CRIMINOLOGIE

Hedendaags Kwaad. Criminologische opstellen door Frank Bovenkerk 189 blz., Meulenhoff 1992, f32,50 ISBN 90 290 2627 8

Georganiseerde misdaad, criminaliteit in de multi-etnische samenleving, de verlokkingen van de onderwereld; onder die noemers heeft de Utrechtse hoogleraar criminologie Frank Bovenkerk een aantal hoofdstukken bijeen gezocht in zijn bundel Hedendaags kwaad. Seriemoordenaars, Marokkaanse jongeren, een Surinamer in een grote auto, allen passeren ze de revue. Als het boek met één woord gekenschetst moet worden, dan voldoet "divers' het best.

Bovenkerk is criminoloog en publicist, en bij een zo grote verscheidenheid aan onderwerpen dringt zich de vraag op, hebben we hier met wetenschap te doen of met journalistiek? Het is een onderscheid dat Bovenkerk zelf als belangwekkend voorkomt. Hij besteedt een heel hoofdstuk aan het verschil tussen beide genres.

Bovenkerk haalt ter illustratie de Amerikaanse wetenschapster Kelly Kaufmann aan die onderzoek verricht heeft onder personeel van de Walpole gevangenis in haar land. ""Zij concentreert zich op de vraagstelling van haar onderzoek en adstrueert de centrale gedachte dat er zoiets als een fnuikende beroepscultuur van cipiers bestaat,' schrijft hij. Wie het werk van de academica in kwestie heeft gelezen, kent volgens Bovenkerk ""minder details over het leven in Amerikaanse gevangenissen, maar begrijpt wel beter wat daar fundamenteel aan mankeert.'

Wat Kaufmann in haar Prison Officers and their Work volgens Bovenkerk aanschouwelijk heeft gemaakt, is dat in Amerikaanse gevangenissen bewaarders op voet van oorlog met gedetineerden staan. Er is in deze ""citadel van wreedheid en wanhoop', net als in zoveel andere penitentiaire inrichtingen in de VS, een uiterst gewelddadig beheerssysteem ontstaan.

Eén van de regels waar de bewaarders zich aan houden, is onder geen omstandigheid enige sympathie voor een gevangene te tonen. Een andere ongeschreven regel is nooit enige medewerking aan een onderzoek over misstanden in de gevangenis te geven. De gevangenen op hun beurt laten zich niet door het personeel commanderen. De twee groepen, schrijft Bovenkerk, houden elkaar in een ""verstikkende houdgreep'. Dit wederzijdse spel om de macht is voor alle betrokkenen dysfuctioneel. Enkeldiep waadt men in de gevangenis door het afval. Het zou makkelijk opgeruimd kunnen worden, maar dat is een vorm van dienstbaarheid die niemand zich kan permitteren. Dat zou maar worden uitgelegd als een knieval voor de tegenpartij.

Wij kunnen ons in Nederland nauwelijks een voorstelling van deze onverkwikkelijke en zinloze patstelling maken. In de Nederlandse gevangenissen is nooit een "ijzeren contra-hiërarchie' ontstaan. Bovenkerk schrijft dit toe aan het mildere regime in Nederland, dat onder meer tot uiting komt in de regel niet meer dan één gedetineerde per cel te laten verblijven. (Wie zich gecharmeerd voelt door het voorstel "twee man in een cel' zou alleen het hoofdstuk "journalistiek en criminologie' moeten lezen.)

Wat heeft, vergeleken met de wetenschappelijk onderzoekster de journalist te bieden? Een journalist, zegt Bovenkerk, ""sorteert sprekende fragmenten uit al zijn interviews naar onderwerp en na een vlugge introductie worden die als collage gepresenteerd'. Zodoende biedt de journalist ""inzicht in de variatie van opinies'. Je komt echter niets te weten over de representativiteit van de meningen.

Afgemeten aan Bovenkerks eigen criteria voor "wetenschappelijke etnografie' en "journalistieke reportage' is Hedendaags kwaad vooral een bundeling van journalistieke reportages. Waarmee niets ten nadele van deze bundel, noch van de journalistiek is gezegd. Bij een zo onbegrensbaar onderwerp als "misdaad' mag je niet verlangen dat je na een artikelenbundel beter begrijpt wat er fundamenteel aan de samenleving mankeert.

Hedendaags kwaad biedt onverwachte gezichtspunten, maar misschien is wel de grootste waarde van dit boek, dat het de lezer attendeert op veel intrigerend wetenschappelijk onderzoek.