En dergelijke

"De Afdeling Marketing van de Nederlandse Spoorwegen gaat onderzoeken of de prijzen van de eersteklas-kaartjes kunnen worden verhoogd met tien procent.' Dit werd op 4 juni door deze krant gemeld. In het kader van de kostenbesparing kan de Afdeling Marketing vandaag in NRC Handelsblad het antwoord lezen. Nee. Als het onderzoek meteen na het Pinksterweekeinde wordt gestaakt, kunnen de prijzen op het huidige niveau worden gehandhaafd.

In het Nederlands hebben we één zin die evenveel klemtonen als woorden heeft: Nòg s hèt niét tè láát! Wie dat niet genoeg vindt, kan er een Nee, nee en nog eens nee! aan toevoegen, maar dat komt alweer in de buurt van het verschijnsel dat ik juist wil bestrijden. Het gaat me namelijk niet om de prijsverhoging op zichzelf maar het van alles en nog wat, dat Turfschip van onzin waarin de Spoorwegen het willen binnensmokkelen.

Als kleine jongen voelde ik me in m'n nationale trots gekrenkt toen ik ontdekte dat onze treinen geen slaapwagens en restauratierijtuigen hadden. Ik had een groot avontuur achter de rug, een reis met de Paris-Lyon-Marseille. Gevaarlijk: niet voor niets had de PLM de bijnaam Pour La Mort. Een treinramp heet in het Frans een télescopage, naar de manier waarop de rijtuigen bij een botsing als een ouderwetse verrekijker in elkaar worden geschoven. Maar dat risico werd goedgemaakt door het eten en slapen in de trein. 't Hoort tot het beste dat het leven te bieden heeft. Naar verhouding heb je op dit gebied ook een van de hinderlijkste ervaringen: als je in Utrecht in de trein stapt die van Heerlen naar Zandvoort gaat en ter hoogte van Breukelen komt de koffieman langs, en je koopt koffie die in Amsterdam nog te heet is om te drinken.

Het soort genieten dat de Franse en Duitse spoorwegen al steeds minder te bieden hebben, zullen de NS nooit in hun aanbiedingspakket kunnen opnemen. In ons land zijn snelle treinen en verse koffie al bijna niet meer te verenigen.

De NS voeren nu een studie uit. Het gaat over de "mogelijke invoering van een nieuw tariefsysteem: Rail 21'. Ik geloof dat we sinds 1966 niet wantrouwend genoeg kunnen zijn als we een naam onder ogen krijgen die bestaat uit een woord of een afkorting met een getal. AZ 67. Door Rail 21 wordt het weer bevestigd. "Een belangrijk uitgangspunt van die studie is de eenvoud voor reizigers en personeel.' Voorzover ik uit dit bericht kan begrijpen zal straks iedere reiziger zijn medepassagiers moeten tellen om te weten te komen hoeveel hij op een bepaald uur moet betalen. De eenvoud schuilt in het onbetwijfelbare gegeven dat het meer zal zijn dan nu.

Maar, zal de Afdeling Marketing zeggen, daar staat veel tegenover! Als de prijs van het kaartje voor de eerste klas wordt verhoogd met tien procent, "denkt het bedrijf onder meer aan het installeren van personal-computers, tv-toestellen, faxen en dergelijke'. Wat moeten wij, op onze beurt daarvan denken? En dergelijke! Misschien toch nog een slaapwagen tussen Amsterdam en Groningen met een peeceetje op het nachtkastje, een teeveetje aan het voeteneind en een fax onder de lavabo, en dergelijke. Het zal wel druk worden in de eersteklas.

Laten we ons de zin met de zes woorden en zes klemtonen herinneren en ernstig blijven. De NS hebben ik weet niet hoe lang geleden al een plakkertje laten maken met een hoofdje dat zegt: Stilte. Werkcoupé! Ik heb daar nog nooit iemand zien werken; zelf ook nooit gewerkt. Er is daar plaats voor zes werkers in een ruimte waar je hoogstens één paard kunt stallen. Als je er met z'n tweeën zit te werken, hoor je de ander telkens denken: waar zou die aan zitten te werken, en jij denkt hetzelfde van hem. Daardoor komt er van werken al niet veel. Stel je dit voor met z'n zessen, en dan met pc's, tv's, faxen en dergelijke. Voor een plaatsbewijs dat slechts tien procent duurder is. This is an offer you can't refuse, zei de Godfather. Zelfs onder mafiose bedreiging krijg je me niet in zo'n werkcoupé. Als je in de trein wilt "werken' doe je dat op zo'n éénpersoons plaats in de rij waar je achter elkaar zit, goed verscholen, en al heb je je notebook of laptop bij je, dan zul je wel gek zijn om het ding tevoorschijn te halen en erop te gaan zitten "werken'.

Op straat zie je meer en meer Porsches en Mercedessen voorbijrijden met iemand achter het stuur die met een zakengezicht zit te telefoneren. Wie in de trein zal zich zo verdacht willen maken door met een zakengezicht te gaan faxen? Sommige treinen uit Parijs krijgen in Brussel een wagon met een bar en een paar tafeltjes aangekoppeld. Een wat schemerige ruimte waar een eigenaardige sfeer hangt. Ik denk dat daar een televisietoestel geen kwaad zou kunnen. Op andere grandes lignes hebben de NS telefoons geïnstalleerd; de "en dergelijke' zou moeten bestaan uit een permanente bewaker of een stand by reparateur.

Ik hoop dat ik op deze manier heb laten merken wat ik voorlopig van Rail 21 denk. Het openbaar vervoer is er om mensen zo snel mogelijk van A naar B te vervoeren en als het dat doet hoeven de passagiers niet met byzantijnse fratsen onder de kin te worden gekriebeld. De Amsterdamse trams zijn beschilderd met allerlei flauwekul, maar ze zijn er niet beter van gaan rijden. De NS hadden vroeger een slagzin: VEILIG VLUG VOORDELIG. Daarmee is de hele problematiek nog steeds prachtig samengevat.

Iets heel anders. Als u dit leest is het 48 jaar en een paar uur geleden dat de eerste Geallieerde troepen in Normandië waren geland. Er wordt al genoeg herdacht, je kunt niet aan de gang blijven. Ieder jaar zeg ik wel tegen iemand: Het is vandaag zes juni. Het antwoord wisselt natuurlijk. Deze keer zei ik: Morgen is het zes juni. Ja, antwoordde hij. Weet je dat er deze zomer iedere dag zich meer toeristen door Europa verplaatsen dan er in de hele Invasie soldaten zijn geland?

Het was zo'n opmerking die eigenlijk niets betekent en die je toch doet denken: Ja, ongelofelijk.