Kabinet beperkt uitgaven; Ministeries gekortwiekt in voorlichting

DEN HAAG, 6 JUNI. De Haagse ministeries moeten met ingang van 1994 ruim zestig miljoen gulden bezuinigen op hun uitgaven voor voorlichting en public relations. Het ministerie van economische zaken wordt met een bezuiniging van ruim 15 miljoen het zwaarst aangeslagen.

Dit is gisteren in de ministerraad besloten. Uit een recente studie van de Algemene Rekenkamer, in opdracht van premier Lubbers, blijkt dat de uitgaven van de rijksoverheid voor voorlichting en public relations ruim 660 miljoen gulden belopen. Dat is bijna een verdrievoudiging ten opzichte van 1983.

Deskundigen en betrokkenen verklaren dit uit de wil van veel ambtelijke diensten zich teweer te stellen tegen dreigende reorganisaties. Daarom startten ministeries in de jaren tachtig in toenemende mate imago-campagnes. “Die zijn doorgeschoten”, zegt plaatsvervangend directeur voorlichting van Sociale Zaken, A.D. de Roon, tevens bestuurslid van de Vereniging van public relations-adviseurs, NGPR.

Ook gingen diverse ministeries over tot de introductie van een nieuwe "huisstijl'. De uitgaven daarvoor zijn volgens het kabinet eveneens onverantwoord gestegen. Zo geeft het ministerie van verkeer en waterstaat momenteel zes miljoen gulden uit aan een nieuwe huisstijl, die volgens ex-directeur voorlichting Mijnten “beheerste beweging” uitbeeldt en beoogt het "wij-gevoel' van de op het ministerie werkzame ambtenaren te vergroten.

Ook bestaat er in het kabinet twijfel over het nut van door reclamebureaus opgezette voorlichtingscampagnes. Zo is uit een onderzoek van het NIPO gebleken dat een campagne van het ministerie van onderwijs, die beoogde het imago van lerarenopleidingen te verbeteren, geen enkel effect had. De campagne kostte ruim een miljoen gulden.

De public relations-branche reageert luchtig op het kabinetsbesluit. De groei van de sector gaat de laatste jaren zitten in het werken voor lagere overheden. Het zogenomede "city marketing' heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. De meeste bureaus gaan ervan uit dat deze trend zich voorlopig voortzet.