentoonstelling over de invloed van Pop Art op de milieu-beweging zou interessanter geweest zijn en van meer betekenis dan een die de grenzen tussen reclame en kunst wil "openbreken', omdat er hier en daar wat oppervlakkige en uiterlijke overeenkomsten zijn aan te wijzen tussen reclame en kunst.

Onbedoeld toont de tentoonstelling aan dat we toch met twee verschillende werelden te maken hebben. Tussen de colaflesjes op de schappen in het museum staat een flesje met fallusachtige uitstulpingen dat daar niet op thuis hoort. Het geheel is goudgeschilderd door de Japanse kunstenares Yayoi Kusama, die met de beste wil van de wereld niet tot de Pop Art gerekend kan worden. Als ze zo nodig ingedeeld moet worden dan maar bij het Nouveau Realisme van Yves Klein, Arman of Spoerri. Bij Kusama's handgemaakte kunstobjekt uit de beginjaren zestig ontbreekt een naambordje. Haar kunst zou moeten opgaan in de schoonheid van het massa-artikel. Maar dat gebeurt gelukkig niet. Tegen de verdrukking in houdt ze stand.

Hoewel ik nooit zo de neiging heb iets te jatten, niet van musea noch van middenstanders, kon ik het gouden flesje in Venlo slechts met moeite laten staan. Niet uit hebzucht, maar uit beschermingsdrang.