De eetzaal

De vier bij de deur zijn vertrokken. De enige indruk die ze hebben achtergelaten is dat ze bij de deur zaten en met z'n vieren waren.

Nu zitten er twee meisjes van veertig. In de hoek bij het raam weer de beide dikkerdjes. Aan de schoenen kun je zien dat de ene een man is. Dan de sportieve vrouw, die wat weg heeft van Dorothy uit "Golden Girls'. Ze kauwt haar eten vóór in haar mond, alsof ze in elke hap een botje zoekt. Haar moeder wordt aan het gezicht onttrokken door een houten kolom. Aan een middentafeltje: vier oudere zonaanbidders, nog bruiner dan gisteren. De vrouwen bedelen met knikjes en hallootjes om de aandacht van twee witharige jongetjes - het gezin aan de muur. Bij de soep zal de jongste door de zaal draven, bij de aardappelen gaat hij zitten huilen. In beide gevallen kijkt de oudste met weifelende afgunst toe, nu al te groot voor die dingen. En daar komen de meisjes van zeventien! Na de tweede nacht al werden ze om halfzes bij hun appartement afgezet door gezonde jongens met fietsen, maar het zag er niet naar uit dat ze hen zouden binnenlaten. (Hoe weet je dat? Ik ging om die tijd naar de duinen om velduilen te zien.) Ze lopen door naar achteren en worden meteen bediend. Tomatensoep. Met ons veertigen zijn we. Ieder op zijn eigen manier bezig met hetzelfde: Texel verwoesten door ervan te genieten.

Morgen ben ik weg.