Reeks

WAT EEN belangrijke mijlpaal had moeten zijn, is niet meer dan een scheefgezakte en bijna onleesbare wegwijzer geworden. De NAVO heeft zichzelf een nieuwe taak gesteld: voortaan kan in naam van de Atlantische organisatie buiten het verdragsgebied worden opgetreden. Maar de voorwaarden waaronder dat zou moeten gebeuren, maken er op zijn best een in essentie overbodig duplicaat van de interventies van de Verenigde Naties van.

Eerst moeten alle leden van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) het eens zijn over een verzoek aan de NAVO en vervolgens dienen de NAVO-leden er onderling unaniem akkoord mee te zijn. De interventie zelf zal beperkt zijn tot een missie ter handhaving van de vrede, de inzet van zwaar materieel om zonodig partijen in een conflict de vrede dwingend op te leggen wordt niet voorzien.

Het beeld wordt er bovendien niet overzichtelijker op nu de NAVO zich begeeft op een terrein waar Fransen en Duitsers met hun Eurokorps al de competitie waren aangegaan met hun eigen plan om de Westeuropese Unie (WEU) een taak te geven bij het verdedigen van de vrede en veiligheid in en rondom Europa. Er bestaat inmiddels een reeks van militaire initiatieven: van zoveel mogelijk Europees (het Eurokorps) via Europees-Atlantisch (WEU) tot zoveel mogelijk Atlantisch (CVSE-NAVO). Ontnuchterend is daarbij dat de enige vredesmissie die in Europa enige betekenis heeft gekregen, die van de Verenigde Naties is. Suggesties om in het voormalige Joegoslavië dan wel in Nagorny Karabach bemiddelend op te treden werden gisteren in de Atlantische ministerraad zo snel mogelijk onder de tafel gewerkt.