Zwaardslikken

Max Velthuijs: Dierenfabels. Uitg. Leopold. Prijs ƒ 29,50. Imme Dros en Jaap Lamberton: Een heel lief konijn. Uitg. Querido. ƒ 17,50. Claude Clement en John Howe: De man die de sterren oppoetste. Vert. Ernst van Altena. Uitg. Altamira. ƒ 22,90. Korky Paul en Jonathan Long: De hond die zijn bot kwijt was. Uitg. Sjaloom. ƒ 21,50. Hiawyn Oram en Tony Ross: Roekeloze Robijntje. Vert. Rindert Kromhout. Uitg. Altamira. ƒ 21,-.

Over gebrek aan waardering hebben de paar prentenboekenmakers die Nederland rijk is niet te klagen. Eerder deze week werd bekend gemaakte dat Margriet en Annemie Heijmans een Zilveren Griffel krijgen voor De prinses van de moestuin. De Gouden Griffel gaat naar de al velen malen eerder gelauwerde Max Velthuijs, voor Kikker en het vogeltje. Hij is de geestelijke vader van het onschuldige Klein Mannetje en een stoet naamloze maar onvergetelijke dierfiguren, die hun bescheiden avonturen beleven in kleurrijke, naïeve schilderijtjes. Gezelligheid en vriendschap spelen een grote rol in het werk van Velthuijs, van wie onlangs drie eerder afzonderlijk uitgegeven dierenverhalen werden gebundeld tot het fraai verzorgde Dierenfabels: De eend en de vos, De beer en het varkentje en De olifant en de krokodil. Wijze lessen als "Wie niet sterk is, moet slim zijn', en "Waar er twee ruilen, moet er één huilen' ontbreken niet in deze verhalen, waar de schrijver steeds een relativerend slot aan vastknoopt. Zoals wanneer de eend, na enkele keren te zijn belaagd door de hongerige vos, diens huwelijksaanzoek afwimpelt: “"Nee,' zei ze, "ik trouw niet met je. Vossen houden te veel van eenden. Maar vrienden kunnen we wel zijn.' ”

In Een heel lief konijn van Imme Dros en Jaap Lamberton krijgt mevrouw Klein, een keurige dame, zomaar opeens een staart. Alsof dat nog niet genoeg is, beginnen ook haar oren te groeien. Nadat de dokters het hebben laten afweten, wendt Mevrouw Klein zich tot haar echtgenoot, die niets bijzonders aan haar ziet. Als zij hem op haar konijneoren wijst zegt de goeierd: “Ik vind je lief zo. (-) Je bent een heel lief konijn. Alle mensen hebben wel wat. Ik lijk op een otter. Zeggen ze.”

Het boekje ziet er mooi uit, al zijn de zwart-wit tekeningen die Jaap Lamberton bij dit vertederende verhaal maakte mij te opzettelijk onbeholpen: een soort imitatie-kindertekeningen waarvan je je afvraagt of kinderen zelf er veel aan zullen vinden.

De zwaar romantische illustraties van John Howe bij De man die de sterren oppoetste zijn bijna het tegenovergestelde van die van Lamberton. Ze passen goed bij dit zweverige sprookje van Claude Clement, over "een soort zwerver die nergens vandaan kwam en overal naar toe ging'. Geen wonder dat deze in zwarte-pietenpak gehulde vreemdeling uiteindelijk via zijn ladder in de wolken verdwijnt. Edelkitsch in een poëtische vertaling van Ernst van Altena.

Ook vertaald - niet zo best, want metrisch klopt er niks van - is het op rijm gezette De hond die zijn bot kwijt was van Korky Paul en Jonathan Long. Het idee is aardig: in plaats van het bot dat hij had begraven, delft een ondernemende hond achtereenvolgens een oude schoen, een mijnwerker, een ondergrondse trein en een compleet skelet van een dinosaurus op. De cartoon-achtige illustraties zijn minder geslaagd. Ze doen denken aan humoristische kalenders van zo'n twintig jaar geleden: vlot getekend, rommelig en flink overdreven.

Overdrijven is ook Tony Ross wel toevertrouwd. In 1987 won hij een Zilveren Penseel voor zijn illustraties bij Susan en de kwelgeest van Hiawyn Oram. Van hetzelfde duo zag onlangs Roekeloze Robijntje het licht, in een niet altijd soepele vertaling van Rindert Kromhout. Als ze groot is, moet de kleine, "kostbare' Robijntje door een prins in de watten worden gelegd. Tenminste, dat vindt haar moeder. Robijntje, een Roodkapje-achtig wezentje met spillebeentjes, gruwt van deze gedachte en besluit "roekeloos' te worden. Zodoende duikt ze vanaf het dak in een viskom, slikt zwaarden en stekelvarkens door, totdat ze met een botbreuk en aan alle kanten gebutst en gehecht in het ziekenhuis belandt. Overigens zien we haar ook daar nog aan een lamp zwaaien, in het gips. Het verhaal bood Tony Ross alle gelegenheid zich uit te leven in kleurige, quasi-slordige tekeningen, vol geestige details: de dokter die bezig is hechtingen aan te brengen in Robijntjes voorhoofd klemt een paar spelden tussen de lippen en draagt een vingerhoed.