'Fransen zien Europa anders dan den Denen'

PARIJS, 6 JUNI. Nu de ergste commotie rond het Deense referendum is geluwd, richten alle ogen in Europa zich op Frankrijk. Wat zullen de Fransen doen als zij zich over enkele maanden in een referendum mogen uitspreken over ratificatie van de akkoorden van Maastricht? Krijgen de opiniepeilers gelijk en stemt een ruime meerderheid van de Fransen vóór, of zal Frankrijk het Deense voorbeeld volgen en Maastricht de doodsteek toebrengen?

“Het Franse referendum wordt geen herhaling van het Deense”, zegt Philippe Moreau-Defarges, verbonden aan het Parijse Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI), het "Franse Clingendael'. “De relatie tussen Frankrijk en de EG is heel anders dan die tussen Denemarken en de EG. Dat heeft z'n wortels in de geschiedenis: de EG was immers een initiatief van twee Fransen, Jean Monnet en Robert Schuman.”

Die "natuurlijke' verbondenheid verklaart, volgens Moreau-Defarges, ook de vrijwel totale afwezigheid, buiten de politiek, van anti-Europese bewegingen in Frankrijk. “Je kunt Frankrijk dus met recht een gelovige noemen”, vindt hij, “in tegenstelling tot Denemarken dat pas veel later lid werd en dat alleen maar deed omdat Groot-Brittannië, de belangrijkste afzetmarkt voor de Denen, toetrad tot de EG”. Die verbondenheid van het eerste uur tussen Frankrijk en de EG maakt, volgens Moreau-Defarges, dat de Fransen veel meer profijt hebben gehad van de EG dan de Denen. Voor Frankrijk betekende het lidmaatschap, zo kort na de oorlog, een economische impuls. “Toen Denemarken in 1972 toetrad, was het al een zeer ontwikkeld land. Erg veel veranderingen heeft de EG daar niet gebracht.”

Maar er zijn meer verschillen tussen Denemarken en Frankrijk als het gaat om de houding ten opzichte van de EG, volgens Moreau-Defarges. Hij wijst op de “bureaucratische traditie” in Frankrijk. “Het gezag in dit land is vanouds erg gecentraliseerd. De Fransen zullen dus gemakkelijker orders van Brussel accepteren dan de Denen, die tamelijk tegendraads zijn als het over gezag gaat.” En ten slotte is er, aldus Moreau-Defarges, de macht van het getal. “Vijfenvijftig miljoen Fransen hoeven minder bang te zijn voor hun identiteit in Europa dan vijf miljoen Denen.”

Mocht het toch nee worden in Frankrijk, dan betekent dat nog niet het einde van de EG of een geïsoleerde positie voor de Fransen, meent Moreau-Defarges. “Een Frans nee betekent alleen het definitieve einde van de akkoorden van Maastricht. De politieke ontwikkeling van de EG zal stagneren, want de samenwerking zal beperkt blijven. Eigenlijk blijft de situatie in dat geval zoals die nu is. Al acht ik het heel goed mogelijk dat een Frans nee de EG zal dwingen tot onderhandelingen over een nieuw akkoord.”

Moreau-Defarges noemt het besluit van president Mitterrand om een referendum uit te schrijven “weloverwogen”. “Van de grote landen in de EG toont Frankrijk de meeste aarzelingen. Met een referendum - mits de uitslag positief is - probeert Mitterrand de positie van Frankrijk in Europa te versterken. Maar hij wil hiermee ook een einde maken aan de onzekerheid binnen de EG na het echec in Denemarken.”

Moreau-Defarges erkent dat er wel de nodige persoonlijke ambitie bij komt kijken. “Een ja zal de positie van de president in binnen- en buitenland versterken. Hij wil tegen Kohl en Major kunnen zeggen: Zie je wel, Frankrijk is heel Europees gezind. Mitterrand kan dat succes goed gebruiken nu het einde van zijn ambtstermijn in zicht is. Maar het belangrijkste is dat een positieve uitslag van het Franse referendum voor de rest van Europa het bewijs is dat Maastricht niet te hoog gegrepen was. Dit referendum is noodzakelijk voor de geloofwaardigheid van Maastricht.”