Schelde roept op tot duidelijk industriebeleid

ROTTERDAM, 5 JUNI. “De Haagse politiek moet een duidelijke keuze maken over het deel van de defensie-opdrachten die tot het einde van de eeuw aan het Nederlandse bedrijfsleven zullen worden gegund.” Dit zei bestuursvoorzitter drs. B.P. Hiddinga van de Koninklijke Schelde Groep gisteren bij de presentatie van het jaarverslag.

De regering heeft nog steeds niet besloten of de bouw van twee nieuwe fregatten voor de Koninklijke Marine aan de Schelde of aan de Duitse scheepsbouwindustrie zal worden gegund. Naast de onzekerheid die bij Schelde Groep leeft over de defensie-opdrachten, verwacht Hiddenga ook dit jaar nog last te hebben van het afgelasten door de overheid van de bouw van een nieuwe met kolen gestookte eenheid van de elektrische centrale op de Maasvlakte.

Een besluit hiertoe door het ministerie van economische zaken begin dit jaar verraste De Schelde volkomen. Een daardoor nodig geworden voorziening voor al gemaakte kosten zette het resultaat van 1991 onder druk. Door het besluit gaan 70 arbeidssplaatsen verloren. Reden voor Hiddenga om in zijn toelichting de overheid te wijzen op het uitblijven van een strategisch industriebeleid.

Het bedrijfsresultaat van de Schelde Groep kwam in 1991 uit op 8,6 miljoen gulden negatief. “Zonder de invloed van de Maasvlakte was het bedrijfsresultaat positief geweest”, zei Hiddinga. Met name door hogere rentebaten is 1991 toch afgesloten met een nettowinst van 7 miljoen gulden, tegen 15,1 miljoen gulden in het voorgaande jaar. De winst moet volgens Hiddinga op korte termijn ten minste weer worden verdubbeld. De omzetwaarde van de produktie van de Schelde bedroeg vorig jaar 755 miljoen gulden, tegen 879 miljoen gulden in 1990. Marinebouw maakte in 1991 30 procent uit van de omzet. De Schelde streeft naar meer intensieve samenwerking met scheepswerven uit Duitsland en Spanje.