Het monster is niet meer te beteugelen; In Zuid-Afrika is het geweld de huizen binnengedrongen

Vijftien moorden in het weekeinde als gevolg van wat met een gemakzuchtige term "politiek geweld' wordt genoemd. De blanken merken er weinig van, de meesten van hen hebben in Sebokeng, Soweto of Sharpeville nog nooit een voet gezet. Volgens de meeste onderzoekers vormen veertig jaar apartheid de wortel van het geweld in de Zuidafrikaanse townships. En wat langzaam is ingevreten kan niet snel worden hersteld: In de jaren tachtig was geweld bij alle partijen toegestaan, nu is het bijna onmogelijk de samenleving te demilitariseren. "Het geweld heeft van onze kinderen beesten gemaakt.'

Morena Monkge staart in de verte om niet te huilen. Een lange, gracieuze jongen die in achttien jaar al te veel heeft gezien. Gisteravond vond hij zijn vader dood in het huis van de buren. Morena wijst een plek aan ter grootte van een appel boven zijn rechteroor. Daar was het hoofd van zijn vader opengeschoten door een kogel van dichtbij.

Een koude, zonnige zaterdagmorgen in Sebokeng. Vrienden en familie van wijlen Teboko Monkge, 52 jaar, komen traag aangelopen door de stoffige straten van de township. Ze gaan verspreid in het tuintje voor het huis staan en zeggen niets. Een tableau vivant van berusting bij de dood.

In het huis van de buren zwijgen vijftien mensen onder een kleurenplaat van het Laatste Avondmaal. Hier kwam buschauffeur Teboko Monkge gisteren met zijn vrienden Mokhele Mphime (49) en Jacob Phadi (56) na de werkweek wat bijpraten. Onbekende mannen drongen het huis binnen, legden het drietal op de grond en op het bed en schoten hen door het hoofd. Ze namen de video mee, de televisie, kleding en Jacobs weekloon van 225 gulden.

In de kleine slaapkamer is het bed getuige. Het matras is nat van het bloed. Op de grond ligt een grote plas bloed. Rode voetsporen gaan de woonkamer in. Nu en dan klinkt een snik.

Het is de dagelijkse, onbegrijpelijke routine van het geweld in Zuid-Afrika. Teboko, Mokhele en Jacob hadden niets met de politiek. Ze waren niet van het ANC, ze waren niet van Inkatha, ze hadden geen leidende functies in de wijk en ze waren geen gangsters. Ze waren gewone vaders van gezinnen, die dat internationale ideaal delen: met rust gelaten te willen worden.

Dan komen de verhalen. In het ANC-gebied Sebokeng worden de mensen vermoord door Inkatha-aanhangers uit het nabijgelegen hostel, een complex van barakken voor migranten-arbeiders. Ze zien iedere onschuldige wijkbewoner als een ANC'er en geven een criminele tint aan hun daden, door alle goederen van waarde mee te nemen. De politie werkt mee, om onrust in de township aan te wakkeren. Waarom is de politie altijd drie tot vijf minuten na een moord ter plaatse, zonder dat iemand ze heeft gewaarschuwd? Waarom nemen ze meteen de kogelhulzen mee? Waarom wordt er nooit een dader gearresteerd?

Soms zie je de politie achter de auto van de moordenaars aanrijden. De schutters nemen alle tijd om hun geweren uit de auto te laden, ze weten dat ze worden beschermd. ""De hostel-bewoners komen de wijk in om onze kinderen te recruteren'', zegt Jacobs broer. ""Ze krijgen auto's, geld en voedsel en ze werken als informanten of moordenaars. Ze komen altijd 's nachts. We worden vermoord door onze eigen kinderen.''

Verhalen, verhalen. Geen politie-woordvoerder zal ze bevestigen, maar in de wanhoop van de township-bewoner, dagelijks blootgesteld aan de waanzin van een burgeroorlog tussen onvoorspelbare partijen, zijn het zekerheden. ""Heb je de krant gezien?'' huilt een vrouw. ""Mandela zegt zelf dat De Klerk betrokken is bij het geweld. Als de regering erachter zit, wat kunnen wij dan nog doen?'' ""Het is een hel'', zegt een ander. ""Vroeger kon je denken: mij gebeurt het niet. Dat geldt niet meer.''

Maleshoane Monkge (24) huilt om haar dode vader. ""De politie moet zich nergens mee bemoeien. We kunnen beter onze eigen zaken regelen. De enige vraag die de politie stelde, was: "Was je vader Inkatha of ANC?' Ze vroegen niets dat van belang is voor het onderzoek: wat voor kleur de auto had, hoeveel daders er waren, of iemand ze heeft herkend. Het heeft geen enkele zin een moord aan te geven.''

Drie vrouwen hebben het gehoord. Toen de lijken het huis uit werden gedragen, draaide de blanke politieman zich om en zei: ""Don't worry, be happy.'' Ze herinneren zich de grijns op zijn gezicht.

Berichtje binnenin

Teboko, Mokhele en Jacob zijn drie zinnen in de maandagkrant, want er is zoveel meer gebeurd in het weekeinde. In hetzelfde Sebokeng werden een man en een vrouw vermoord en drie mensen gewond toen onbekende schutters het vuur openden. In Sharpeville werd een 18-jarige jongen verbrand. In Bopelong schoten onbekenden een 18-jarige dood. In Alexandra vond de politie twee lijken met kogelwonden. In Soweto stierven twee jongens toen een granaat in hun hand ontplofte. Tussen de stations Wadeville en Elsburg werd een man met een schotwond dood uit de trein gegooid.

Vijftien moorden in het weekeinde is een berichtje binnenin. Het geweld in Zuid-Afrika, onder de gammele definitie "politiek geweld', is epidemisch geworden: de eerste drie maanden van dit jaar kwamen duizend mensen om het leven. In één week vallen er in Zuid-Afrika meer doden dan tijdens de rellen in Los Angeles. Ze zijn allemaal zwart.

Het leven in de zwarte woongebieden is onleefbaar geworden. Iedereen kan morgen aan de beurt zijn. Het is de angst voor de klop op de deur. Abe, gemeenschapsleider in Wattville, geeft nooit zijn telefoonnummer en slaapt op verschillende adressen om aan wie weet te ontkomen. Moses, autoriteit in Sebokeng, ontsnapte maar net aan een necklace nadat jongens hem als verrader hadden aangewezen. Iemand anders herkende hem en voorkwam dat de autoband met benzine werd aangestoken. Khemalo, de jonge politicoloog, sluit 's avonds in Soweto de gordijnen en doet nooit het licht aan: op een silhouet is het makkelijk richten. Toen hij onlangs een congres bezocht in Zimbabwe, was hij stomverbaasd: huizen waar je 's avonds naar binnen kan kijken.

Als blanke merk je er niets van, behalve dat elk nieuwsbericht op de autoradio met een moord begint. De meeste blanken hebben nog nooit een voet gezet in Sebokeng, Soweto of Sharpeville. Het geweld bevestigt hooguit hun vooroordeel dat zwarten beesten zijn. Hun zorg is de hoogte van de muur om de tuin met nieuw scheermes-prikkeldraad en de training van de pitbull op zaterdag, want behalve het geweld stijgen alle vormen van criminaliteit in Zuid-Afrika explosief.

Bij inbraken geldt niet meer "je geld of je leven', maar "je geld èn je leven'. Die berichten halen wel de voorpagina: de bestuurder die voor het stoplicht door het hoofd wordt geschoten, omdat het met draaiende motor makkelijk wegrijden is, de vrouw die een kogel in het gezicht krijgt wanneer ze haar Toyota-busje niet meteen afstaat, het echtpaar dat zonder benen in de achterbak van de auto wordt gevonden. Ze zijn allemaal blank.

Ieder zijn eigen angst, maar de doorgaans kalme ANC-leider Nelson Mandela kan woedend worden over de blanke desinteresse in het lot van de zwarten. Het geweld wordt steeds meer een sta-in-de-weg voor een politieke regeling van Zuid-Afrika's verdeeldheid. Niemand vertrouwt iemand. Mandela vergeleek de moord op zwarten deze maand met de moord op de joden in de Tweede Wereldoorlog: ""Zij werden alleen vermoord omdat ze jood waren, in dit land worden mensen alleen vermoord omdat ze zwart zijn.'' Het levert hem reprimandes op van blanke politici, die Mandela voorhouden dat hij zijn eigen zaakjes moet opknappen en zijn aanhangers in bedwang moet houden.

Waarom vermoorden zwarte mensen zwarte mensen? Sommigen raken geïrriteerd bij de vraag. Professor Victor Nell, een psycholoog die vooral de rol van de politie in het geweld bestudeert, noemt het "een belachelijke vraag'. ""Het is misleidend. De vraag moet zijn: waarom worden moordenaars in dit land niet gearresteerd''? Graeme Simpson, een historicus verbonden aan het Project for the study of Violence aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, is "zeer kritisch' over de term zwart-zwart-geweld. ""Ik heb nooit gehoord dat de Tweede Wereldoorlog blank-blank-geweld werd genoemd. Je moet kijken naar de oorzaken.''

De vraag was niet van mij. Aartsbisschop Desmond Tutu stelde haar na het zoveelste vredesoverleg, georganiseerd door de Zuidafrikaanse Raad van Kerken. ""Waarom vermoorden zwarte mensen zwarte mensen? Wat is er gebeurd met hun menselijkheid dat zwarte mensen kunnen worden omgekocht om zwarte mensen te doden? Wat is er met ons gebeurd?''

Natal

Er is geen waarheid in anarchie. Over het politiek geweld in Zuid-Afrika bestaan voornamelijk theorieën, aanwijzingen, verklaringen van slachtoffers en beschuldigingen. Verschillende violence-watchers hanteren verschillende definities en statistieken - arbitraire pogingen om het ongrijpbare te categoriseren. Teboko, Monkhele en Jacob komen terecht in de statistiek van het politiek geweld, terwijl ze niet eens politiek actief waren en de daders altijd onbekend zullen blijven. ""Iedereen die zegt dat hij een expert is, is een leugenaar of misleidt opzettelijk'', zegt Graeme Simpson, min of meer expert. ""Er is een veelvoud aan oorzaken. Het geweld is vaak politiek van origine, maar naarmate het zich ontwikkelt raakt het steeds verder van de politiek verwijderd.''

Aan het eind van de jaren tachtig was het politiek geweld tenminste nog duidelijk. Het speelde zich voornamelijk af in Natal, waar de culturele Zulubeweging Inkatha zich omvormde tot een politieke partij die haar macht vaak met geweld probeerde uit te breiden tot gebieden waar het Afrikaans Nationaal Congres, bovengronds vertegenwoordigd door het Verenigd Democratisch Front, in de meerderheid was. Het veroorzaakte een spiraal van aanvallen en tegenaanvallen, van moord en revanche, die uiteindelijk zeker drieduizend mensen het leven kostte. Lokale politie-agenten steunden volgens onderzoekers in het gebied meestal Inkatha en speelden een actieve rol in het geweld. Als verlaat bewijs werd onlangs de blanke politie-commandant Brian Mitchell ter dood veroordeeld, omdat hij in 1988 de moord op elf ANC'ers samen met een lokale Inkatha-leider had beraamd en door (zwarte) politiemannen laten uitvoeren.

De laatste jaren sloeg het geweld over naar Transvaal en werd het steeds ondoorzichtiger. Ook hier probeerden Inkatha-aanhangers vaak op agressieve wijze ANC-gebieden te veroveren. Maar tegelijk vervaagden de grenzen tussen politiek geweld en criminaliteit. Vandaag de dag werken gangsterbendes samen met teruggekeerde guerrillastrijders van het ANC-leger Umkontho we Siszwe (MK), die in "zelfverdedigings-units' de lokale bevolking zouden moeten beschermen tegen Inkatha-aanvallen. Ze terroriseren gemeenschappen, stelen auto's, plegen inbraken en richten zich soms tegen hun eigen leiders. Begin mei werd in Sebokeng een vakbondsleider door een comrade van MK doodgeschoten. Uit andere townships worden bloedige conflicten gemeld tussen strijders die terugkomen uit ballingschap en ANC-jongeren die in de jaren tachtig thuis de apartheid bevochten. De strijdvraag is: wie waren de ware helden?

Waar Zuid-Afrika voorheen leed onder de criminalisering van de politiek, geldt nu de politisering van de criminaliteit, meent Simpson. De apartheid heeft een erfenis nagelaten van een generatie van miljoenen onopgeleide jongeren, die in een cultuur van geweld zijn opgegroeid en in de frontlinie van de struggle hebben gestaan. Zij combineren nu hun politieke overtuiging met individuele armoede-bestrijding. Simpson: ""In een dramatisch overgangsproces als in Zuid-Afrika bestaat enorme onzekerheid en frustratie. De zwarte jongeren zijn gemarginaliseerd en economisch kwetsbaar. In de jaren tachtig vonden ze een plaats in de people's war. Geweld was bij alle partijen toegestaan en het is bijna onmogelijk de samenleving te demilitariseren. De infanterie van de revolutie is buiten het bereik van alle politieke organisaties gekomen. Dat is de tragedie van deze samenleving.''

Zo heeft het ANC moeite zijn MK'ers in bedwang te houden, moeten Inkatha-leiders zich al dan niet gemeend verontschuldigen voor het gedrag van hun aanhang en kondigt de regering onderzoeken aan naar het optreden van politiemannen en soldaten. Het is de chaos van een naoorlogse situatie, waarin iedereen nog ruim in het bezit is van wapens. De populaire AK-47, een automatisch wapen van Russische makelij die in de guerrilla-oorlogen van Zuidelijk Afrika dienst deed, is voor een paar honderd gulden te koop. In sommige townships is volgens berichten de AK-47 voor 50 rand (32,50 gulden) per uur te huur. Granaten, bommen en mijnen zijn er in overvloed. En 15-jarige jongens in Soweto hebben de "Qwash!' uitgevonden, een houten geweer met een 15 centimeter lange draad, verbonden met een veer, die als trekker fungeert. Je kunt er echte kogels mee afschieten en het geweer maakt het geluid van een schot. Qwash!

Boze droom

Father Lord McCamel heeft zojuist zeshonderd mensen gevoed. In het krottenkamp Evaton heerst honger. Negen van de tien vermoorde mannen waren kostwinner. Vrouw en veel kinderen blijven achter zonder inkomsten, en uitkeringen kent Zuid-Afrika niet.

Father McCamel leidt al 24 jaar een grote onafhankelijke kerkgemeenschap in Evaton. Hij heeft een moestuin die produkten levert voor de gaarkeuken. Hij is net een werkplaats begonnen voor werkloze timmerlieden. Het gereedschap heeft hij al bij elkaar geritseld, hij gaat nu stad en land af voor hout. Dan kunnen ze beginnen.

De kerkleider is een kleine ronde man met woeste grijze baard en een wollen muts op het hoofd. In zijn "kantoor', een bij elkaar getimmerd hokje van gevonden bouwmateriaal, vertelt Father McCamel van de verwoestende werking van het geweld op zijn gemeenschap.

""Het geweld heeft beesten gemaakt van onze kinderen. Wij mochten vroeger als kinderen nooit een begrafenis bezoeken of naar een lijk kijken. Nu hebben alle kleine kinderen al eens een lijk gezien. Onlangs werd een man hier in de buurt levend verbrand. De kinderen die er omheen stonden, keerden hem om op het vuur. Ik kan het zelf niet zien: een mens die verbrandt, maar de kinderen genieten ervan.

""Ik denk wel eens: was het maar een boze droom, die ophoudt. Na iedere revolutie gaan de studenten gewoonlijk terug naar de klas. Hier niet. Hier gaan ze door met inbraken, diefstal, politieke machtsstrijd. Alles in naam van de struggle. Iedereen praat erover in de township: je kunt zoveel geld krijgen voor een moord. Als iemand roept dat je een Inkatha-lid bent, is dat genoeg om vermoord te worden. Er is een hele cultuur van geweld ontstaan, waarin niemand meer luistert naar rede. De ouders zijn machteloos. Zij hebben ook schuld: ze hebben er van het begin af aan niets aan gedaan.

""Ik weet geen oplossing. Werk kan helpen. We moeten kleine werkplaatsen en industrieën opzetten in de townships, dat kan de situatie veranderen. Wij zwarten zijn nooit opgevoed in politiek. Veel mensen weten niet wat het betekent als de tegenpartij een leus schreeuwt. Ze kunnen het alleen uitleggen als vijandschap. Misschien moeten onze leiders voor de televisie met elkaar debatteren, het oneens zijn en na afloop gewoon handen schudden. Zo'n voorbeeld brengt misschien wat tolerantie onder hun aanhangers.''

Father McCamel was in december 1990 aan de beurt. Zijn huis werd aangevallen met AK 47-geweren. Iemand gooide een granaat naar binnen terwijl de familie aan tafel zat. Het was een wonder dat niemand werd gedood of ernstig gewond raakte. In het dak bij de voordeur zitten de kogelgaten. De muur waar de granaat ontplofte, is provisorisch hersteld.

Monster

Het geweld is een monster, gecreëerd door de apartheid, gevoed door de strijd en te groot om na de apartheid te begraven.

De economische en sociale gevolgen van veertig jaar apartheid zijn volgens de meeste onderzoekers de wortel van het geweld. De meerderheid van de Zuidafrikanen leeft als burgers tweede klas in armoede en is opgegroeid met een dagelijkse portie geweld die je elders in de wereld in een heel leven niet ziet. De bedenksels van het systeem, dat zwarten beschouwde als arbeidskrachten die gescheiden van de blanken moesten leven, zijn vandaag vaak de oorzaak van het geweld tussen zwarten.

Neem de hostels: grote complexen van barakken, waar soms enkele duizenden mannen wonen. Het zijn arbeiders die ver van hun familie in de thuislanden leven. De hostels zijn een broedplaats van geweld. Ze staan in vrijwel ieder zwart woongebied en sinds de politieke polarisatie van de jaren negentig zijn op vele plaatsen spanningen ontstaan tussen hostel- en wijkbewoners. De conflicten heten in de krant grofweg Inkatha-ANC of Zulu-Xhosa, maar niemand weet er het fijne van. Niet alle hostelbewoners zijn Inkatha-leden of Zulu's, niet alle slachtoffers buiten de hostels zijn ANC'ers of Xhosa's.

De invloed van "de etnische factor' in het geweld is lange tijd een verzwegen onderwerp geweest. Waar de onderzoekers aan Wits' Universiteit in het begin etniciteit als onderwerp vermeden, als een gevaarlijke legitimatie achteraf van het apartheidsdenken, wordt er nu voorzichtig rekening mee gehouden. ""Toen we onderzoek gingen doen onder hostelbewoners, bleek etniciteit voor hen essentieel te zijn. We konden het niet meer ontkennen. Etniciteit verklaart het probleem niet, maar het valt vaak samen met materiële en politieke scheidslijnen. De hostelbewoners hebben wel water, de bewoners van het krottenkamp niet. De ene groep is Inkatha, de andere ANC. Maar het is een uiterst complexe wisselwerking.''

Het staat wel vast dat Inkatha de hostels in de Transvaal heeft gebruikt om haar positie buiten Natal te versterken. De meeste hostels zijn volgens onderzoekers in de loop der tijd "overgenomen' door Inkatha. Een hostelbewoner getuigde vorige maand voor een commissie die het geweld onderzoekt, dat Inkatha vergaderingen belegde in zijn hostel waar aanvallen op de townshipbewoners werden voorbereid. Over de gevolgen hoefde niemand zich zorgen te maken. Wie werd opgepakt, was volgens de getuige verzekerd van door Inkatha betaalde juridische steun.

In Alexandra, een zwart woongebied ten noorden van Johannesburg, is zo een ware oorlogszone met de naam Beiroet ontstaan rond het Madala-hostel. Tijdens hevige gevechten namen de hostelbewoners alle krotten in de buurt in bezit. Ze stalen de schaarse bezittingen en bezetten de geïmproviseerde huisjes. Tientallen wijkbewoners moesten vluchten. De oorlog is even gaan liggen in Alexandra, maar het lijkt een kwestie van tijd totdat de gevechten om de volgende "ring' huizen beginnen.

Machtsuitbreiding

De township-jeugd bewapent zich vervolgens om de hostel-bewoners te bestrijden. ""We proberen onze gemeenschap te beschermen'', zei de 15-jarige Kepile uit Meadowlands, Soweto, in het dagblad The Sowetan. ""Onlangs kregen we een hostel-bewoner te pakken. We kregen ruzie over de vraag of we hem moesten vermoorden of uitleveren aan de politie. Ik werd boos op de vrouwen die zich ermee bemoeiden, pakte mijn mes en stak hem dood. In de hostels verspillen ze hun tijd niet wanneer ze een van ons te pakken krijgen. Waarom zou ik tijd verspillen?''

Niemand heeft schone handen. De Internationale Commissie van Juristen noemde Inkatha's leider Mangosuthu Buthelezi onlangs in een onderzoeksrapport de hoofdschuldige aan het geweld. Met zijn poging tot machtsuitbreiding in ANC-gebieden, gebruik makend van het gevaarlijke middel der etniciteit, zou hij de oorlog zijn begonnen. De meeste onderzoekers steunen deze theorie. Maar inmiddels telt Inkatha ook vele vermoorde aanhangers. In Natal werden tweehonderd Inkatha-leiders door onbekenden geëxecuteerd. Toen Harry Gwala, de prominente stalinistische ANC-leider in Natal, onomwonden verklaarde dat hij ""natuurlijk Inkatha-warlords afmaakte'', zweeg het ANC. Gwala was "verkeerd geciteerd'.

De Goldstone-commissie, die voorvallen van geweld en intimidatie onderzoekt, noemde vorige week de politieke rivaliteit tussen ANC en Inkatha de hoofdoorzaak van het geweld in een aantal zwarte gebieden. Alleen de leiders van deze twee organisaties zouden er een einde aan kunnen maken. Het uitgangspunt is de hoopvolle hypothese, dat Mandela en Buthelezi hun aanhangers nog kunnen bereiken. Eerdere overeenkomsten, zoals het Nationaal Vredesakkoord van vorig jaar september, brachten het geweld niet tot stilstand.

Anderen menen dat alleen verkiezingen redding kunnen brengen. Dan komen de politieke verhoudingen langs democratische weg vast te liggen en hoeft de "basis' de krachten niet meer te meten met automatisch geweer of "cultureel' wapen. Zij gaan uit van de achterhaalde gedachte dat "politiek geweld' nog politiek is.

Nutteloos

Waar is de politie? Eens was het Zuidafrikaanse politiekorps een hoogst efficiënt apartheidsleger. Geen ANC'er kon de grens overkomen of de politie heette hem spoedig welkom. Activisten werden met gemak uit hun schuilplek in het meest ondoorgrondelijke krottenkamp gehaald. Opstanden werden snel onderdrukt. Nu is de politie niet in staat de daders achter de talloze moorden in de townships en op onschuldige treinpassagiers op te sporen en voor de rechter te brengen. Het komt ten dele door het onvermogen om enig opsporingswerk in de townships te doen: de gewapende hand van de onderdrukker wordt door de wantrouwende zwarte bevolking niet plotseling als een geloofwaardige beschermer gezien.

Professor Victor Nell, die het geweld bestudeert: ""De politie is volstrekt nutteloos. Alleen de politie heeft de training en het materiaal om criminaliteit en geweld te bestrijden. Alleen als de politie haar werk doet, kun je iets aan het geweld doen. Tot dan ben je alleen met de randverschijnselen bezig.""De politie had in dit land altijd een duidelijke functie: vernietig de zwarte bevrijdingsbeweging en voer de apartheidwetten uit. Daar waren ze heel goed in. Nu moeten ze terug naar het gewone politiewerk, en dat is vervelend. Als je aangifte komt doen van diefstal, schrijven ze het niet eens op. Ze hebben zolang adrenaline-werk gehad, ze zijn eraan verslaafd geraakt.''

Het ANC is overtuigd van het bestaan van een "derde macht': politie-agenten en soldaten die het geweld in de zwarte woongebieden aanwakkeren en activisten laten vermoorden. Volgens deze theorie worden criminelen, ex-soldaten of illegalen uit andere landen door politiemannen omgekocht om moorden te plegen. Townshipbewoners leggen vaak getuigenis af over schutters die een niet-Zuidafrikaanse taal spreken.

De linkse pers heeft meer dan eens onthullingen gedaan over de actieve betrokkenheid van politiemannen bij het geweld, soms in samenwerking met Inkatha. De "derde macht' is in deze verhalen geen organisatie met een faxmachine en een centraal commando uit Pretoria, maar het privé-initiatief van politiemannen met ultra-rechtse sympathieën die met zoveel mogelijk onrust de levensvatbaarheid van het nieuwe Zuid-Afrika willen ondermijnen. De regering noemt de derde macht-theorie een fabel. Foute politiemannen zijn er in de hele wereld en wie betrapt wordt, slepen we voor de rechter, is het standaard-antwoord van president De Klerk.

""De politie is altijd een actieve deelnemer in het geweld geweest'', zegt Nell. ""Als de politie de wet had gehandhaafd, hadden we nu niet in deze situatie gezeten. Als er geen wetshandhaving is, gedragen mensen zich als beesten. Daarom zitten we nu dicht tegen anarchie aan. Er is een voortdurende erosie van fundamentele menselijk waarden als respect voor elkaar en het vertellen van de waarheid. We hebben het stadium bereikt van een primitieve samenleving, waar de wet niet meer telt.''

Target

Ntobiseng Mogale heeft een neefje van acht. Hij kwam thuis en zei tegen zijn vader: ""Blijf uit de buurt van de buurman, hij is een target''. Ze lachten er wat om. De volgende dag was het huis van de buurman tot de grond afgebrand. ""Wat moet je verder met zo'n kind? We waren doodsbang voor hem.''

Ntobiseng loopt als sociaal werkster dagelijks op tegen de gevolgen van het geweld. Ze leidt de trauma-kliniek van de Universiteit van Witwatersrand, waar artsen, psychologen en sociaal werkers de slachtoffers opvangen. De trauma's van vandaag worden gestapeld op die van gisteren, zegt ze, want de gevangenisstraffen en de martelingen zijn voor velen geen voltooid verleden tijd.

""Het verschil met toen is dat de vijand niet meer duidelijk gedefinieerd is. Vroeger kon je in de taxi praten over de blanken en de politie, nu weet je niet of de bestuurder Inkatha is. Je kunt niet eens meer zeggen: ik ben zo bang. Er is een totale desintegratie in de townships. Vroeger kon je overal een glas water vragen, je kon verdwalen en je werd altijd geholpen. Nu ben je altijd op je hoede, je groet de mensen niet meer. Het is zo gevaarlijk geworden.

""Het was de manier waarop we de apartheid dachten te moeten bestrijden. De jeugd moest gepolitiseerd worden, zij waren het front van de strijd. De rol van het gezin en van de kerk nam af, en bij gebrek aan leiderschap namen de kinderen het over. We hebben de rollen niet gedefinieerd. Ik vraag me af of we trots moeten zijn op die tijd - het is een geest die ons lang zal achtervolgen.

""Het geweld is nu zo traumatisch, omdat het de huizen is binnengedrongen. Dat was altijd de veilige haven. Je kon worden weggehaald uit je huis, nu gebeurt het in je huis. We weten niet meer wie de vijand is. De mensen zeggen nu: het maakt me niet uit waar ik woon, al is het naast Terre'Blanche (de leider van de ultra-rechtse blanke Afrikaner Weerstandsbeweging, red.), als ik maar in vrede kan leven.''

Ntobiseng liet kinderen in Alexandra tekeningen maken. Een 18-jarig meisje zei dat het geweld haar niks deed. Twee vrienden waren pas vermoord, maar dat was no big deal. Ze tekende na enig aandringen het hutje waar ze woonde, de straten er omheen, een theater. Eén heel brede weg, ver buiten de werkelijke proporties, liep uit de township naar de andere wereld.

Een ander meisje, elf jaar, tekende huizen met schietende poppen op de voorgrond, met "Inkatha' boven hun hoofd geschreven. Een rij mensen lag in de straat, in rode inkt. Het was de enige kleur die ze gebruikte. En Lindine van veertien tekende houterige Inkatha-mannen en een kind dat zegt: "Vermoord ons alsjeblieft niet'. Een ander figuurtje, dat Lindine zelf moet voorstellen, staat aan de overkant van de straat. Ze zegt: ""This is not a part of life.''

Geweld geteld

Het South African Institute of Race Relations (SAIRR) registreerde in de eerste vier maanden van dit jaar 923 doden ten gevolge van politiek geweld. Het instituut hanteert een gemiddelde van de getallen die de politie opgeeft en de meestal hogere getallen van onderzoekers, die het geweld in Zuid-Afrika in statistieken vastleggen. Bij de politie-statistieken wordt een andere procedure gevolgd: een dode moet bij voorbeeld gefotografeerd zijn en van documenten voorzien. Andere bronnen dan SAIRR kwamen in de eerste drie maanden van '92 al tot ruim duizend doden, meer dan tien per dag.

Als deze trend zich voortzet, wordt 1992 het op één na slechtste jaar in de geschiedenis. In 1990, het jaar waarin president De Klerk zijn hervormingen aankondigde en het ANC werd gelegaliseerd, vielen volgens SAIRR 3699 doden, 163 procent meer dan het jaar ervoor. De stijging was vooral te wijten aan de gevechten in Natal (1811 doden) en de stedelijke gebieden in Transvaal (1547).

Vorig jaar daalde het getal naar 2680, een gemiddelde van ruim zeven per dag. Het aantal doden liep niet noemenswaardig terug sinds de ondertekening van het Nationaal Vredesakkoord tussen de belangrijkste politieke partijen in september vorig jaar.

Sinds het uitbreken van politiek geweld in september 1984 kwamen volgens het SAIRR 12.867 mensen om het leven.Het South African Institute of Race Relations (SAIRR) registreerde in de eerste vier maanden van dit jaar 923 doden ten gevolge van politiek geweld. Het instituut hanteert een gemiddelde van de getallen die de politie opgeeft en de meestal hogere getallen van onderzoekers, die het geweld in Zuid-Afrika in statistieken vastleggen. Bij de politie-statistieken wordt een andere procedure gevolgd: een dode moet bij voorbeeld gefotografeerd zijn en van documenten voorzien. Andere bronnen dan SAIRR kwamen in de eerste drie maanden van '92 al tot ruim duizend doden, meer dan tien per dag.

Als deze trend zich voortzet, wordt 1992 het op één na slechtste jaar in de geschiedenis. In 1990, het jaar waarin president De Klerk zijn hervormingen aankondigde en het ANC werd gelegaliseerd, vielen volgens SAIRR 3699 doden, 163 procent meer dan het jaar ervoor. De stijging was vooral te wijten aan de gevechten in Natal (1811 doden) en de stedelijke gebieden in Transvaal (1547).

Vorig jaar daalde het getal naar 2680, een gemiddelde van ruim zeven per dag. Het aantal doden liep niet noemenswaardig terug sinds de ondertekening van het Nationaal Vredesakkoord tussen de belangrijkste politieke partijen in september vorig jaar.

Sinds het uitbreken van politiek geweld in september 1984 kwamen volgens het SAIRR 12.867 mensen om het leven.