Als transseksueel wil je alleen maar jezelf zijn

Veranderen, zondag, Ned.3, 22.35-23.45u.

In Nederland wil één op de 20.000 mannen vrouw zijn en één op de 60.000 vrouwen heeft er alles voor over om man te worden. Deze mensen ervaren hun lichaam als een cel met tralies en de enige manier om uit die gevangenis te ontsnappen is een operatieve geslachtsverandering. Transseksueel zijn is geen pretje, aldus een medisch deskundige op dit gebied, maar àls je het bent kan je het 't beste in Nederland zijn, waar het ziekenfonds alles vergoedt. Corinne heeft het aan den lijve ondervonden. Drie jaar geleden besloot de toen 35-jarige VARA-medewerker Ko om vrouw te worden, een ingrijpende beslissing met onomkeerbare gevolgen. Ireen van Ditshuyzen heeft het hele proces, een lijdensgeschiedenis die tot bevrijding voert, vastgelegd in een televisiedocumentaire van ruim een uur.

Het verhaal begint op de pont achter het Amsterdamse Centraal Station waar Ko iedere woensdag bij het door Jan van Loenen gepresenteerde radioprogramma assisteerde. Er is niets bijzonders te zien aan deze aardige, niet onaantrekkelijke journalist. Hij is niet opvallend vrouwelijk en gedraagt zich allerminst verwijfd of nichterig. Zelfs voor mensen die hem goed kennen, komt het bericht dat hij zich wil laten "ombouwen' als een donderslag bij heldere hemel. Zijn vader had het gevoel dat de aarde zich onder hem opende, toen hij hoorde wat er met Ko aan de hand was. Ko zelf zegt dat hij tientallen jaren heeft geprobeerd het gevoel dat hij in een verkeerd lichaam zit, te onderdukken. Hij is een relatie begonnen met een vrouw en is vader geworden van twee kinderen, maar niets hielp. Het liefst had hij zich drie jaar geleden onmiddellijk laten ombouwen, maar zo makkelijk ging dat niet. Pas na een hormoonbehandeling van twee jaar, waarbij hij van meet af aan verplicht was zich als vrouw te presenteren, volgde de operatieve ingreep.

Aan het begin van de behandeling is Ko, die zich vanaf dat moment Corinne noemt, labiel en depressief. Ze blijkt zich vooral zorgen te maken over de vraag of haar collega's bij de VARA haar zullen accepteren. Nadat ze bij de kapper en de schoonheidsspecialiste is geweest en met haar zus vrouwenkleren en schoenen met hoge hakken heeft gekocht, loopt ze als een verklede kerel door de gang van het VARA-gebouw naar de redactiezaal. Halverwege stopt ze, barst in huilen uit en durft niet verder. De volgende scènes zijn tenenkrommend: de mannelijke collega's reageren gegeneerd en voelen zich duidelijk opgelaten. Er onstaat een ongemakkelijke situatie die gered wordt door Hanneke Groenteman en Toni Boumans. Zij complimenteren Corinne als vrouwen onder elkaar met haar kleren en bekennen dat ze het zelf ook lastig vinden om op hoge hakken te lopen.

Vlak voor de operatie voelt Corinne, inmiddels al een stuk vrouwelijker dan een jaar eerder, zich zenuwachtig, vooral omdat ze bang is dat haar kinderen haar niet meer zullen accepteren. Na de operatie bezoekt haar vader haar in het ziekenhuis en begroet haar liefdevol als dochter. “Dat deden we vroeger niet”, zegt hij terwijl hij haar omhelst en zoent.

Op dat hartvwerwarmende tafereel volgt een ijskoude douche: de (nu voormalige) eindredacteur van VARA's radio-1 legt uit dat hij is aangesteld om programma's te maken en niet om probleemgevallen te begeleiden. “Op een moment dat de redactie last krijgt van fouten moet ik als eindredacteur ingrijpen.” In de wereld van de geslaagde boys is geen plaats voor depressieve mensen en dus is Corinne op straat gezet.

Aan het eind van de film, drie jaar na het begin van haar behandeling is Corinne weer aan het werk: een blonde radiomaakster bij het ANP, niet opvallend mooi maar zeker niet lelijk en redelijk vrolijk en zelfbewust. Binnenkort gaat ze met haar kinderen op vakantie, daarna wil ze haar rechtenstudie voltooien. En hoewel ze doodmoe is van wat er de afgelopen jaren met haar is gebeurd, is er voor haar maar één conclusie mogelijk: het is de moeite waard geweest.

Om Corinne's verhaal in een context te plaatsen, heeft Van Ditshuyzen ook twee jongens gevolgd die bezig zijn vrouw te worden. Het verschil tussen hen en Corinne is niet wezenlijk. Voor alle drie geldt dat het lichaam waarmee ze zijn geboren een vreemd en gehaat omhulsel was. Het verlangen naar een eigen identiteit is zo overheersend dat alles er voor moet wijken. Werk, kinderen, relaties, familie en een complete seksbeleving zijn stuk voor stuk ondergeschikt aan die ene obsederende wens: eindelijk zichzelf zijn.