Een goed doel

EINDELIJK LIJKT de impasse rond de CAO-besprekingen in de zorgsector doorbroken.

Nu het kabinet alsnog met 'eigen' geld over de brug is gekomen, zien de direct betrokken partijen, werkgevers en werknemers in deze aparte bedrijfstak, voldoende ruimte om de onderhandelingen te hervatten, hoewel het woord beginnen hier wellicht beter op zijn plaats is. Want in feite waren zowel werkgevers als werknemers het al snel met elkaar eens dat op basis van de financiële ruimte die het kabinet ter beschikking had gesteld, niet te onderhandelen viel.

Het kabinet heeft gegokt en verloren. Reeds begin vorig jaar werd in de Tussenbalans aangekondigd dat het kabinet via een korting op het pensioenfonds PGGM middelen wilde vrijmaken voor salarisverbetering. Een hachelijk voornemen, want pensioengeld wordt nu eenmaal beschouwd als een vorm van "uitgesteld loon'. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Tussenbalans werd dan ook al gewezen op het broze karakter van deze bezuinigingsmaatregel. Maar, zoals minister-president Lubbers toen zei in een reactie op de kritische geluiden: je moet jezelf grenzen opleggen, anders komt er helemaal niets van terecht.

Er is dus niets van terechtgekomen. Het pensioenfonds PGGM blijft vooralsnog gespaard en het leeuwedeel van de voor de CAO benodigde miljoenen wordt opgebracht door middel van een verhoging van de premies.

DE GEZONDHEIDSZORG wordt dus als gevolg van de salarisverbetering voor de 500.000 werknemers weer een beetje duurder. Als het een gewone bedrijfstak was, zou dat nauwelijks tot gefrons leiden. Een ondernemer die door CAO-verplichtingen geconfronteerd wordt met hogere kosten, verkleint of zijn marge, of verhoogt de prijs van zijn produkt of hij probeert door middel van rationalisering de kosten elders te drukken. In de gezondheidszorg kan de keuze niet op deze manier worden gemaakt. Toch kan door vormen van budgettering wel een veel meer marktconforme aanpak worden bereikt. Het betekent dat de zorgaanbieders zelf keuzes moeten maken. In de huidige monopoloïde situatie kan dat al gauw leiden tot ongewenste neveneffecten. Om het enigszins gechargeerd te stellen: het aantal hartoperaties zou kunnen worden verminderd om de salarisverbetering van het verplegend personeel te betalen. Er moet sprake zijn van evenwicht. Anders gezegd: de keerzijde van een meer bedrijfsmatige aanpak is dat in de gezondheidssector concurrentie moet worden toegelaten. Een zeer ambitieus verlangen in een sector waar de kartelvorming hoogtij viert.

Voor dit jaar en voor 1993 heeft het kabinet gekozen voor premieverhoging en een extra bezuiniging van 150 miljoen gulden op de rijksbegroting. Waar het de verhoging van de lasten betreft is gekozen voor de gemakkelijkste weg. “We lappen er met z'n allen voor”, aldus premier Lubbers. De publieke opinie zal hem waarschijnlijk nauwelijks tegenspreken. Het is een nobel doel, dus het kan er wel weer bij. Maar de overheidsuitgaven vormen een conglomeraat van goede doelen. Elk jaar kwamen er meer bij en elk jaar namen de lasten toe. Omdat er niet gekozen werd. Helaas is die keuze ook nu weer uitgebleven.