Beschermeling van kanselier Kohl rukt snel op in de hiërarchie van de CDU; Houwdegen Rühe blijkt kundig minister

BONN, 6 JUNI. Het is paradoxaal, maar wat er ook van de Jäger '90 wordt, de nieuwe Duitse minister van defensie heeft er al veel aan te danken. Want met zijn afwijzing van het peperdure vliegtuig kon Volker Rühe als politicus een snelle politieke metamorfose zichtbaar maken. Een paar maanden geleden was hij nog Helmut Kohls "Rambo', sinds herfst 1989 als secretaris-generaal volgaarne belast met het ruwere partijwerk voor de kanselier en CDU-voorzitter. Rühe, der Bulle aus Hamburg, loyaal aan de chef, hardhandig socialistenvreter, in en buiten zijn partij onbemind bij grote groepen politici. Algemeen oordeel: een rechtse houwdegen.

Dat beeld is zeer veranderd terwijl hij toch pas goed twee maanden minister is op het departement op de Hardthöhe in Bonn (5.000 ambtenaren, huidig budget 52 miljard mark), dat in de geschiedenis van de Bondsrepubliek vaak de functie van politiek graf had. Laatste slachtoffers: Rühe's voorgangers en partijgenoten Gerhard Stoltenberg, Rupert Scholz en Manfred Wörner (nu secretaris-generaal NAVO).

Wat is met Rühe nu het geval? Onder meer wegens zijn afwijzing van de Jäger '90 krijgt hij applaus van de SPD, lof van de FDP, kritiek daarentegen uit de conservatieve Beierse CSU en de rechtervleugel van de CDU. Zijn nuttige ruimte als politicus is snel vergroot. Dat zal ook de bedoeling zijn geweest, maar het is knap dat dat zo snel, en op Defensie, lukte.

Houwdegen? Consensus is zijn nieuwe trefwoord. Bliksemsnel is hij inmiddels erkend als nummer drie in de informele CDU-hiërarchie. Uiteraard nog ver achter Kohl, die hij in 1989 hielp bij het neerslaan van een interne CDU-revolutie (een karwei dat even later geheel werd afgerond door de Oostduitse Wende die Helmut Kohl tot eenheidskanselier maakte). Maar niet ver meer achter Wolfgang Schäuble, Kohls officiële kroonprins, die uit zijn rolstoel de CDU-fractie in de Bondsdag leidt.

Zelfs de media laten zich nu graag door Rühe bespelen. Vorige maand greep hij de zogenoemde Kommandeurstagung in Leipzig aan om 400 opper- en hoofdofficieren voor televisie-camera's te vertellen dat de Bundeswehr maar één baas heeft, namelijk minister Volker Rühe. Die mededeling zal zijn voorganger Stoltenberg net zo hebben getroffen als sommige generaals en admiraals. Bovendien sprak de nieuwe minister bezorgd over de Sinnkrise van het Duitse leger, een mooi-diepzinnige variant op het verdwijnen van de vijand dus, die door een nieuwe rol en door herstel van vertrouwen bij de burgers moet worden overwonnen. Dat waren voltreffers, óók wat de media betreft.

Vorige week wist Rühe een vliegtuig vol journalisten mee te krijgen op een driedaagse barre reis naar Cambodja, waar een Duits medisch detachement onder blauwe VN-helmen aan een "historische' missie is begonnen. Ver buiten het NAVO-gebied, volgens velen dus ook buiten de grenzen van de Duitse Grondwet, maar dit keer wèl na groen licht van de op dit stuk gevoelige SPD. Daarvoor had Rühe zelf gezorgd. De minister en zijn media-tros reisden reisden één dag heen, waren één dag ter plaatse en vlogen op de derde dag terug. “Zijn de foto's goed gelukt?”, vroeg hij tijdens de thuisreis. Dat was dik in orde. In de televisiejournaals scoorde hij met open kraag drie à vier tropische minuten. Ook daarvan zal de degelijk-dorre Stoltenberg hebben opgekeken.

Volker Rühe is 49 jaar, sinds zijn 21ste lid van de CDU en van huis uit leraar Engels en Duits. Hij werd in 1970, toen 28 jaar oud, lid van het Hamburgse parlement. Zes jaar later rukte hij op naar de Bondsdag, waar hij de toenmalige oppositieleider Kohl onder meer aangenaam opviel wegens zijn moedige aanvallen op de gevreesde debater Herbert Wehner, de fractievoorzitter van de SPD. En ook omdat hij, anders dan Kohl zelf, zijn talen goed sprak en als buitenland-specialist makkelijk internationale contacten legde. De hechte relatie tussen Helmut Kohl en zijn beschermeling Volker Rühe was daarmee ontstaan. In najaar 1989 moest hij Kohl gaan dienen als secretaris-generaal van de CDU. Rühe's harde campagne, vorig jaar, tegen de Blockflöten van de Oostduitse CDU, die na 40 jaar samenwerking met het DDR-regime rustig wilden blijven zitten, was in dat opzicht een soort geslaagd examen. De verwijdering van verdachte anti-Kohl krachten uit het partijbureau in Bonn óók.

De nieuwe Duitse minister van defensie had deze week zelfs tijd voor een etentje met nieuwsgierige buitenlandse journalisten, onder wie de verbazing over Rühe's gedecideerde en verrassende optreden ook al groot is. Wat te denken van een minister van defensie die zelf een nieuw wapensysteem als het jachtvliegtuig Jäger '90 (135 miljoen mark per stuk) afwijst? Die daarover zelfs openlijk in de clinch ligt met minister Theo Waigel van financiën, die ambtshalve dol is op bezuinigen maar dat als CSU-voorzitter niet graag ziet beginnen bij vliegtuigfabrieken in Beieren.

Wat te denken ook van een nieuwe minister van defensie die zegt dat het hart van de Bundeswehr niet bij dure wapensystemen klopt maar bij zijn soldaten? Die juist op dezelfde Waigel een soldijverhoging heeft bevochten en zegt dat hij vermoedelijk ook elders in de materieelsector wil (moet) snijden. Omdat de vroegere vijand in Oost-Europa weg is, omdat er bezuinigd moet worden, omdat de in 1994 tot 370.000 man ingekrompen Bundeswehr geen wapensystemen moet hebben die andere materieel-uitgaven blokkeren. En ook omdat Rühe budgettair “flexibel” wil blijven voor de toekomst die wellicht “nieuwe dreigingen” te zien zal geven? Bij voorbeeld uit het Midden-Oosten.

Bent u niet bang dat u, als u als het ware uw eigen minister van financiën speelt, straks nog eens extra zult worden aangeslagen, vraag ik. Nee, zegt hij, het is bij de afgesproken beperking van de uitgavengroei tot maximaal 2,5 procent tot 1995 “beter zelf met voorstellen te komen dan straks door Waigel budgettair te worden aangerand”. Bij de opgelopen prijs van de Jäger '90 zou hij er ook niet meer dan 78 (in plaats van het al neerwaarts bijgestelde aantal van 140) kunnen bestellen. Eigenlijk kan ook beter over de Jäger '85 worden gesproken, spot Rühe, alleen gelden de premissen uit dat jaar niet meer, in veiligheidspolitiek noch budgettair opzicht.

Dat hele vliegtuigproject ziet hij trouwens als een symbool van de geldende Westduitse Weiter-so-cultuur, die ook bleek in de recente CAO-gevechten en die slecht is voor de economische en psychologische eenwording van Duitsland. “We moeten hier langzamerhand maar eens ophouden landwegen te asfalteren opdat de tractor niet vuil wordt”, vindt Rühe. Over een paar jaar kan beter naar een ander, goedkoper, vliegtuig worden omgezien, vindt hij.

Interessante man. Zeker méér dan een Kohl-Rambo die straks rechts van de weg eindigt. Een van zijn literaire helden, zei hij in een interview, is Holden Caulfield, de zestienjarige onaangepaste verlegen spijbelaar uit The Catcher in the Rye, J.D Salingers cultbook uit 1945. Kan een Duitse politieke manager een mooiere held hebben?