Uitspraken officier van justitie over Turkse mafia discriminerend

“Ik vroeg een vriend van mij, die regelmatig op bezoek kwam, om vliegen te gaan leren in een helikopter. Hij vroeg niets, en deed het. Vervolgens vroeg ik hem een helikopter te kopen. Hij vroeg wederom niets, en kocht er één. Zo begon mijn planning” (uit de Turkse krant Milliyet van 20 december 1991). Dit zei een in keurig driedelig pak gestoken, door de justitie gezocht kopstuk van de Turkse mafia, op een in het kantoor van zijn advocaat in Istanbul belegde persconferentie. Hij was met een helikopter een Nederlandse gevangenis ontvlucht.

Dit geeft toch een heel ander beeld van de werkwijze van de Turkse mafia dan uit het interview met de Rotterdamse officier van justitie mr. Van der Hoeven in NRC Handelsblad van 23 mei naar voren komt. Hij pleit voor een antropologische aanpak van de Turkse, zware criminaliteit. Hij doet deze uitspraken naar aanleiding van twee drievoudige moorden, die enige publiciteit kregen aan het begin van dit jaar en die waarschijnlijk het werk zijn geweest van de Turkse mafia. Van der Hoeven en zijn collega mr. H. Moraal menen dat de oplossing van dergelijke criminaliteit niet moet worden gezocht in "misdaadanalyses', maar in vergroting van de kennis over Turkse samenlevingssystemen.

Van der Hoeven doet vervolgens enige uitspraken over veronderstelde eigenschappen van die Turkse samenleving. Zo zou deze samenleving bepaald worden door clans en daardoor zouden Turkse mensen ontvankelijk zijn voor curruptie en voor een paar honderd gulden iemand helpen (lees: zich crimineel gedragen). Mw. drs. I. Çinar wees er in NRC Handelsblad van 2 juni terecht op dat hier sprake is van grove en discriminerende generalisaties. Daarnaast blijkt echter uit het artikel een groot gemis aan criminologisch inzicht bij de officier van justitie.

Antropologische kennis over Turkse en andere samenlevingen kan van groot belang zijn. Deze kennis kan behulpzaam zijn bij het vinden van oplossingen voor allerlei maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld op terreinen als onderwijs, gezondsheidszorg, cultuur, enzovoorts. Het gaat hierbij om kennis in verschillende vormen van samenleven, die van invloed kunnen zijn op genoemde terreinen. Maar de politie en het justitiële apparaat houden zich bezig met de bestrijding van criminaliteit. De vele verschillende vormen van criminaliteit vereisen verschillende soorten van aanpak. Zo zal een "veel voorkomende criminaliteit' als straatroof anders moeten worden bestreden dan bijvoorbeeld mafia-achtige praktijken in de drugswereld.

Bij de laatstgenoemde criminaliteitsvorm en bij de zaken waar Van der Hoeven in het artikel over spreekt, gaat het om criminologische vragen over "beroepsmisdadigers' en georganiseerde misdaad. De officier van justitie maakt dat onderscheid echter niet.

De Turkse mafia is een internationale organisatie die kantoren heeft - voorzien van alle moderne faciliteiten - in onder andere Zwitserland en Scandinavië, en bankrekeningen in Spanje. Kopstukken van deze mafia wonen in villa's in Turkije, maar soms in een ander vakantieland zoals het Spaanse Mallorca en ze vervoeren zich onder andere per helikopter. Grote verschillen met de mafia in Amerika, Italië, Nederland en elders zijn er niet. We spreken hier niet over organisaties, die zich alleen maar ophouden in de zogenoemde "onderwereld', maar die vele vertakkingen hebben in en contacten met allerlei niveau's in de "bovenwereld', bijvoorbeeld in de politiek, de kunstwereld, de journalistiek, enzovoorts.

Dergelijke inzichten zijn van belang. Maar dat heeft niets te maken met het meer of minder ontvankelijk zijn voor corruptie of het "iemand willen helpen' voor een paar honderd gulden. Corruptie komt overal voor, ook in Nederland en zelfs in Nederlandse gevangenissen.

Wil je een mafia-organisatie werkelijk aanpakken, dan spreek je niet over koeriers, loopjongens, of anderen die voor enkele honderden of duizenden guldens een opdracht uitvoeren, maar over mensen die zelf niets uitvoeren, maar opdrachten verstrekken. Mensen die de hand leggen op de miljoenen en miljarden guldens die er in deze tak van criminaliteit omgaan. Je spreekt dan niet over stereotype criminelen, maar over "moderne misdaad-managers' (Frank Bovenkerk, in Elsevier van 9 mei). Van der Hoeven maakt de fout de Turkse afkomst van enige criminelen als algemene noemer te nemen bij de bestrijding van mafia-praktijken.

Behalve criminologisch inzicht mogen we ook maatschappelijkinzicht van een officier van justitie verwachten. Dus niet discrimineren, vooroordelen bevestigen, stereotypen uitdragen. Of de uitspraken van Van der Hoeven zo ver gaan dat hij strafvervolging verdient, is een kwestie voor zijn collega's bij het openbaar ministerie.