Besnijdenis

Het besnijden van meisjes is niet-islamitisch en niet oorspronkelijk-Arabisch; het komt of kwam praktisch alleen in Afrika voor. Deze wijdverbreide misvatting werd onlangs weer verwoord in het artikel van W.A. Shadid "Bolkestein gaat met islamieten praten over schijnproblemen' (NRC Handelsblad, 1 juni).

De moslimse traditie-literatuur bevat redelijk betrouwbare berichten over de profeet Mohammed, die de besnijdenis van meisjes aanbeveelt, in een gematigde vorm. De gewoonte bestond blijkbaar reeds in de voor-islamitische tijd in Arabië. De vroeg-islamitische poëzie uit het Arabische Schiereiland en Irak wemelt van scheldwoorden zoals ibn al-bazra' "zoon van een onbesneden vrouw', waarmee moslims elkaar, en met name christenen beschimpen. In de negende eeuw valt al-Djahiz, schrijvend in Baghdad, de christenen aan onder meer “omdat zij onbesneden zijn, varkensvlees eten en geslachtsgemeenschap hebben tijdens de menstruatie, terwijl de vrouw bovendien onbesneden is”.

Verlichte Arabische moslims hebben om begrijpelijke redenen het verschijnsel als on-Arabisch en on-islamitisch bestempeld. De geschiedenis is wel vaker veronachtzaamd of verdraaid met de beste bedoelingen.