Ter Beek ziet in Oost-Europa bondgenoot

PRAAG, 5 JUNI. Wat koopt Nederland eigenlijk voor al die schitterende defensie-overeenkomsten met Oost-Europa? Dat het mooi voor ons is, alla, maar hoe worden jullie daar beter van?

De Tsjechische journalist schrok woensdagmiddag zelf van het feit dat hij zijn jarenlang geoefende onderdanige toon even verliet, maar minister Ter Beek (defensie) dankte hem voor zijn vrijmoedigheid en greep onmiddellijk zijn kans. Onder de kristallen kandelabers van het hete zaaltje in het Tsjechoslowaakese ministerie van defensie glom zijn gezicht: “Het gaat in Europa om de versterking van ons veiligheidsgevoel. Daar hebben we elkaar voor nodig. Verbeteringen hier komen heel Europa ten goede en dat is ook in ons belang.”

Voor dat belang reisde Ter Beek de afgelopen twee jaar naar Polen, de Sovjet Unie, Hongarije en Tsjechoslowakije en straks gaat hij nog naar Roemenië. Bij zijn aantreden had hij zijn medewerkers laten weten dat hij snel op reis wilde naar Oost-Europa. De hervormingen daar moesten door Nederland met enige vaart worden ondersteund. Voor Ter Beek werd het al vlug een soort sociale vernieuwing op internationale schaal en daarvoor was hem niets te veel.

In Polen wurmde hij zich door de nauwe patrijspoort van een kapotte Sovjet-onderzeeër. In Moskou moest hij van minister Jazov een vergrootglas ter hand nemen om, nadat de maarschalk zelf op de globe het onmetelijke Sovjetrijk had aangewezen, Nederland op de aarbol aan te stippen. In Hongarije simuleerde hij kennis van het afvuren van een bazooka. Op een luchtmachtbasis buiten Praag klom hij in een MIG-29.

Bij een oefening in Polen legde hij de zwart geschminkte "vijandige troepen' uitvoerig uit dat zij toch zijn vrienden waren. In Boedapest gaf hij hoog op van het feit dat minister Lajos Für binnen 24 uur van een collega een vriend was geworden en ook binnen 24 uur na aankomst was hij echt van Tsjechoslowakije gaan houden. Kortom aan dynamiek en emoties geen gebrek.

In de overeenkomsten met de drie landen staat dat officieren uit Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije straks op de hogere krijgsschool op Ypenburg een intensieve talencursus Engels kunnen volgen. Nederland stuurt experts naar de drie landen om de schade aan het milieu op voormalige Sovjet-legerplaatsen te meten en programma's op te stellen voor het verwijderen van schadelijke stoffen en het vernietigen daarvan. Nederland organiseert een studiebijeenkomst over milieuproblemen op militaire terreinen. Oosteuropese officieren krijgen Nederlandse hulp bij de herstructurering van hun legers en bij opleidingsprogramma's.

Voorstellen om gezamenlijk te oefenen voor vredesoperaties moest ter Beek ophouden omdat minister Van den Broek dergelijke acties nog niet opportuun vindt. Bij herhaling werd Defensie door Buitenlandse zaken gevraagd wat eigenlijk de bedoeling was van al die reizen naar Oost-Europa? Ter Beek liet die vraag onbeantwoord en reisde af.

Op de terugweg uit Praag zoekt de oude F-27 van de Luchtmacht zich bonkend een weg door de wolken. Ter Beek maakt met zijn medewerkers de balans op, behendig manoeuvrerend in het smalle gangpad. Later, vlak voor de landing, zegt hij: “Je mag de resultaten bescheiden noemen, maar ik ga maar uit van wat mijn gastheren zeiden. Zij zijn tevreden. Zij vroegen niet om massale hulp. Zij weten dat de tijd niet rijp is voor een NAVO-lidmaatschap. Alleen Hongarije vroeg om overtollig materiaal. Het feit dat wij onze expertise willen aanbieden voor de grote problemen waar zij mee kampen geeft hen moed. En daar gaat het om. Daarvoor zijn deze bezoeken bedoeld en zij worden op prijs gesteld.”

Is hij bereid tot grotere bezuinigingen bij Defensie om het economisch herstel van Oost-Europa te bevorderen?

“Ik heb ruim bijgedragen aan de extra miljoenen die nu voor hulp aan Oost-Europa zijn bestemd. Het is een zaak van het gehele kabinet. Ik verzet me er tegen dat Defensie wordt kaal geplukt. Wat dat betreft ben ik het met mijn collega's uit Oost-Europa eens. Herstructurering betekent weliswaar verkleining van de legers maar ook aanpassing en dat kost nu eenmaal geld. Veel meer bezuinigen kan dus niet want dan kom je in conflict met de strategie die je wilt voeren.”

Voor Ter Beek is het trouwens de vraag of met financiële hulp alleen het karwei in Oost-Europa is geklaard. Hij is van mening dat West-Europa de indruk moet vermijden alleen op te willen komen voor de veiligheid in Europa. Die veiligheid heeft trouwens de laatste jaren een nieuwe dimensie gekregen. Dat klinkt ook door in de documenten van de NAVO. Noem het de sociale aspecten van veiligheid: het economisch welzijn van de burgers maar ook een gevoel van betrokkenheid.

In Polen, Hongarije en nu in Tsjechoslowakije is hem opgevallen hoe goed Nederland daar ligt. Die positie wil hij benutten. Jarenlang zijn er intensieve contacten geweest met de dissidenten in die drie landen. Een aantal van hen is nu aan de macht. Die verantwoordelijkheid gaat sommigen niet gemakkelijk af en de resulaten zijn nog bescheiden. Juist om die reden moet Nederland een actieve politiek voeren in Oost-Europa. Daarom legt hij meer haast aan de dag dan de minister van buitenlandse zaken graag zou zien.