Rijke landen blijven tegen instellen van Groen Fonds

RIO DE JANEIRO, 5 JUNI. De groep van de zeven rijke industrielanden, de G-7, blijft bij zijn weigering een apart "Groen Fonds' in te stellen voor milieuhulp aan ontwikkelingslanden.

Met dit standpunt zijn gisteren de onderhandelingen begonnen over een van de grote struikelblokken op de "wereldtop' UNCED in Rio de Janeiro. De ontwikkelingslanden, die samenwerken in de groep G-77, hebben instelling van een nieuw fonds geëist omdat zij het bestaande fonds GEF, dat onder beheer is van de Wereldbank, te veel een instrument in handen van de rijke landen vinden.

De Wereldbank zal op korte termijn een “belangrijk deel” van de te verstrekken leningen bestemmen voor milieuprojecten in ontwikkelingslanden. De president van de Wereldbank, Lewis Preston, heeft dit gisteren bekendgemaakt in een toespraak tot de plenaire vergadering in Rio. Preston noemde geen bedragen maar zei later in een toelichting wel dat het “om meer gaat dan een fooi”. De Wereldbank wordt vooral door ontwikkelingslanden scherp gekritiseerd omdat de in het verleden verstrekte leningen grote schade hebben aangericht aan het milieu in de "Derde wereld'.

De Franse minister van milieu, Ségolène Royal, heeft gisteren aangekondigd dat Frankrijk zijn ontwikkelingshulp de komende jaren zal verhogen tot 0,7 procent van het bruto nationaal produkt. Frankrijk besteedt hieraan op dit moment 0,56 procent. Al vele jaren geldt in VN-verband het streven om het officiële hulppercentage op te trekken tot 0,7 procent. Gemiddeld bestemmen de rijke landen nu 0,35 procent van hun BNP aan ontwikkelingshulp.

De Deense premier Poul Schlüter heeft zijn aangekondigde bezoek aan de vergadering van staatshoofden en regeringsleiders in Rio gisteren afgezegd. De afzegging houdt verband met het referendum in Denemarken waarbij deze week het verdrag voor een Europese Unie werd afgewezen.