De polygame variant

Toen ik trouwde en gedurende heel lange tijd daarvoor, was het in Nederland gewoonte dat een vrouw in de sociale omgang de naam van haar man gebruikte. Op schrift zette zij er vaak haar eigen naam achter, de twee verbindend met een streepje. Zo wist de lezer niet van doen te hebben met een ongetrouwde deftige dame met dubbele naam, doch met een getrouwde mevrouw van (meestal) gewone komaf.

Ik had er indertijd ook niet het minste bezwaar tegen. Trouwen deed je voor je plezier en zo'n nieuwe naam was daarvoor een symbool. Toch kon ik wel begrijpen dat vrouwen enkele jaren later in het kader van de emancipatie besloten voortaan hun eigen naam te blijven gebruiken, ook weer als symbool. Maar in het sociale verkeer is het beslist minder praktisch, want makkelijk leidend tot verwarring. En wat mijzelf betreft: ik heb het altijd gezelliger gevonden om, wonend in één huis, met man en kinderen ook onder één noemer bekend te staan.

Er is nu echter het prille begin van een nieuwe trend te zien. Sommige getrouwde vrouwen gebruiken wel weer beide namen, maar laten het streepje ertussen weg. De motivering is quasi-emancipatoir: het is niet relevant of ik getrouwd ben of niet. Ik veroorloof mij daarentegen de speculatie dat dit nieuwe gebruik gezien moet worden als een van de tekenen van de huidige nepdeftigheid, zoals er wel meer zijn (de flat ingericht in "landhuisstijl' en een marmeren zuil op het balkon).

Er is ten aanzien van vrouw en huwelijk nog een ontwikkeling-in-de-dop te signaleren: de opkomst van het vrouwelijk equivalent van de bachelor's party. Toch al nooit zo'n verheffend gebruik en wat de meisjes ervan maken - tenminste wat er op straat van is te zien - is ook niet echt leuk. De bruid loopt omringd door een aantal vriendinnen, allemaal raar uitgedost in het wit. De sfeer is lacherig en pesterig. De bruid wordt duidelijk te kijk gezet, vaak met een tekst op haar rug die verwijst naar de komende bruiloft. Enkele varianten die ik zag: zij heeft een sluiertje voor haar gezicht, dat zij af en toe optilt om manlijke voorbijgangers diep in de ogen te kijken; zij gaat zingend rond met een mandje snoep; zij heeft haar hele pak volgenaaid met spekjes en gomballen en draagt de tekst mee: “Je mag nog één keer van me snoepen, want over een week ga ik trouwen”.

Ach ja, het huwelijk. Het blijft tobben.

Daarom vind ik het ook zo jammer dat VVD-leider Bolkestein de polygamie heeft betrokken in het minderhedendebat. Voor het hele overige ben ik het eens met wat hij over de allochtonenproblematiek naar voren brengt. De kritiek die hij over zich heen krijgt heeft een hoog Farizeeër-gehalte, zoals ook Marc Chavannes in deze krant al heeft gesignaleerd.

Maar dat van die polygamie is jammer, want de monogamie is in onze cultuur ook niet meer toonaangevend. In de sociaal-wetenschappelijke literatuur wordt al eufemistisch de term seriële monogamie gebruikt. Men is dan wel niet met diverse vrouwen of mannen tegelijkertijd getrouwd, maar wel na elkaar. Bovendien gaan ook niet alle echtelieden, staande een huwelijk, rechtstreeks van het werk naar huis.

Men zou kunnen tegenwerpen dat het hier een handelwijze van beide seksen betreft, terwijl de polygamie een prerogatief van mannen is en vernederend voor vrouwen. Dat laatste weet ik echter niet. Zou het niet eerder een kwestie van inhoud kunnen zijn dan van vorm? Huwelijken - monogaam of polygaam - worden gemaakt door mensen. Sommige monogame huwelijken zijn zeer vernederend voor de vrouw. Is het niet mogelijk dat in sommige polygame huwelijken de vrouw haar eigenwaarde hoog kan houden?

Ik vroeg me dat af naar aanleiding van een mooi artikel van psychiater Van Dantzig in het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid over twee recente films. De Chinese Raise the Red Lantern en de Nederlandse De Ontkenning. De eerste gaat over vier vrouwen die getrouwd zijn met dezelfde man, de tweede over een incestgezin. In beide situaties zaaien mensen dood, verderf en waanzin voor elkaar. Van Dantzig schrijft dat het hem opvalt dat hij bij de Westerse incestfilm vanzelfsprekend de oorzaak zocht in de persoonlijke levensgeschiedenis van de gezinsleden, maar bij de Chinese film veel meer het culturele "systeem' van polygamie als bron van de ellende zag.

Ik had dat bij het zien van Raise the Red Lantern echter niet. De kwaadaardigheid zat ook bij deze film voor mijn gevoel in de door het leven getekende karakters van de hoofdpersonen. En mijn verontwaardiging betrof meer het stereotiepe beeld dat werd geschetst van vier vrouwen die elkaar als rivalen zien en dus met haat, nijd en afgunst naar het leven staan. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat er ook polygame huishoudens hebben bestaan en nog bestaan waarin redelijke vrede heerst, waar de man zijn vrouwen hoogacht, zij zich beschermd weten en onderling eerder een verbond dan een concurrentiestrijd aangaan. Een beetje zo'n land waar vrouwen wel willen wonen, als ze het van huis uit zijn gewend.

De vraag is niet wat vrouwvriendelijker is - (seriële) monogamie of polygamie - maar wat een vrouw zelf wil. Vrije huwelijkskeuze dus. En om dat te weten moet zij in de wereld kunnen rondkijken. De koninklijke weg daartoe is goed onderwijs. Twee fundamentele rechten voor allochtone meisjes die Bolkestein bepleit, waarbij het autochtone gedoe met streepjes en snoepjes in het niet verdwijnt als luxe gerommel in de marge.