Te klein voor Fokker

DE SCHAALVERGROTING waartoe de toenemende integratie van de wereldeconomie dwingt, plaatst Nederlandse bedrijven steeds weer voor problemen. Een gelijkwaardige fusie met een buitenlandse collega is voor slechts een enkele toonaangevende Nederlandse onderneming weggelegd. De te kleine thuismarkt staat meestal garant voor een ongelijke strijd.

Dit probleem heeft al aanleiding gegeven tot een enkele wanhopig ogende binnenlandse fusie, zoals die van ABN en Amro waarbij eigenlijk alleen de balanstotalen completerend waren. Met het verdubbelde balanstotaal is er in Europa mogelijk wel een gelijkwaardige partner te vinden voor Nederlands grootste bank, ofschoon de voornemens ten tijde van de fusie nog niets hebben opgeleverd. Maar de financiële wereld gaat er nog altijd vanuit dat er uiteindelijk slechts plaats zal zijn voor een beperkt aantal megabanken op de Europese markt.

In de luchtvaart-, auto- en vliegtuigindustrie is dezelfde concentratietendens waarneembaar. Maar voor de Nederlandse deelnemers op deze terreinen is binnenlandse "bodybuilding' à la ABN en Amro uitgesloten. DAF ging via Volvo Car op in Nedcar. Hoewel die naam nog aantrekkelijk klinkt en de staat er als grootaandeelhouder alles aan heeft gedaan om het eigen karakter van 's lands enige personenautofabrikant te behouden, doemt de toekomst van een Japans assemblagebedrijf onontkoombaar op. De topman van Mitsubishi liet daarover in een vraaggesprek dezer dagen geen enkele twijfel bestaan.

De KLM ondernam een heldhaftige poging om samen met British Airways te overleven als een van de tien mega-carriers die naar verwachting de toekomstige luchtvaartindustrie zullen domineren. Maar het op zichzelf begrijpelijke streven naar behoud van eigen identiteit voor dit "nationale bezit' in de nieuwe combinatie is vastgelopen op de in de ondernemerswereld gangbare wet dat de grootste de dienst uitmaakt. Er zijn heel veel afspraken te maken, maar uiteindelijk telt de macht van het kapitaal onverbiddelijk.

MET DIE werkelijkheid wordt ook Fokker geconfronteerd in de lopende onderhandelingen met Dasa over een deelneming van 51 procent door de Duitsers in de Amsterdamse vliegtuigfabrikant. Het staat vast dat Fokker een kapitaalkrachtige buitenlandse partner nodig heeft om in de toekomst nieuwe vliegtuigmodellen op de markt te brengen. En als het om geld gaat is Dasa de beste partner voor Fokker. De Duitsers ambiëren de rol van wereldmarktleider bij de bouw van kleinere vliegtuigen en er is geen enkele Europese concurrent die Dasa - onderdeel van het grootste en machtigste Duitse concern, Daimler-Benz - in die ambitie kan stuiten.

Fokker tracht zijn eigen en ook een beetje de nationale eer te redden met ingewikkelde afspraken over de rol van het bedrijf binnen het Dasa-concern. Topman Nederkoorn zegt dat een zelfscheppende vliegtuigindustrie voor Nederland behouden moet blijven. Het heeft er de schijn van dat het Dasa-bestuur geneigd is tot een semantisch compromis in deze kwestie. Maar alle semantiek zal niet verhullen dat de houder van 51 procent van de aandelen uiteindelijk de dienst zal uitmaken.

DASA IS DE beste partner om de toekomst van Fokker te garanderen, maar die garantie betekent ook dat Fokkers controle over het bedrijf, zeker op den duur, verloren gaat. Zoals de auto- en de luchtvaartindustrie wordt ook de vliegtuigindustrie te groot voor Nederlandse ondernemingen. Dit land is te klein voor Fokker.