Voor de Slowaken gaat hem om meer dan om een parlement

Vandaag en morgen gaan de Tsjechen en Slowaken naar de stembus, voor verkiezingen waarbij de staatkundige toekomst van de federatie op het spel staat. Een reportage uit Slowakije.

BRATISLAVA, 5 JUNI. Ludo, een 64 jaar oude boswachter, staat er verdwaasd bij, in de blikkerende zon op het plein van het Westslowaakse dorpje Mosovce. Na het overdonderende optreden deze middag van Vladimir Meciar staan er nu nog hier en daar wat groepjes mensen na te praten en Ludo is maar al te bereid om te vertellen wat hij vindt van de populairste politicus in Slowakije, de leider van de HZDS, de Beweging voor een Democratisch Slowakije.

“Ik geloof in Meciar, onvoorwaardelijk”, zegt hij. “Wat we in het verleden gemist hebben moeten we inhalen.” Slowaken en Tsjechen hebben echter een volkomen verschillend idee van wat ze eigenlijk in de periode van meer dan veertig jaar communisme hebben gemist. Voor de Tsjechen is dat de vrijheid, een ordentelijk bestuur en een efficiënt werkende economie, voor de Slowaken is het het gevoel van nationale eigenwaarde dat ze wel hadden in de periode van 1939-'45, toen de in 1947 wegens oorlogsmisdaden geëxecuteerde pater Jozef Tiso aan het hoofd stond van hun eerste, zogenaamd onafhankelijke, maar in werkelijkheid pro-nazistische vazalstaat.

Zonder dat aan dat duistere verleden direct wordt gerefereerd speelt de mogelijke terugkeer naar de autonomie van het verleden in de campagne voor de verkiezingen van vandaag en morgen een overheersende rol. Bijna alle Slowaakse partijen hebben de wens om niet langer vanuit Praag, maar vanuit Bratislava te worden geregeerd centraal staan in hun verkiezingsprogramma.

Bij Meciar is dat vrijwel het enige punt. Hij heeft er gisteren op het dorpsplein van Mosovce bij herhaling op gehamerd: “We moeten een gelijkwaardige partner van de Tsjechen in Europa worden, net als de Polen en de Hongaren”. En: “We zullen van niemand uit Praag meer iets accepteren. Er moet een eind worden gemaakt aan de praktijk dat ambassadeurs van dit land automatisch Tsjechen zijn en de chauffeurs van de ambassade Slowaken.”

De verkiezingsbijeenkomsten van Meciar lopen als een goedgeoliede machine. Bij aankomst wordt hem een bijl overhandigd, een van de symbolen van Slowakije. Hij zwaait er triomfantelijk mee. Op het podium aangekomen begint hij handtekeningen uit te delen. Dan werkt hij in rap tempo de vragen af die hem schriftelijk zijn gesteld. Of hij ooit met de StB in contact is geweest, de geheime dienst? (Hij wordt ervan beschuldigd als Slowaakse minister van binnenlandse zaken in 1990 dossiers te hebben laten verdwijnen). “Het is een smerige politieke campagne geweest, maar ik ben er de man niet naar om wraak te nemen.” Op de vraag waarom hij niet harder ageert tegen president Havel die hem ervan beschuldigt “gevaarlijke ideeën” te hebben reageert hij met ongebruikelijke lankmoedigheid: “Waarom zou ik stompen uitdelen tegen wat uit zichzelf al tegen de grond gaat?” Er wordt begrijpend gelachen: Meciar is oud-bokser, wat niet alleen goed te zien is aan een litteken aan zijn rechter wenkbrauw, maar wat ook duidelijk spreekt uit zijn gedrongen gestalte.

's Ochtends is er ook al een bijeenkomst geweest in het veel grotere Martin, wat noordelijker, waarvan de bevolking sterk afhankelijk is van de plaatselijke wapenfabrieken. Vragen over het tere punt wat daarmee moet gebeuren nu de vraag is weggevallen zijn er niet, maar wel zegt Meciar uit eigen beweging dat als de onafhankelijkheid eenmaal is bereikt gezamenlijk initiatieven op het gebied van de defensie genomen moeten worden met de Tsjechen.

Ondanks alle retoriek over de onafhankelijkheid van Slowakije en over de politiek van grotere staatsbemoeienis (ook op het gebied van de landbouw) die hij wil voeren, laat Meciar nog steeds een kiertje open voor een compromis met de Tsjechen. Zijn partij laat keer op keer weten dat zij bereid is met welke partij ook in Praag die de overwinning behaalt een coalitie te vormen: de soevereiniteitsverklaring die de HZDS na een verkiezingsoverwinning wil uitroepen hoeft daarvoor geen beletsel te vormen.

De 42 jaar oude metaalarbeider Milan Set'ak is na het optreden van Meciar toch niet helemaal overtuigd dat onafhankelijkheid de beste oplossing is voor Slowakije. “Hij heeft voor de helft gelijk, maar voor de helft ook ongelijk”, vindt hij. “Ik ben in de eerste plaats geïnteresseerd in verbetering van mijn bestaan, en ik betwijfel of dat beter wordt na totale onafhankelijkheid.”

Vorige week hebben de Praagse autoriteiten, inclusief president Václav Havel, overduidelijk geappelleerd aan dergelijke gevoelens van onzekerheid: toen de Britse premier, John Major, een bezoek aan Tsjechoslowakije bracht, reisde hij ook naar Bratislava om de Slowaken te waarschuwen dat het uiteenvallen van de staat alleen maar averechts voor de Slowaken zou werken omdat een scheiding de uiteindelijke aansluiting bij Europa alleen maar zou bemoeilijken.

De nationalistische partijen legden dat uiteraard uit als een nieuw bewijs voor de betutteling van Praag. Maar er zijn ook tekenen dat de nationalistische sentimenten wat over hun hoogtepunt heen zijn. Partijen met een nuchterder visie op de toekomst, de christen-democraten bijvoorbeeld, lijken de afgelopen dagen aan steun te winnen. Die partij kampt alleen met het probleem dat haar lijsttrekker, de huidige Slowaakse premier, Jan Carnogurský, over weinig charisma beschikt.

Hetzelfde geldt voor de sociaal-democratische partij. Lijsttrekker van die partij is Alexander Dubcek, die bijna de helft van de Slowaken volgens de opiniepeilingen graag op een hoge post zou zien. Als elder statesman mag Dubcek zich weliswaar verheugen in hoog aanzien, maar een echte stemmentrekker is hij zeker niet. Daarvoor is zijn optreden te beleefd, te discreet, te "netjes' in vergelijking met een demagoog als Meciar, die volgens de peilingen op ongeveer 30 procent staat.

In Slowakije zal het vandaag en morgen gaan tussen het gezonde verstand en de emotie. De geschiedenis heeft geleerd dat Slowaken aan de emotie vaak de voorkeur geven. Dat betekent dat de uitslag van de verkiezingen in de twee landsdelen waarschijnlijk volstrekt tegengesteld zal zijn: in de Tsjechische landen zullen de conservatieven van chef-hervormer Klaus de zege behalen, in Slowakije de nationalisten die, behalve meer autonomie, ook minder strenge en pijnlijke economische hervormingen op hun programma hebben staan.

Het ziet er dan ook naar uit dat de verkiezingen in Tsjechoslowakije alleen maar zullen leiden tot een verscherping van de tegenstellingen. “Het is afgelopen met de republiek”, voorspelt een mijnarbeider in Noord-Bohemen mismoedig. “Klaus en Meciar zijn water en vuur. Nee, het zal hier niet zo gauw escaleren als in Rusland of in Joegoslavië. Onze aard is nou eenmaal anders. Wij zouden na een veldslag zo snel mogelijk een pilsje willen drinken.”