Grafiek: In 1991 zijn de uitgaven aan reclame ...

Grafiek: In 1991 zijn de uitgaven aan reclame minder snel gegroeid dan in de voorgaande jaren.

Het totaal aan reclamebestedingen groeide met ruim 5 procent van bijna 8,9 miljard gulden in 1990 tot zo'n 9,3 miljard gulden in 1991. Rekening houdend met de inflatie betekent dit een reële groei van nog geen 1 procent. In 1990 bedroeg de reële groei van de reclamebestedingen nog 6,3 procent.

Een belangrijke reden voor deze trend is dat de groei bij een van de stuwende krachten achter de toename van reclamebestedingen, radio- en TV-reclame, sterk is teruggelopen. In 1990 groeide, onder andere door de opkomst van commerciële zenders, de etherreclame nog ruim 3 keer zo snel als de 7 procent groei in het afgelopen jaar.

Het leeuwedeel van de reclamegelden gaat nog steeds naar dag- en weekbladen. In 1991 was dat ongeveer de helft van het totale bedrag. Dit aandeel is sinds sinds 1982 gestaag afgenomen. Een goede tweede is de zogenaamde "directe reclame'. Met directe reclame wordt voornamelijk post zoals direct mail en catalogi bedoeld. Voor ruim 2,6 miljard - 175 gulden per Nederlander - werd aan deze vorm van reclame besteed.

Een andere vorm van reclame die de afgelopen tijd flink steeg, is de buitenreclame zoals billboards en affiches op bushuisjes.

Bij al deze bedragen moet wel worden bedacht dat deze geschat worden aan de hand van standaardtarieven. Bij het meten van bij voorbeeld de TV-reclame wordt het aantal reclameseconden vermenigvuldigd met het bekend gemaakte standaardtarief. Als de adverteerder korting krijgt, wordt deze niet afgetrokken van het berekende bedrag.