D-mark onbetwist EMS-anker

Wie er misschien aan was gaan twijfelen of de D-mark nog wel het vaste "anker' is van het Europees Monetair Stelsel (EMS), moet deze week toch uit de droom zijn geholpen. Valutabezitters wisten na het Deense "nej' tegen "Maastricht' niet hoe snel ze de veilige haven van de Duitse munt moesten bereiken. Duitsland mag door de dure CAO's en de hoge kosten van de eenwording in de financiële problemen zijn geraakt, als het er echt op aankomt geniet de D-mark het meeste vertrouwen.

Vrijwel alle EG-munten, die in het EMS binnen een bandbreedte zijn gekoppeld, leverden in ten opzichte van de D-mark. De gulden hield zich kranig, omdat De Nederlandsche Bank blindelings de Bundesbank volgt. De peseta en de lire verloren het meeste terrein. Logisch, want veel buitenlandse investeerders hebben hun geld belegd in Spaanse en Italiaanse obligaties, omdat die ruim drie procent meer rente geven. De beleggers rekenden erop dat Spanje en Italië met het oog op de totstandkoming van Economische en Monetaire Unie (EMU) hun economisch beleid laten convergeren met de sterkste EG-lidstaten. Dat wil zeggen dat overheidstekort en inflatie worden teruggebracht. Dan kan ook de binnenlandse rente omlaag, wat leidt tot hogere obligatiekoersen. Tel uit je winst. Na het Deense referendum kan de EMU echter op de tocht komen te staan, wat sommige landen in de verleiding kan brengen het convergerende beleid even te laten voor wat het is. De beleggers zien dan het gevaar van een devaluatie opdoemen, waarna ze hun winst kunnen vergeten. Geen wonder dat de Italiaanse centrale bank gisteren onmiddellijk de rente verhoogde. Het door kapitaalvlucht bedreigde Italië geniet door de politieke en economische crisis tenslotte het minste vertrouwen.

Maar is dan de Franse franc geen alternatief? Enkele chauvinisten in Parijs koesteren die illusie. De Fransen presteren tenslotte beter dan de buren aan gene zijde van de Rijn als het gaat om inflatie, overheidstekort en concurrentiekracht. Desondanks ligt de rente in Frankrijk iets hoger dan in Duitsland. Beleggers in Franse waardepapieren eisen kennelijk een risicopremie. Waarom krijgen de Fransen geen beloning voor hun betere gedrag? Daarvoor zijn een paar redenen. Ten eerste is er het verschil in omvang van de Franse en Duitse economie. Frankrijk is ondanks zijn verdienstelijke prestaties gewoon niet groot genoeg. Hoe groter economie (en handel) van een land deste meer vraag is er naar de nationale munt.

Waarschijnlijk nog belangrijker is de psychologie van de markt. De Fransen hebben zich na de laatste devaluatie van de franc in 1987 pas vijf jaar goed gedragen. En beleggers weten al te goed dat de D-mark sinds de invoering van de munt nooit is afgewaardeerd ten opzichte van de franc. Bovendien is de Bundesbank volledig onafhankelijk, terwijl in Parijs de politici beslissen over het muntbeleid. Zelfs tijdens de jongste stakingen in Duitsland heeft niemand het gezag van de Bundesbank betwist. Want de D-mark behoort tot de Duitse ziel.

Het EMS zou het nog wel een tijdje kunnen uithouden, als de EMU (met één Europese munt) vertraging oploopt. Door de goede onderlinge afspraken en de strikte disciplines functioneert het stelsel immers uitstekend. Curieus genoeg is er 'e'en groep die uitstel van die ene munt niet zou betreuren. Juist ja, de valutahandelaren die deze week met al die transacties weer miljoenen hebben verdiend.