Ter Beek en v.d. Broek botsen weer

DEN HAAG, 5 JUNI. Tussen de ministers Van den Broek (buitenlandse zaken) en Ter Beek (defensie) is opnieuw een ernstig verschil van mening ontstaan over de Nederlandse houding tegenover Oost-Europa.

Ter Beek wilde vorige week in Brussel tijdens een bijeenkomst van de NAVO-ministers van defensie Oosteuropese landen uitnodigen mee te doen aan vredesmachten van NAVO en West Europese Unie (WEU) als de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) daar om vraagt. Ook wilde hij voorstellen, zo wordt gezegd op Defensie, om gezamenlijk voor die taak te oefenen en daar snel mee te beginnen.

Van den Broek vond het te vroeg Oost-Europa bij de vredesoperaties te betrekken en hield de voorstellen van Ter Beek tegen. Hij wilde eerst afwachten of de NAVO zijn voorstel voor vredesmachten zou overnemen. Dat gebeurde gisteren in Oslo. Tot Ter Beeks genoegen hield de Amerikaanse minister van defensie Cheney in Brussel wel een pleidooi om Oosteuropese troepen in de toekomst bij vredesoperaties van NAVO en WEU te betrekken.

Het is de derde keer dat Van den Broek en Ter Beek botsen over Oost-Europa. In juni 1990 hield Van den Broek een brief van Ter Beek aan de Tweede Kamer - de zogenaamde uitgangspunten-notitie - tegen, omdat hij vond dat Ter Beek de ontwikkelingen in Oost-Europa en met name in de Sovjet-Unie te rooskleurig beoordeelde. Van den Broek wilde dat bij de voorbereidingen van de Defensienota ook van een somberder scenario zou worden uitgegaan.

Dit voorjaar schetste Ter Beek in een voordracht voor het Genootschap voor Internationale Zaken opnieuw een positief beeld over de afnemende dreiging uit Oost-Europa. Een week later kapittelde Van den Broek hem indirect met een rede op een bijeenkomst van de Atlantische Commissie. Hij legde toen de nadruk op het veiligheidsrisico van etnische conflicten en de economische achterstand in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie.