Conflict om toekomst van Antillen

DEN HAAG, 6 JUNI. Tussen een grote meerderheid van het Nederlandse parlement en minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) is een scherp meningsverschil gerezen over de toekomstige verhoudingen met de Nederlandse Antillen. Dit bleek gistermiddag bij de afsluiting van een overleg tussen parlementaire delegaties uit de drie Koninkrijksdelen.

De regeringscoalitie en de VVD in de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer weigeren mee te werken aan een wijziging van het Koninkrijksstatuut die Aruba zijn onafhankelijke status als rijksdeel laat behouden, als er niet eerst een deugdelijke regeling komt om de vijf eilanden van de Nederlandse Antillen bijeen te houden.

Minister Hirsch Ballin heeft een wetsvoorstel aanhangig gemaakt om de onafhankelijkheidswording van Aruba op 1 januari 1996 uit het Koninkrijksstatuut te schrappen. Zeker 125 van de 150 Tweede Kamerleden en een even grote meerderheid in de Eerste Kamer vrezen dat de Nederlandse Antillen dan volledig uit elkaar vallen, omdat het grootste eiland, Curaçao, dezelfde positie als Aruba opeist.

Volgens het Koninkrijksstatuut zou Aruba, dat sinds 1986 een aparte positie inneemt binnen het Koninkrijk der Nederlanden, per 1 januari 1996 volledig onafhankelijk moeten worden. Hirsch Ballin wil die bepaling echter schrappen. Daarmee komt hij tegemoet aan een dringende wens van de Arubaanse regering. Het gevolg daarvan zou echter zijn, aldus de voorzitter van de Nederlandse delegatie, mr. J.C. Wiebenga (VVD), dat Curaçao dezelfde aparte positie claimt als Aruba en dat de kleinere eilanden Bonaire, St. Maarten, St Eustatius en Saba aan hun lot worden overgelaten.