ABP-top woedend over uitleg Robeco van groot contract

ROTTERDAM, 6 JUNI. De hoofddirectie van het ambtenarenpensioenfonds ABP vindt dat dr. J. Kremers, vice-voorzitter van Robeco en verantwoordelijk voor Rodamco, “de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden” bij zijn uitleg van het onroerend-goedcontract dat het ABP met Rodamco is aangegaan. Het ABP wil zijn ongenoegen over Kremers' uitleg te berde brengen tijdens een voor aanstaande dinsdag gepland gesprek met de Robeco-topman.

In maart sloten ABP en Rodamco voor 2,5 miljard gulden de grootste vastgoed-transactie uit de Nederlandse geschiedenis. Vorige week meldde ABP-hoofddirecteur mr.drs. M. Snijders in deze krant dat het pensioenfonds, na een waarschuwing van een externe adviseur, een korting van 114 miljoen gulden had weten te bedingen op de aanvankelijk overeengekomen contract-som. Kremers van Robeco/Rodamco weersprak dit, eveneens in deze krant, uitdrukkelijk.

De uitlatingen van Kremers zijn het bestuur en de hoofddirectie van het ABP, naar nu blijkt, in het verkeerde keelgat geschoten. De vice-voorzitter van het ABP-bestuur, AbvaKabo-voorzitter C. Vrins, verwijt Kremers “een gebrek aan fatsoen”. Hij noemt het “beneden alle peil” dat de Rodamco-topman “niet de gehele waarheid” spreekt over de inhoud van het contract, “dat nota bene geheim is en waarover partners zich dus niet in het openbaar dienen uit te laten”.

Vrins gaat ervan uit dat de interpretatie die de hoofddirectie van het ABP aan het contract geeft correct is. “We hebben deze zaak uitentreuren doorgenomen. Onze hoofddirectie liegt niet. Kremers moet ophouden het ABP te beschadigen”, stelt Vrins. Volgens de ABP-hoofddirectie bestaat de 114 miljoen korting die het pensioenfonds heeft bedongen onder meer uit een latere betaling van het contractbedrag, waardoor het intussen tegen een gunstige rente kan worden geleend, en de overeenkomst dat Rodamco de kapitaalbelasting over de transactie zal betalen.

Eerder leidde het contract tussen Rodamco en het ABP tot ernstige verschillen van mening in de top van het pensioenfonds. Daarop is intern afgesproken dat het ABP zich opnieuw over zijn topstructuur moet beraden. In de ABP-top gaan steeds meer stemmen dat het bestuur van het pensioenfonds, dat momenteel de feitelijke leiding heeft over de hoofddirectie, zich in de toekomst zal moeten omvormen tot een soort raad van commissarissen. Een definitief besluit daarover wordt echter op zijn vroegst deze zomer verwacht.