GORBATSJOV VERDWAALDE IN ZIJN EIGEN LABYRINT

De tweede Russische revolutie. De strijd om de macht in het Kremlin door Angus Roxburgh 305 blz., Bert Bakker 1992, vert. Ton Stauttener (The Second Russion Revolution, 1991), f 39,90 ISBN 90 351 1156 7

Historische gebeurtenissen verslaan is niet eenvoudig. Nieuwste geschiedenis schrijven is bijna ondoenlijk. Het midden vinden tussen een emotionele beschrijving van de waan van de dag en een bezadigde, afstandelijke interpretatie van die waan is een bijna onmogelijke opgave. De BBC en Angus Roxburgh zijn daar wonderwel in geslaagd in The Second Revolution, de zes-plus-tweedelige televisie-serie en het bijbehorende boek dat nu in het Nederlands is verschenen. Er is maar één ding dat te betreuren valt: dat uitgeverij Bert Bakker de televisieserie niet op twee videocassettes heeft bijgeleverd, want dan zou iedereen boek en cassettes onmiddellijk moeten aanschaffen om een eerste min of meer compleet beeld te krijgen van de omwenteling, die zich de afgelopen zeven jaar in Moskou heeft voltrokken.

The Second Revolution is alleen al uniek omdat het de BBC gelukt is alle hoofdrolspelers van het Kremlindrama uitgebreid te spreken te krijgen. Jarenlang hebben sovjetologen met de moed der wanhoop en met engelengeduld geprobeerd via indirecte aanwijzingen en vage bronnen te achterhalen wat er in de politieke top van de Sovjet-Unie bekokstoofd werd. Maar het is uiteindelijk de televisie geweest die in één klap meer duidelijkheid heeft geschapen dan veel wetenschappers met hun noeste arbeid hebben kunnen doen.

Over Gorbatsjov bestaan grofweg twee opvattingen. De ene is dat de Russische leider de hoofdrolspeler was in een koningsdrama van ongekende omvang, een koningsdrama dat leidde tot de bevrijding van een geknecht wereldrijk, maar eindigde met zijn eigen onafwendbare ondergang. De andere visie is dat Gorbatsjov de toevallige executeur testamentair was van een failliete boedel, die er door incompetentie niet in slaagt de ruziënde familieleden uit elkaar te houden en de familie in opperste staat van ontreddering en armoe achterlaat. Roxburgh, die de research deed voor de BBC-serie en daar dus een duidelijk stempel op heeft gedrukt, behoort tot de Gorbatsjov-fans, al sluit hij zijn ogen niet voor diens fouten, blunders en de minder fraaie kanten van zijn karakter.

KLINISCH DOOD

In feite gaat The Second Revolution over de doodsstrijd van de communistische partij. Roxburgh is gefascineerd door de sluwe wijze waarop Gorbatsjov, hoewel zelf tot het einde toe communist in hart en nieren, die partij plank voor plank haar eigen doodskist laat timmeren. Bij zijn aantreden in 1985, waren de hersens van de gerontosaurus weliswaar al klinisch dood, maar het skelet en de stuiptrekkende ledematen zouden op de automatische piloot nog jarenlang rustig hebben kunnen doormarcheren. Gorbatsjov stuurde de partij stap voor stap naar de afgrond. Ten slotte deinsde hij toch terug voor de laatste zet (die moest van Jeltsin komen). Hij vreesde voor zijn eigen positie en zag geen uitweg meer uit de chaos en anarchie waarin het imperium onder zijn leiding was beland.

Een mooi voorbeeld van Gorbatsjovs handige gesjoemel met de partij was de slotscène van de negentiende partijconferentie in juni 1988. Om de verlammende invloed van de partij in te dammen, wilde hij proberen de macht zoetjesaan te verleggen naar de Opperste Sovjet, die daartoe via min of meer democratische verkiezingen eerst zou moeten worden opgewaardeerd tot een heus parlement. Hij deed daartoe concrete voorstellen voor de scheiding van partij en staat, een blasfemische gedachte in de ogen van het merendeel van de conferentiegangers. Met een aantal verwaterde resoluties en veel tijd voor ruzie met Boris Jeltsin suste Gorbatsjov de gedelegeerden vervolgens weer in slaap. Vlak voor de sluiting van de conferentie toverde hij opeens een vodje papier uit zijn zak. Hij jaste de tekst van een door hemzelf opgestelde resolutie door de verbouwereerde vergadering. Het was een zeer strak tijdschema voor de komende verkiezingen, waardoor zijn vagelijk verontrustende voorstellen opeens een onontkoombare realiteit waren geworden.

""De afgevaardigden stemden unaniem voor, door middel van handopsteking. Tien seconden later, nog voordat ze de inhoud van Gorbatsjovs woorden hadden kunnen verwerken, stonden ze allemaal op om de Internationale te zingen en was de Negentiende Partijconferentie afgelopen. Laptev (adjunct-hoofdredacteur van Izvestia) vertelt dat hij na afloop enkele partijactivisten tegen elkaar had horen zeggen: Wat hebben we gedaan? Velen van hen hadden, zo bleek later, hun politieke doodvonnis getekend.' Zo schrijft Roxburgh en ik herinner me die scène heel goed. Ook de buitenlandse correspondenten hadden even tijd nodig om de brutale genialiteit van deze overval te begrijpen. Het volstrekt ondemocratische karakter van Gorbatsjovs zet werd hem door de progressieven natuurlijk onmiddellijk vergeven.

Het voorval is typerend voor Gorbatsjovs stijl. Zoals Roxburgh ergens zegt had het soms wat griezeligs om te zien hoe hij er keer op keer op slaagde de zaal op grove manier te manipuleren. Hij kon daarbij natuurlijk gebruik maken van de Pavlov-reactie die in de genen van het gedisciplineerde partijvolk verankerd was geraakt. Met het verstrijken der jaren ondermijnde Gorbatsjov die gehoorzaamheid zelf zo afdoende dat de truc ten slotte niet meer werkte.

KONGSI'S

Fascinerend als die politieke strijd mag zijn geweest, ze heeft ook iets in-en-in-treurigs. Ze tekent immers het politieke niveau van de voormalige Sovjet-Unie, een niveau, waar Gorbatsjov maar net één kop bovenuit stak. Jarenlang liet Gorbatsjov zich verstrikken in tactische voor- en achterhoedegevechten, oude en nieuwe bondgenootschappen en kongsi's, terwijl de economie langzaam tot stilstand kwam en de nationale aspiraties van de verschillende republieken iedere politieke beslissing bij voorbaat onuitvoerbaar maakten. Bij lezing van Roxburghs boek rijst voor de zoveelste maal de vraag: hoe is het toch in godsnaam mogelijk dat zulke incompetente mensen en zulke non-politici zo lang zo'n groot imperium hebben kunnen besturen? En kijk je naar het geharrewar op het laatste Volkscongres van Rusland dan moet je wel concluderen dat de val van het communisme aan deze incompetentie nog lang geen einde heeft gemaakt.

The Second Revolution geeft een aardige portrettengalerij van de hoofdrolspelers van de perestrojka. Gorbatsjov: gedreven, ambitieus, leergierig, handig, koppig, langdradig en moralistisch, soms hard en onaangenaam, en op bepaalde punten stekeblind. Ligatsjov: communist in hart en nieren, recht door zee, bekrompen, onomkoopbaar en dom. Een man die weet dat de meerderheid van het partijkader met hem is, maar wiens vele pogingen om het tij van de geschiedenis te keren tot mislukken zijn gedoemd. Jeltsin: moedig, impulsief, sluw, populistisch, rancuneus, vrij van dogma's. Ryzjkov: ijverig, behoudend, fantasieloos, niet erg slim, maar wel bezorgd. Jakovlev: slimmer dan de rest, uiterst tactvol, maar sfinxerig, iemand die soms tot grote hoogten stijgt, maar op andere momenten geheel ten onrechte zijn mond houdt. Sjevardnadze: beminnelijk, maar soms vurig, door zijn vele contacten met het westen "sneller' dan de provinciaalse Moskovieten.

Gorbatsjovs laatste jaar in functie was een ramp. Zijn trukendoos werkte niet meer, de fantasie was op, de macht was hem ontglipt, de kar stond op de helling en raasde naar beneden. Hij klampte zich vast aan zijn vijanden en ging met hen ten onder. Het land verkeert inmiddels in staat van ontbinding. Nu rest de vraag: was Gorbatsjov een groot staatsman of niet? Kun je van succes spreken als je zo'n puinhoop achterlaat? De tijd zal het leren.

Roxburgh geeft Gorbatsjov soms wel erg veel krediet. Zo geloof ik niet, zoals Roxburgh zegt, dat Gorbatsjov er al in een vroeg stadium van overtuigd was dat er aan het eenpartijstelsel een einde moest komen. Hij heeft juist tot op het allerlaatste moment gehoopt dat een hervormde partij het land bijeen zou kunnen houden. Van zijn optiek uit is dat trouwens logisch geredeneerd: wat zou de vijftien volstrekt verschillende republieken anders aan elkaar kunnen binden? Ongetwijfeld hadden er betere politieke keuzes gemaakt kunnen worden, maar het grootste probleem in voorheen de Sovjet-Unie blijft toch de grote achterstand op zowat alle wezenlijke terreinen: politiek, economisch, sociaal. Het zal nog heel wat tijd kosten die achterstand, die ontstaan is door jarenlang isolationisme, in te halen. Gorbatsjovs opvolgers in de republieken doen het vooralsnog niet beter dan hij.

""Wat Gorbatsjovs persoonlijke tekortkomingen ook geweest mogen zijn, het is twijfelachtig of een andere leider in zo'n korte periode meer zou hebben kunnen bereiken,' concludeert Roxburgh in zijn boek en voorlopig ben ik het daar mee eens.