Als een adelaar

In de Amerikaanse opiniepeilingen nemen zijn kansen op het Amerikaanse presidentschap steeds verder toe, hoewel hij zich nog niet officieel kandidaat heeft gesteld. Zeker is dat Ross Perot het wat betreft zijn eigen leven niet zo nauw neemt met de feiten. Het is zelfs maar de vraag of hij zo'n buitengewoon succesvol zakenman is: behalve grote successen zijn er ook grote blunders.

De volledige tekst van dit artikel verschijnt op 25 juni in de New York Review of Books.

Electronic Data Systems (EDS) was toch wel een uniek bedrijf. Het vulde het gat in de markt dat in het begin van de jaren zestig door een explosieve technologische ontwikkeling was ontstaan, terwijl de oprichter, Ross Perot, zijn mensen niet om hun technisch kunnen aannam. Hij was zelf aan de Marine-academie, waar hij tot de middenmoot behoorde, opgeleid tot elektrotechnisch ingenieur, maar zocht in zichzelf en zijn medewerkers naar andere kwaliteiten, want hij had voor zijn zaak een heel bepaald slag op het oog. Toen ik onlangs in Dallas een gesprek met hem had, zei hij: ""Mijn bijdrage is dat ik de zaak aan het rollen breng.''

Perot zocht mensen die net als hij meer doeners waren dan denkers. Hij had een voorkeur voor mannen met ervaring in het leger, liefst in de strijd - een merkwaardig vereiste voor mensen die in hoofdzaak computers zouden gaan programmeren en beheren. Hij stak ze in een uniform: donker pak, wit overhemd, effen das, kort haar en gladde kin. Geheimzinnigheid zag hij graag. Zelfs de naam van de firma was vaag, en Perot omschreef haar werkzaamheden losjes als "faciliteitenbeheer'. Anderen moesten liefst zo weinig mogelijk van zijn activiteiten weten. Je zou haast zeggen dat hij een paramilitaire operatie voorbereidde - en in zekere zin deed hij dat ook.

Perot was verkoper geweest bij IBM, waar hij de computers van dat bedrijf had moeten verkopen aan mensen die schreeuwden om het nieuwe wonderapparaat. Perot, die onder deze omstandigheden spoedig zijn verkoopquota haalde, zag dat bij de reeds in gebruik genomen computers slechts een deel van de capaciteit werd benut voor het werk waarvoor ze waren geprogrammeerd. Ontzaglijk veel tijd was nodig om de programmatuur op de behoeften van de afzonderlijke ondernemingen af te stemmen en vervolgens de vereiste gegevens in te voeren.

Perot trok de voor de liggende conclusie en ging aan de slag. Doordat hij met een team van specialisten de computers in recordtijd voor ieder bedrijf geschikt maakte, werd de inleidende programmeerperiode bekort en behoefde het bedrijf geen eigen computermensen aan te stellen. Vervolgens hield Perot tegen een afgesproken tarief het systeem draaiende, terwijl zijn startteam doorging naar een ander bedrijf.

Toen Perot begon, bezat hij niet één computer, maar hij wist computers te staan die onder hun capaciteit werkten en die hij buiten kantoortijd kon huren. Zo profiteerde hij van mensen die een grotere computer hadden gekocht dan ze voorlopig nodig hadden. Door deze werkwijze werd EDS een bedrijf van bliksemacties, met een sfeer die aan commandowerk deed denken. Wanneer Perot de juiste computers ontdekte waarop nog tijd beschikbaar was, of een bedrijf dat snel resultaten wilde zien, stuurde hij zijn gehoorzame "adelaars' eropuit voor een nachtelijke aanvalsactie of liet hij ze dag en nacht doorwerken. ""Wij hebben onze zaak opgebouwd door in drie maanden te doen wat volgens anderen anderhalf jaar zou vergen.''

In de sfeer van spanning groeide een hechte band, terwijl Perot al improviserend regels en soms ook wetten opstelde. Hij werkte met software van IBM, roofde door IBM opgeleid personeel en drukte, door de bestaande apparatuur beter te benutten, de verkoopcijfers van IBM. Hij gokte erop dat IBM, dat door de beurscommissie van monopolievorming werd verdacht, niet zou durven optreden tegen een kleine concurrent in opkomst.

Grotere juridische problemen wachtten Perot met de SSA (het Bureau voor Sociale Zekerheid), die de leiding kreeg over de opkomende nieuwe ziekenfondsprogramma's Medicare en Medicaid. Toen de wetgever deze fondsen instelde, zat Perot - om redenen waaraan hij liever niet wordt herinnerd - op de juiste plaats. Volgens de Perot-mythologie zou hij begin 1962 bij IBM zijn opgestapt om met duizend dollar van zijn vrouw een eigen zaak te beginnen. In feite is hij toen voor zijn vriend Tom Beauchamps consulent voor gegevensverwerking geworden bij het Texaanse Blue Cross (een ziektekostenverzeraar zonder winstbejag). Hij zou deze deeltijdbaan (waarmee hij, naar de SSA ontdekte, 20.000 dollar per jaar verdiende) tijdens de eerste zes bedrijfsjaren van EDS aanhouden.

In 1966, toen hij nog altijd bij Blue Cross de gegevensverwerking verzorgde, verkocht hij deze onderneming de diensten van zijn externe bedrijf, EDS. Toen de SSA deze merkwaardige transactie, waarmee overheidsgeld gemoeid was, op het spoor kwam, waren er geen stukken te vinden over de wijze waarop het contract tot stand was gekomen. Ofschoon Blue Cross verplicht was grote overeenkomsten door de SSA te laten goedkeuren, had het deze niet eens aangemeld. Perots behoefte aan discretie had gezegevierd.

In 1967, toen het Texaanse Blue Cross met Perot besprekingen voerde over een groter contract, liet een voormalige employé van het Blue Cross de SSA weten dat Perot nog altijd werkte bij de instantie waar zijn eigen onderneming zaken mee deed. Na protest van de SSA nam Perot ten slotte in december 1967 ontslag, precies een maand voordat EDS het contract afsloot.

Perot kon de overheid tarten en intussen uit contracten met die overheid miljoenen dollars binnenhalen, omdat hij als eerste beschikbaar was toen een stortvloed van nieuwe beleidsmaatregelen, regels en aanspraken een geweldige opstopping veroorzaakte. Dankzij de contracten met de ziekenfondsen werd Perots onderneming met de dag sterker, voordat anderen ook maar iets konden beginnen.

Toch zat Perot krap bij kas, want hij had zijn winst in uitbreiding geïnvesteerd. Na zonder computers of eigen bedrijfsruimte te zijn begonnen, moest hij nu een groot opleidingscentrum met de modernste apparatuur creëren om zijn nieuwe werknemers snel te kunnen inzetten. Zijn eerste adelaars had hij beloond met aandelen in het bedrijf, waarvan, omdat ze niet konden worden verhandeld, de waarde niet vaststond. In 1968, op het hoogtepunt van de speculatiegolf, ging hij na zorgvuldige voorbereiding onder strakke regie naar de beurs, waar zijn emissie van de hand ging ""tegen meer dan honderd maal het dividend, de hoogste prijs tot dan toe''. Zo werd hij in één klap multimiljonair.

De mythe van Ross Perot, en van EDS, begon nu gestalte te krijgen. Ze zou in 1979 haar hoogtepunt bereiken toen Perot een huurling in dienst nam om de reddingsoperatie te leiden van twee EDS-managers die in de eerste dagen van de revolutie in Iran door de regering van Bakhtiar in gijzeling werden gehouden. Belangrijk aan deze poging - die fortuinlijk slaagde, doordat ze samenviel met rellen waarbij alle gevangen werden bevrijd - was dat Perot EDS-employés eropuit stuurde om hun collega's te redden. Hij ging er ook zelf heen om de gevangenis te verkennen. ""Ik kon twee dingen doen. Ik kon ze daar laten zitten, om te sterven, of ik kon ze gaan halen. Ik nam de lijst van mijn mensen door en pikte iedereen eruit die de beste papieren had. Die gesprekken zal ik nooit vergeten. Iedereen met wie ik sprak bood zich vrijwillig aan.''

Perot, die zijn image met vaste hand regisseert, liet de thrillerschrijver Ken Follett dit avontuur bezingen in een boek met de Perotiaanse titel On Wings of Eagles ("Op adelaarsvleugels'). Perot behield zich het recht voor publikatie van het boek en uitzending van de mini-televisieserie die erop werd gebaseerd, te weigeren. Follett moest behendig manoeuvreren met betrekking tot de contacten van EDS met de entourage van de sjah, die door Perot via tussenpersonen van de Mahvi-stichting werd gesubsidieerd. Nu had Perot naam gemaakt als Redder, een reputatie die hij naderhand telkens opnieuw heeft getracht waar te maken door met geld en geheimzinnigheid, soms onder één hoedje met Oliver North, soms samen met verknipte speurders, achter krijgsgevangenen en vermisten aan te jagen. Het was het begin van een loopbaan in fictie.

2.

Zoals de meeste begaafde vertellers corrigeert Perot waar nodig moeiteloos de feiten. Toen Ken Follett tegen iemand met wie hij een gesprek had voor On Wings of Eagles zei dat Ross ""in een anekdote zonder problemen de feiten verandert,'' liet Perot Follett onmiddellijk bij zich komen en eiste van hem meer respect voor zijn versies van de waarheid.

Al vroeg heeft Perot bedacht dat de Texaanse waarden uit zijn kinderjaren in Texarkana beter tot hun recht moesten komen. Zo beweert hij dat hij met zijn paard de zwarte wijk van Texarkana inging om kranten te bezorgen, wat niemand daar ooit had gepresteerd. Deze knaap, die op school zo stil was, moet naar eigen zeggen een geweldig vlotte bink zijn geweest, die goed kon opschieten met de hoeren in zijn krantenwijk en extra betaling eiste voor gevaarlijk bezorgingswerk. Maar Hayes McClerkin, een oude schoolgenoot, zegt: ""Het zal best dat Ross af en toe te paard is gegaan, met zulke wegen niet eens zo'n gek idee, maar ik weet ook zeker dat zijn vader hem bij slecht weer wel eens met de auto heeft rondgereden.'' McClerkins versie past beter in het beeld van Texarkana dat Perot zelf bij andere gelegenheden heeft geschilderd. Het was helemaal geen gevaarlijk oord: ""Over onze veiligheid hebben we ons nooit druk gemaakt. Terwijl mijn moeder toch de treinzwervers te eten gaf, hebben we de deur nooit op slot gehad.''

Perot bezocht in Texarkana de hogeschool, die in hetzelfde blok was ondergebracht als de plaatselijke middelbare school. Als leider van zijn jaar wist hij bij het bestuur te bereiken dat het college werd verplaatst, weg van de vernederende situatie naast de middelbare school en het bijbehorende voetbalstadion. Zo gaf hij blijk van de leiderskwaliteiten waardoor hij, ondanks zijn middelmatige cijfers, ook leider van zijn jaar werd aan de Marineacademie in Annapolis.

Tijdens de oorlog in Korea was Perot adelborst; hij heeft Hayes McClerkin in de zomervakantie eens toevertrouwd dat hij van plan was bij de mariniers te gaan. ""Als je het overleeft, heb je een goeie kans om generaal te worden,'' zei Perot. Maar bij het einde van de oorlog had Perot nog maar net zijn officiersaanstelling binnen, en hij had het al gauw gezien bij de marine.

Tegen een verslaggever van Newsweek heeft hij gezegd dat hij zich eens naar een ander schip had laten overplaatsen omdat de kapitein bijzondere privileges verlangde. Toch zou Perot zich, toen hij eenmaal een rijk en vooraanstaand zakenman was, zeer gevoelig tonen voor de privileges die hém toekwamen. Toen in 1988 zijn dochter werd aangehouden wegens te hard rijden en de agenten in haar auto een pistool aantroffen, lieten ze haar met een vermaning gaan toen ze hoorden wie haar vader was. De volgende dag ontbood Perot de agenten op zijn kantoor, waar ze een bedankje of een gelukwens of een beloning verwachtten. Maar nee, hij veegde ze de mantel uit, want wat ging het hun aan hoe zijn dochter reed.

3.

Sommige mensen hebben, zonder af te dingen op Perots successen in het zakenleven, de vraag opgeworpen of de zakelijke aanpak in de politiek wel gepast of bruikbaar is. Maar het is niet eens zeker dat Perot na de buitengewone situatie waarin EDS zijn eerste slag sloeg, als ondernemer wel zo'n kei was. Natuurlijk is hij geld blijven verdienen, maar toch vooral door zijn rechten in zijn eerste bedrijf te verkopen - in 1968 aan publieke beleggers, in 1984 aan General Motors (2,5 miljard dollar) en in 1986 nogmaals aan General Motors (toen hij zijn eigen aandeel in EDS verkocht voor 700 miljoen dollar). Dat geld heeft hij solide geïnvesteerd, vooral in onroerend goed.

Maar het beheer van een pakket aandelen is natuurlijk niet te vergelijken met het leiden van een onderneming, vooral niet het soort leiderschap dat Perot bij EDS had gecreëerd. Op dit punt heeft hij zijn eerste successen nooit meer kunnen benaderen. Ook heeft hij 97 miljoen dollar verloren die hij in de jaren 1971-1974 had geïnvesteerd in de makelaarsfirma's duPont Glore Forgan en Walston and Company.

Een ander geval was Perots misser bij General Motors. Nadat GM in 1984 EDS had opgekocht, deed het gerucht de ronde dat de autofabrikant Perots leiderskwaliteiten wilde benutten om de identiteit van het bedrijf te herzien, en dat Perot meedeed omdat hij de Amerikaanse autoindustrie wilde redden van de door Japan aangerichte verwoestingen. Beide partijen hebben deze mythe een tijdlang gaande gehouden. In feite had Roger Smith van GM besloten zijn bedrijf te diversifiëren en bij wijze van verzekering een winstgevende onderneming op te kopen.

Perot hield het bod aanvankelijk in beraad. Hoe langer de onderhandelingen duurden, des te meer waardevolle informatie verkreeg hij. Perot stelde zich hard op. Hij wilde zijn eigen aandelen blijven verkopen, zelf nieuwe overeenkomsten sluiten, zijn boeken gesloten houden voor de moedermaatschappij en ook nog het monopolie krijgen op de computeroperaties van General Motors. Door de meeste eisen van Perot in te willigen, bracht Smith de aanmatigende despoot ertoe meer te vragen dan hij aankon. In het verleden had EDS bedrijven geholpen door meer programmeurs en kennis van computers mee te brengen dan het interne personeel te bieden had. Bij GM was de situatie volkomen omgekeerd. De autofabrikant zat weliswaar met computerproblemen, maar daarbij ging het om veel meer toepassingen dan EDS ooit had meegemaakt. Bij GM werden computers ingezet bij het ontwerpen, bouwen en testen van auto's en hun onderdelen. Het bedrijf experimenteerde met robots en cybernetische systemen, waarvoor de technologie nog volop in ontwikkeling was.

Perot, voor wie tucht, agressiviteit, een vlotte babbel en bravoure belangrijker waren dan superspecialistische kennis, stuurde een stelletje onvoldoende toegeruste macho's naar GM, waar de al aanwezige medewerkers niet konden uitmaken wat erger was, de bazigheid van de nieuwkomers of hun onkunde. Zoals gewoonlijk zocht Perot de schuld bij iedereen behalve zijn "adelaars' en hij beledigde alle afdelingen van General Motors met zijn algemene kritiek op hun produktie, verkoop en service. En al was hij dan binnengehaald als horzel en tuchtmeester, de verontwaardiging over zijn arrogantie was zo groot dat Roger Smith de leiding nam toen zijn eigen mensen rapport uitbrachten over de ergernis die Perot teweegbracht. Het vertrek van Perot was de enige manier om de wederzijdse frustratie te sussen, maar hij zorgde wel dat het GM veel geld kostte.

Perot liet EDS achter, waarna GM zijn oorspronkelijke aankoop probeerde te beschermen door te eisen dat Perot geen kritiek zou uitoefenen op de behandeling van EDS en geen concurrerend bedrijf zou beginnen. Met beide verlangens maakte Perot korte metten. Hij had een clausule bedongen die in zijn ogen de ""bevrijding van de slaven'' garandeerde, want er stond dat al zijn hoger personeel samen met hem bij GM kon opstappen. Hij stelde het zo voor dat zij dan met hem aan nieuwe ondernemingen zouden kunnen deelnemen, waartoe hij ook zijn liefdadige en patriottische plannen rekende, maar hij verkreeg voor deze employés wel een vrijstelling van de anticoncurrentiebepaling.

Perot had geprobeerd zichzelf te vrijwaren van het soort overvallen dat hij indertijd op veelbelovende IBM-medewerkers en -apparatuur had gedaan. Medewerkers van EDS mochten pas na een lange tussentijd bij andere computerbedrijven in dienst treden; geheime informatie mochten ze niet meenemen. Als iemand voor een afgesproken minimumtermijn opstapte, eiste Perot zelfs terugbetaling van de opleidingskosten. Samen met de aandelenopties vormden deze bepalingen de ""gouden handboeien'' waarmee hij zijn employés trachtte vast te houden.

Toch konden zelfs deze zachte kluisters niet voorkomen dat in zijn afgejakkerde organisatie voortdurend mensen overspannen raakten en het verloop groot was. Ofschoon hij meende dat de spanning en het avontuur de goede mensen aan hem zouden binden, begonnen zelfs zijn EDS-managers van het eerste uur, die als kwieke jonge mensen waren aangenomen, naar stabiliteit en voorspelbaarheid te verlangen tegen de tijd dat hun kinderen naar de universiteit gingen. De nieuwelingen hadden nooit de schrale, harde glorietijd gekend, toen bij EDS nog de commandosfeer heerste.

Dus toen Perot zijn adelaars wilde bevrijden, deed hij een beroep op hen om mee te komen, maar slechts weinig topmensen gaven hieraan gehoor. Zelfs Paul Chiapparone, een van de gijzelaars die Perot uit Iran had bevrijd, weigerde GM te verlaten. Het was de bedoeling geweest dat EDS het bedrijfsethos van General Motors zou veranderen, maar in plaats daarvan werd het zelf een meer alledaagse onderneming, en het floreert - meer dan Perot Systems, Perots eigen nieuwe firma.

Perot Systems heeft vorig jaar 200 miljoen dollar omgezet, maar EDS zeven miljard. Lester Alberthal, een van de adelaars die in de leiding van EDS zijn achtergebleven, zegt nu: ""In de eerste 22 jaar van ons bestaan had EDS eigenlijk geen image. Alles wat er aan image werd opgebouwd, draaide om Ross.''

4.

De toegangsweg of de bestijging, de gradus ad Rossium, is met groot raffinement gearrangeerd. Men betreedt afdeling 1700 van Perots hoofdkantoor aan de noordrand van Dallas door glazen deuren die slechts van één kant doorzichtig zijn. Nadat je buiten bent gezien zonder zelf te zien, valt er eenmaal binnen, in het voorvertrek, onder het oog van een bewaker achter een hoge balie, een hoop te bekijken. Er staan een reusachtige voorstudie van de zittende Lincoln in het Lincoln-monument, een vlag die op de dag van de maanlanding op het Capitool heeft gewapperd, een blad met de handtekening van F.D. Roosevelt en een met de mond geschilderde afbeelding van een naar Perot genoemde plattelandsschool. Op tafel ligt een boek, The American Eagle.

Nadat een zoemer een tweede stel deuren voor je heeft ontsloten, betreed je een lang vertrek, dat door een kolossale bronzen adelaar in twee gangpaden is gesplitst. In een vergezicht van kamers en gangen ter linkerzijde is trouwens een hele menigte adelaars zichtbaar, in olieverf en aquarel, gebeeldhouwd in brons en in hout. Weldra wordt duidelijk dat alles hier wordt uitgekozen, geplaatst en behoed door de man zelf die van vele van de getoonde voorwerpen het glorieuze thema vormt.

""Ross Perot,'' zegt hij kortaf wanneer hij te voorschijn komt en mij de hand reikt. Die woorden zal hij in het uur dat ik met hem doorbreng ook telkens de telefoon toebijten, al zou je zeggen dat zijn secretaresse, die hij zo te woord staat, zijn naam inmiddels wel kent. Hij neemt me mee naar zijn werkkamer, een museum binnen het museum, waar nog meer werk hangt van de alomtegenwoordige Norman Rockwell. Her en der in het vertrek zijn de bronzen cowboys van de beeldhouwer Frederic Remington in verwrongen houdingen druk doende wilde paarden te temmen.

Bij een bepaalde tafel blijft Perot ootmoedig staan, want dit is een heiligdom voor kolonel Arthur "Bull' Simons, die het Iraanse reddingsteam voor EDS heeft geleid. In een standaard op de tafel is Simons' dikke gouden ring gemonteerd, waaruit een stierekop naar voren steekt. ""Zo een heb ik er voor alle mensen van het team laten maken - waar je die jongens ook treft, al slapen ze, dát hebben ze bij zich.''

Wanneer we na de rondgang gaan zitten, neemt Perot niet achter zijn bureau plaats, maar vlak tegenover mij in een gemakkelijke stoel. We zitten nog maar nauwelijks of we zijn alweer op de been voor een rondje door de kamer. Ik had gevraagd welk boek hem het sterkst heeft beïnvloed. ""Ik kan niet zeggen dat één enkel boek de grootste uitwerking heeft gehad.'' Maar dan toont hij me de boeken, vooral in complete reeksen, die hij in huis heeft. ""Hier staat zo'n beetje alles door of over Amerika'' - William Robertsons geschiedenis van Amerika, in een achttiende-eeuwse editie, en het verzameld werk van Theodore Roosevelt (""Dit is mijn lievelingsboek'' - TR's brieven aan zijn kinderen). Uit een ander vertrek plukt hij een exemplaar van een boek dat hij zo geweldig vindt dat hij het zijn bezoekers cadeau doet, ""de samenvatting van de dikke geschiedenisboeken van het echtpaar Durant, in maar tachtig bladzijden.''

Deze Lessons of History (1968) zijn het bewijs dat simplismen ad infinitum verder kunnen worden vereenvoudigd. Het boek telt geen tachtig pagina's maar honderd, maar het is ruim gezet; je vraagt je af wat Perot denkt van de ronduit vijandige houding ten aanzien van het geloof die eruit spreekt. Als goede sociaal-darwinisten behandelen de Durants de godsdienst als ""een secundair geslachtskenmerk van de vrouw''. Op mijn vraag naar zijn religieuze achtergrond zegt Perot dat hij naar de kerk ging ""zoals ieder ander [in Texarkana] - en iets ervan moet zijn blijven hangen, zelfs bij de jongens.''

Amper zitten we weer, knie aan knie, of hij springt op om nog een boek te halen, een boek dat hij beroemd heeft gemaakt en dat hij me eveneens opdringt. Het gaat over de "Geheimen van het leiderschap van Attila de Hun' en is geschreven door Wess Roberts, die zich met de doctorstitel tooit. Perot vond dit zo schitterend dat hij er honderden exemplaren van heeft weggegeven toen het nog een onbekend uitgaafje op kosten van de auteur was. Tot ontzetting van Roger Smith probeerde hij er op een bedrijfsdiner van GM vijfhonderd van uit te delen. Door dit incident werd het boek befaamd en kwam het bij een commerciële uitgever terecht, die er een bestseller van maakte.

Perot spreekt met oprechte, sympathieke warmte over zijn jeugd in het idyllische Texarkana, waar solidariteit en burgerzin heersten. Op mijn vraag hoe hij is ontkomen aan het racisme waarom het oosten van Texas bekendstaat, zegt hij dat zijn vader daarvoor heeft gezorgd. ""Al zijn arbeiders - de meeste, in elk geval - waren zwart, en allemaal droegen ze zijn kaartje op zak. ""Als iemand grof wordt, laat je hem dit kaartje zien.'' Niemand viel de mensen die voor mijn vader werkten lastig.''

De idylle vervliegt abrupt bij een vraag die Perot ongepast vindt. Wanneer ik zeg dat ""de gewone mensen'' die hij weer een plaats wil geven in het systeem, onrealistische plannen in de hand hebben gewerkt door te juichen voor beloften als ""geen nieuwe belastingen'', zegt hij dat ik het contact met de realiteit kwijt ben. ""U ben niets anders dan een creatuur van het systeem en het establishment. Mensen als u hebben al te lang dezelfde lucht ingeademd en hetzelfde water gedronken. Het is een soort inteelt geworden.''

Wanneer Perot zegt dat hij de gezondheidszorg moest overnemen omdat de overheidsbureaucratie het niet aankon, vraag ik hem of er volgens hem iets is dat de overheid wel kan. ""Jezus,'' mompelt hij vol walging bij zichzelf. Het is duidelijk: ik ben geen haar beter dan de ""arrogante, neerbuigende'' vragenstellers met wie hij in de zondagse praatprogramma's te maken heeft gekregen.

Op de vraag of hij een liefhebber is van heimelijke acties, slaakt hij een zucht van weerzin en zegt: ""Noem er eens een.'' Ik noem de reddingsactie in Iran en hij antwoordt dat die verborgen moest blijven omdat de regering zijn mensen niet wilde terughalen. Alles wat hij verder voor vermiste militairen, krijgsgevangenen en gijzelaars heeft gedaan was uitsluitend op verzoek van de regering, ""en wel op het hoogste niveau''. En zijn transacties met Oliver North? ""U zit ernaast - hij was een figurant. U dacht toch niet dat ik me laat commanderen door - dat verzoek kwam van veel, veel hoger, van het allerhoogste regeringsniveau.''

Perot beweert al zijn werk voor de strijdkrachten te hebben gedaan omdat de overheid erom vroeg. Hij had me al gezegd dat hij, terwijl hij EDS opbouwde, voor het Blue Cross was blijven werken omdat dit hem had verzocht ""bij te springen''. EDS had hij opgericht omdat de bureaucratie iets nodig had dat ze zelf niet kon leveren.

Toch zijn er aanwijzingen in overvloed dat Perot gefascineerd wordt door militaire waaghalzerij en geheime missies. Hij heeft een bandopname laten horen die hij in het geheim had gemaakt van zijn telefoontje naar Oliver North om een bijeenkomst met Norths advocaten af te spreken - terwijl hij tegen mij had gezegd dat North slechts een onbetekenende boodschappenjongen was voor "allerhoogste', veel en veel hogere kringen.

Perot, die er prat op gaat dat hij zijn zaak vanuit het niets heeft opgebouwd, houdt vol dat hij tot nog toe in politieke aangelegenheden uitsluitend heeft gereageerd. Maar hij heeft wel als een soort ombudsman voor paramilitaire activiteiten duistere zaakjes uitgespit. Hij heeft op eigen initiatief onderzoek laten doen naar de zogeheten "oktoberverrassing' - de veronderstelde poging van Reagans campagneorganisatie om de vrijlating van de gijzelaars in Iran uit te stellen tot na de verkiezingen van 1980. Hij heeft zelfs berichten nagetrokken over een internationale drugconnectie die ten tijde van Clintons gouverneurschap vanuit Arkansas zou hebben geopereerd.

Perot heeft zich opgeworpen als de belangenbehartiger van militairen die door deze regering worden verwaarloosd. Zijn aanvallen op Richard Armitage, die door Reagan was benoemd om vermiste soldaten op te sporen, suggereerden het bestaan van een staatscomplot om vermiste Amerikanen aan hun lot over te laten, dat misschien te maken had met de volgens Perot compromitterende relatie van Armitage met een Vietnamese vrouw. Perot heeft zich verzet tegen het gedenkteken voor Vietnam-veteranen, dat volgens hem een achterbaks en voor de veteranen beledigend bedenksel was, en heeft ervoor gepleit beelden toe te voegen om de overlevende strijders te eren.

Met uitzondering van Perots prijzenswaardige inzet voor onderwijshervorming in Texas, die resulteerde in controle op de kwaliteit van leraren en de regel ""wie niet overgaat, zal niet spelen'' voor middelbare-schoolvoetballers, zijn bijna al zijn kruistochten ondernomen voor leden van de krijgsmacht en de politie. Hij heeft laten weten dat een eventueel door hem te voeren oorlog tegen drugs ""geen grapje'' zal worden; zijn campagne voor strengere wetshandhaving in Texas bracht mee dat een burgercommissie van toezicht op de politie werd afgeschaft. Volgens verscheidene getuigen heeft hij bij die gelegenheid gezegd een ""burgeroorlog'' tegen verdovende middelen te willen voeren, waarbij verdachte wijken zouden worden afgezet en huis voor huis doorzocht. Hij ontkent die uitspraken nu, maar heeft geen bezwaar aangetekend toen ze voor de eerste maal werden gepubliceerd. Peter Elkind van de Observer uit Dallas zegt dat Perot ze zelfs nadat erover bericht was nog heeft verdedigd.

De gretigheid waarmee Perot functionarissen tegen nalatige chefs in bescherming neemt is wel heel spectaculair aan het licht gekomen in een Texaanse drugszaak die door een boek en een verfilming bekend is geworden. Perot huurde particuliere bewakers en verschafte een ""veilig huis'' in Dallas aan politiemensen die zeiden door drughandelaren te worden bedreigd. Jammer genoeg voor Perot handelden de agenten zelf in drugs en leidden hun corrupte getuigenverklaringen ertoe dat veroordelingen wegens handel in drugs nietig werden verklaard.

De belangrijkste bewijzen voor Perots hang naar militaire waagstukken bevinden zich evenwel in de gangen rond zijn werkkamer, waar emblemen en oorlogstrofeeën staan uitgestald. We beginnen bij een levensgrote kleurenfoto van Bull Simons, Perots held en voorbeeld. ""Moet je die ogen zien.'' Simons had zo'n uitstraling dat ""als de kolonel bij ons logeerde, mijn hond naar hém toeging in plaats van naar mij''. Later wijst Perot op ""mijn dierbaarste onderscheiding,'' die hij heeft gekregen van de sergeants van de luchtmacht, en op een door alle krijgsgevangenen uit Vietnam gesigneerd affiche. ""Zij denken blijkbaar niet dat ik gek ben.'' Er hangen ingelijste brieven van militairen voor wie Perot in de bres is gesprongen.

Er is een ontroerende brief, waarbij een foto is ingelijst, van een man wiens leven tijdens de Golfoorlog (die Perot afkeurde) door Perot is gered doordat deze specialisten naar hem toe stuurde. Toen Perot hoorde dat de man zonder ingrijpen van specialisten zou overlijden, probeerde hij vanuit Amerika artsen te sturen, maar die zouden niet tijdig arriveren. ""Ik heb het Nationale Commandocentrum in het Pentagon opgebeld, waar de hoogste officieren van dienst generaals en admiraals zijn. Ik zei tegen de dienstdoende generaal dat er bij de opgeroepen reservisten in het Midden-Oosten dokters waren die de man zouden kunnen redden. Tweeëneenhalf uur later stonden ze aan zijn bed. Is het geen fantastische organisatie, waar een generaal dat kan doen voor een gewone soldaat?'' Natuurlijk deed de generaal het pas toen een miljardair met politiek gewicht hem opbelde.

Het lijdt geen twijfel dat Perot maar al te graag de opperbevelhebber van die soldaten zou willen zijn. Hun beschermheer is hij nu al. Het Pentagon zou zijn minotauruslabyrint zijn, met in het hart een heiligdom voor ""Bull''. Dan zouden de geheimzinnigheid, de leugenachtigheid en de sluwheid van de beginjaren van EDS een plaats krijgen in de regering van de Verenigde Staten. Berg je.