"Wij hebben met de PLO geen permanente en goede relaties. Zij zijn zwak'; "Vrede W-Sahara heeft invloed op Joegoslavië'

OULD SALEK MOHAMED SALEM, een van de leiders van de Westsaharaanse bevrijdingsbeweging Polisario, bezocht dezer dagen Nederland. “Als de Marokkanen doorgaan met hun sabotage van het VN-vredesplan, dan zullen wij de wapens weer opnemen.”

DEN HAAG, 5 JUNI. Al op 26-jarige leeftijd was hij excellentie: Ould Salek Mohamed Salem. In februari 1976 werd hij tot minister van informatie benoemd. Want toen riep Polisario op aandrang van zijn peetvader en grote beschermheer, Algerije, de Saharaanse Arabisch-democratische Republiek (SADR) uit. Sinds vorig jaar is Ould Salek (zoon van Salek) minister van buitenlandse zaken van de SADR. Dezer dagen zocht hij in Nederland steun voor zijn beweging, die tegen de koning van Marokko een vrijwel niet te winnen oorlog voert.

Meer dan 15 jaar werd die regionale oorlog tussen een reus en een dwerg (180.000 Marokkaanse militairen tegen 7.000 Polisario-strijders) met de wapens gevoerd. Achter de dwerg Polisario stond een andere regionale reus, Algerije. De inzet was wie uiteindelijk de hegemonie in Noord-Afrika zou hebben: Marokko of Algerije. Sinds een jaar wordt de oorlog met diplomatieke middelen gevoerd. Ould Salek hoopt, misschien wel tegen beter weten in, alsnog Marokko te verslaan met politieke druk van buitenaf.

Zijn carrière is - maar dát zal hij nooit toegeven - mede te danken aan zijn afkomst: Salek, zijn vader, was hoofd van één van de stammen in de Westelijke Sahara. Ould Salek weigert te zeggen van welke stam “omdat wij niet meer in stammen geloven; dat is verleden tijd en wordt alleen door de Marokkaanse politiek misbruikt”. Zijn beide ouders stierven naar zijn zeggen in Marokkaanse gevangenschap omdat hun zoon zich tot vijand van koning Hassan II had verklaard. Zij hadden geluk: andere politieke gevangenen werden volgens Ould Salek in het begin van de jaren tachtig uit vliegende Marokkaanse legerhelikopters op de stad Smaraa gegooid.

In feite is de SADR een niet-bestaande één-partij-staat, waarvan het grondgebied vrijwel geheel door Marokko wordt bezet. Toch werd deze papieren republiek erkend door 75 staten in de wereld, alsmede door de OAE (de Organisatie van Afrikaanse Eenheid). Dat had de SADR te danken aan Algerije, dat in de gouden jaren van de Arabische olieproducenten en de Koude Oorlog grote politieke invloed had in Afrika en in de Beweging van Niet-Gebonden Landen.

Zowel de staten die de SADR erkennen, als de Westerse landen die de SADR niet erkennen, vinden - in navolging van Algerije - dat de bevolking van de Westelijke Sahara recht heeft op zelfbeschikking, conform de uitspraak die het Internationale Hof van Justitie op 16 oktober 1975 deed.

Volgens het Hof bestonden er, voordat de Westelijke Sahara door Spanje werd veroverd en gekoloniseerd, “wettelijke banden van aanhankelijkheid tussen de Sultan van Marokko en een aantal stammen in de Westelijke Sahara”. Maar die banden vormden volgens het Hof onvoldoende basis voor de aanspraken van Marokko of Mauretanië op soevereiniteit over het gebied. Het Hof oordeelde dat de plaatselijke bevolking zich volgens het principe van het zelfbeschikkingsrecht moest uitspreken over de toekomstige status van haar gebied.

Vrijwel alle politieke partijen en stromingen in Marokko - met inbegrip van hen die koning Hassan II een onderdrukkende dictator vinden - verwierpen dat “adviserende oordeel” van het Hof. Zij zijn van mening dat de Westelijke Sahara een onafscheidelijk deel is van Marokko. Daarom stonden zij achter 's konings acties om de Westelijke Sahara met alle beschikbare militaire middelen in bezit te nemen en te houden. Dat was geen veroveringsoorlog, zeggen zij, maar de bevrijding van gebied, dat na een lange periode van vreemde overheersing naar zijn moederland terugkeerde.

Afgezien van enkele minieme uitzonderingen, waren de politieke schakeringen in Marokko van rechts tot links het ook eens met 's konings besluiten om vervolgens in de infrastructuur van het gebied miljarden dollars te pompen. Die gigantische investeringen werden welbewust aan de noodlijdende Marokkaanse economie onttrokken om de bevolking van de Westelijke Sahara voorgoed aan Marokko te binden.

Het overgrote deel van de Marokkanen gaat bovendien akkoord met 's konings stelling dat de keuze van de Westsaharaanse bevolking over haar toekomst eigenlijk alleen de sinds 1975 met geweld aangeknoopte banden met Marokko kan bevestigen. Want, zeggen eenstemmig de politieke partijen, ook andere stukken van Marokko waren door Spanje bezet en werden met het moederland herenigd, zonder dat de buitenwereld voor die mensen het zelfbeschikkingsrecht wilde afdwingen.

Die nationalistische sentimenten dwingen koning Hassan onherroepelijk tot een politiek die uit schijn-concessies bestaat. Hij kan het zich domweg niet veroorloven om de Westelijke Sahara weer kwijt te raken. Alle Marokkaanse en buitenlandse deskundigen zijn het eens dat de koning in dat geval zijn troon zou verliezen, waardoor Marokko óf in handen zou vallen van een militaire junta óf in een burgeroorlog zou belanden. Geen regering binnen en buiten de regio vindt dat een aangenaam vooruitzicht, zodat iedereen lippendienst bewijst aan het zelfbeschikkingsrecht van de Westsaharanen, maar het probleem van de Westelijke Sahara intussen onopgelost doorzeurt.

Natuurlijk is ook Ould Malek zich bewust van dat dilemma. Maar voor hem gelden andere prioriteiten. Hij denkt met hulp van de publieke opinie en de parlementen in het Westen alsnog de Marokkanen het zelfbeschikkingsrecht te kunnen afdwingen. “Lukt dat niet”, zo zegt hij, “en gaan de Marokkanen door met hun sabotage van het door de VN gelanceerde vredesplan, dan zullen wij de wapens weer opnemen om de resoluties van de VN en de OAE inzake ons zelfbeschikkingsrecht af te dwingen.”

Hij ontkent (maar niet met de felheid waarmee Polisario-woordvoerders dat vroeger plachten te doen) dat Algerije zó diep gebukt gaat onder de lasten van zijn eigen economische, sociale en politieke problemen, dat het alle belangstelling heeft verloren voor de idealen en doelstellingen van Polisario. “Natuurlijk zitten zij in een andere boot dan wij. Want wij hebben een andere identiteit. Maar wij allen zitten in Noord-Afrika in dezelfde boot. Want als er weer oorlog komt, zal iedereen dat merken.”

Een tweede opvallend kenmerk van het gesprek met Ould Salek is, dat hij geen moment spreekt over de wensen en verlangens van de SADR, maar alleen over die van Polisario, tot dusver de enige toegestane partij in de vluchtelingenkampen rondom Tindouf in Zuid-Algerije. Alsof Polisario bij nieuwe onderhandelingen met Marokko alsnog bereid is water in de onafhankelijkheidswijn te doen.

Maar het opmerkelijkste is dat de minister, wiens gezin in één van de vluchtelingenkampen rondom Tindouf woont, niet precies het aantal vluchtelingen zegt te kennen. “Tussen de honderd- en de honderdvijftigduizend.” Die vaagheid zou op een toekomstige bereidheid kunnen duiden een compromis te sluiten over het aantal kiezers dat aan het referendum deelneemt en dat Marokko met ten minste 120.000 wil uitbreiden.

De minister vertelt dat slechts vier Arabische staten de SADR hebben erkend: Algerije, Libië, Syrië en Jemen. “De anderen wilden eerst een vreedzame oplossing afwachten.” Ook de PLO blijkt - in naam van de Arabische eenheid en uit angst voor Arabische verbrokkeling - de SADR niet te hebben erkend, hoewel omgekeerd de SADR wél de staat Palestina heeft erkend, die de PLO in 1988 proclameerde. “Voor ons was dat een principiële zaak”, zegt Ould Salek. “Maar wij hebben met de PLO geen permanente en goede relaties. Zij zijn zwak.”

Vanzelfsprekend spreekt hij niet over eigen zwakte. In de loop der jaren was Polisario steeds minder in staat Marokko zware militaire slagen toe te dienen. Enerzijds omdat de muren van zand, beton en elektronica (ongeveer tweeduizend km lang) die de Marokkanen rondom het “nuttige deel” van de Westelijke Sahara hadden opgeworpen, een doeltreffende afscherming vormden. Anderzijds omdat de strijders van het Polisario steeds minder op Libische en Algerijnse militaire steun konden rekenen.

Toch heeft Ould Salek de hoop niet opgegeven. Want koning Hassan moge de militaire strijd in zijn voordeel hebben beslist, de politieke strijd heeft hij bepaald nog niet gewonnen. De buitenwereld - en met name het Westen, dat voor Marokko economisch en politiek van levensbelang is - erkent nog steeds niet de Westelijke Sahara als een stuk van Marokko. Zij blijft hameren op het zo noodzakelijke zelfbeschikkingrecht van de Westsaharanen.

Ould Salek denkt dat Amerika, Rusland en de Westeuropese landen (met uitzondering van Frankrijk dat zijn eigen geprivilegieerde betrekkingen met koning Hassan onderhoudt) dat basis-principe niet zullen opgeven om Marokko te plezieren.

“Als het vredesplan van de VN voor een referendum in ons land mislukt”, zegt hij, “zal dat een zeer ongunstig precedent zijn voor de ontwikkelingen in andere landen, waar ook een VN-vredesmacht naartoe is gestuurd. Dan zullen de Verenigde Naties in Cambodja en Joegoslavië evenmin succes boeken. Denkt u dat de regeringen die voor die vredesmachten betalen, zich dat kunnen veroorloven?”